Ik ben eigenaar van BCG Corporate Finance B.V. Ik ben oud bankier en heb ruim 10 jaar bankierservaring. Tevens ben ik afgestudeerd als Register Adviseur Bedrijfsopvolging (RAB) en daarmee gecertificeerd adviseur in bedrijfsoverdracht. Met 20 jaar praktijkervaring in bedrijfsfinancieringen, bedrijfsovernames, Corporate Finance, gecombineerd met mijn academische en bedrijfskundige achtergrond ben ik optimaal inzetbaar bij Overnames, Financieringen en Strategie.
Posts tonen met het label Claassen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Claassen. Alle posts tonen
dinsdag 11 oktober 2011
Fiscale wetgeving voor bedrijfsopvolging verstoort concurrentie
De fiscale faciliteiten die getroffen zijn voor bedrijfsoverdrachten, verstoren de concurrentie tussen ondernemers. Dat concludeert de fiscaal juriste Mascha Hoogeveen van Tilburg University. Ze promoveert op woensdag 5 oktober op onderzoek naar de kwaliteit van de fiscale wetgeving rond bedrijfsopvolging.
dinsdag 21 juni 2011
Financiering starters stuit op structurele problemen
Bron FD: dinsdag 21 juni 2011, 00:00
Er is sprake van 'structurele fricties' in de financiering van het mkb, vooral het kleinere, op Nederland gerichte bedrijfsleven en jonge, snelgroeiende bedrijven. Meer over dit onderwerp
Financiering starters kan veel creatiever Verhagen wil Europees geld voor kredietverlening MKB Kabinet stopt half miljard in fonds voor innovaties Lees het advies van de commissie De Swaan pdfDat stelt een expertgroep onder leiding van voormalig ABN Amro-bankier Tom de Swaan. De commissie deed in opdracht van minister Maxime Verhagen van Economische Zaken, Landbouw & Innovatie onderzoek naar de beschikbaarheid van krediet voor het mkb.
De expertgroep stelt in haar aanbevelingen daarom voor om alternatieve financieringsbronnen serieus te onderzoeken, zoals het opzetten van een informele beurs voor mkb-bedrijven als voorportaal van een beursnotering. Een andere optie is de markt voor onderhandse leningen opnieuw tot leven te wekken.
Risico-opslag toegenomen
Sinds de kredietcrisis zijn er veel klachten over de kredietbereidheid van banken. Vooral snelle groeiers vrezen bij economisch herstel geremd te worden in hun ontwikkeling.
Banken op hun beurt stellen dat er minder vraag is naar krediet vanuit het kleinere bedrijfsleven. Bovendien is de risico-opslag toegenomen sinds de verzwaarde kapitaaleisen van de toezichthouders. Het op de Nederlandse markt gerichte kleinbedrijf is verder ook minder aantrekkelijk voor een bank dan het op export gerichte bedrijfsleven.
Diversificatie financieringsbronnen van groot belang
Voor veel mkb-bedrijven is bancair krediet de enige financieringsbron naast het verkrijgen van leverancierskrediet. Dit belemmert de keuzemogelijkheid en kan betekenen dat ondernemersinitiatieven voortijdig afsterven. Zeker nu banken zijn gebonden aan strengere regels voor kredietverstrekking.
De expertgroep noemt diversificatie van financieringsbronnen daarom van groot belang voor het startende, snelgroeiende kleine bedrijfsleven. De commissie spoort de overheid aan om bestaande stimuleringsregelingen voor deze bedrijven voorlopig te handhaven.
Financieringsmonitor 2011
De Swaan en zijn collega's wijzen ook op niet-bancaire financieringsbronnen, zoals private equity, informele investeerders en vermogende particulieren of families. De laatste groep geldt als een belangrijke kapitaalverschaffer met een lange investeringshorizon. In Nederland waren deze 'family offices' in 2009 goed voor 3,7% van het aangetrokken kapitaal ofwel € 23,5 mln.
De bevindingen van De Swaan zijn deels gebaseerd op de Financieringsmonitor 2011 van onderzoeksinstituut EIM. Uit dat onderzoek blijkt dat 57% van het kleinbedrijf daadwerkelijk financiering verwerft. In het middenbedrijf is dit 70%, in het grootbedrijf 80%.
Kritiek op hoogte afsluitprovisie
Kleine bedrijven krijgen echter vaker slechts een deel van de gevraagde financiering. Vooral jonge bedrijven en sectoren als bouw, horeca en handel zitten in de hoek waar de klappen vallen. Volgens het EIM boekt een sector als de industrie duidelijk meer succes.
Carnegie Consult deed onderzoek naar de borgstellingsregeling voor het mkb (BMKB). Een conclusie is dat veel bedrijven kritiek hebben op de hoogte van de afsluitprovisie. Zonder maatregelen dreigt de regeling dit najaar uitgeput te raken. Minister Verhagen doet daarom een beroep op het Europees Investeringsfonds. Hij verwacht het budget met enkele honderden miljoenen euro's te verhogen. Via de borgstellingsregeling staat de overheid garant voor een deel van de lening die ondernemers bij de bank afsluiten. In 2011 is hiervoor € 765 mln beschikbaar.
Voor vragen kunt u mij bellen op 06 – 5799 8781
Ik ben afgestudeerd als Register Adviseur Bedrijfsopvolging (RAB) en daarmee gecertificeerd adviseur in bedrijfsoverdracht. Met ruim 12 jaar praktijkervaring in bedrijfsovernames, bedrijfsfinancieringen en Corporate Finance, gecombineerd met mijn academische en bedrijfskundige achtergrond ben ik optimaal inzetbaar bij:
* bedrijfsfinancieringen incl. herstructuring en recovery
* bedrijfsoverdracht, overname en aankoop en verkoop bedrijf
* bedrijfswaarderingen
* strategische businessplannen
* business coach / klankbord voor de ondernemer
Ik ben lid van divers instanties, te weten: Brancheorganisatie Bedrijfsoverdracht Bemiddelaars (BOBB), Industriele Kring Gorinchem (IKG), VNO NCW West, Werkgevers Drechtsteden, Unitas Business Club, Meerbusiness en De Ronde Tafel Gorinchem.
Ik ben zelf ondernemer en met onze succesvolle aanpak scoren wij ondanks de crisis nog altijd 100% op de uitgewerkte financieringsaanvragen en bedrijfsoverdrachten!
Neem vrijblijvend contact op en bel 06 57 99 87 81.
SpecialtiesOndernemingsplannen, business cases, bedrijfswaardering ondernemingsstrategie, financieringsplannen, financieringsbehoefte, investeringsvraagstukken, bedrijfsfinanciering, bedrijfskrediet, recovery, revisies, liquiditeitstekorten, startplannen, bedrijfsovernames, acquisities, fusies, MBO's, MBI's, familiebedrijven, bedrijfsopvolging, doorstart, groei, expansie, MKB, interim management, management support, crisismanagement, reorganisaties, bedrijfskrimp. DGA's.
Er is sprake van 'structurele fricties' in de financiering van het mkb, vooral het kleinere, op Nederland gerichte bedrijfsleven en jonge, snelgroeiende bedrijven. Meer over dit onderwerp
Financiering starters kan veel creatiever Verhagen wil Europees geld voor kredietverlening MKB Kabinet stopt half miljard in fonds voor innovaties Lees het advies van de commissie De Swaan pdfDat stelt een expertgroep onder leiding van voormalig ABN Amro-bankier Tom de Swaan. De commissie deed in opdracht van minister Maxime Verhagen van Economische Zaken, Landbouw & Innovatie onderzoek naar de beschikbaarheid van krediet voor het mkb.
De expertgroep stelt in haar aanbevelingen daarom voor om alternatieve financieringsbronnen serieus te onderzoeken, zoals het opzetten van een informele beurs voor mkb-bedrijven als voorportaal van een beursnotering. Een andere optie is de markt voor onderhandse leningen opnieuw tot leven te wekken.
Risico-opslag toegenomen
Sinds de kredietcrisis zijn er veel klachten over de kredietbereidheid van banken. Vooral snelle groeiers vrezen bij economisch herstel geremd te worden in hun ontwikkeling.
Banken op hun beurt stellen dat er minder vraag is naar krediet vanuit het kleinere bedrijfsleven. Bovendien is de risico-opslag toegenomen sinds de verzwaarde kapitaaleisen van de toezichthouders. Het op de Nederlandse markt gerichte kleinbedrijf is verder ook minder aantrekkelijk voor een bank dan het op export gerichte bedrijfsleven.
Diversificatie financieringsbronnen van groot belang
Voor veel mkb-bedrijven is bancair krediet de enige financieringsbron naast het verkrijgen van leverancierskrediet. Dit belemmert de keuzemogelijkheid en kan betekenen dat ondernemersinitiatieven voortijdig afsterven. Zeker nu banken zijn gebonden aan strengere regels voor kredietverstrekking.
De expertgroep noemt diversificatie van financieringsbronnen daarom van groot belang voor het startende, snelgroeiende kleine bedrijfsleven. De commissie spoort de overheid aan om bestaande stimuleringsregelingen voor deze bedrijven voorlopig te handhaven.
Financieringsmonitor 2011
De Swaan en zijn collega's wijzen ook op niet-bancaire financieringsbronnen, zoals private equity, informele investeerders en vermogende particulieren of families. De laatste groep geldt als een belangrijke kapitaalverschaffer met een lange investeringshorizon. In Nederland waren deze 'family offices' in 2009 goed voor 3,7% van het aangetrokken kapitaal ofwel € 23,5 mln.
De bevindingen van De Swaan zijn deels gebaseerd op de Financieringsmonitor 2011 van onderzoeksinstituut EIM. Uit dat onderzoek blijkt dat 57% van het kleinbedrijf daadwerkelijk financiering verwerft. In het middenbedrijf is dit 70%, in het grootbedrijf 80%.
Kritiek op hoogte afsluitprovisie
Kleine bedrijven krijgen echter vaker slechts een deel van de gevraagde financiering. Vooral jonge bedrijven en sectoren als bouw, horeca en handel zitten in de hoek waar de klappen vallen. Volgens het EIM boekt een sector als de industrie duidelijk meer succes.
Carnegie Consult deed onderzoek naar de borgstellingsregeling voor het mkb (BMKB). Een conclusie is dat veel bedrijven kritiek hebben op de hoogte van de afsluitprovisie. Zonder maatregelen dreigt de regeling dit najaar uitgeput te raken. Minister Verhagen doet daarom een beroep op het Europees Investeringsfonds. Hij verwacht het budget met enkele honderden miljoenen euro's te verhogen. Via de borgstellingsregeling staat de overheid garant voor een deel van de lening die ondernemers bij de bank afsluiten. In 2011 is hiervoor € 765 mln beschikbaar.
Voor vragen kunt u mij bellen op 06 – 5799 8781
Ik ben afgestudeerd als Register Adviseur Bedrijfsopvolging (RAB) en daarmee gecertificeerd adviseur in bedrijfsoverdracht. Met ruim 12 jaar praktijkervaring in bedrijfsovernames, bedrijfsfinancieringen en Corporate Finance, gecombineerd met mijn academische en bedrijfskundige achtergrond ben ik optimaal inzetbaar bij:
* bedrijfsfinancieringen incl. herstructuring en recovery
* bedrijfsoverdracht, overname en aankoop en verkoop bedrijf
* bedrijfswaarderingen
* strategische businessplannen
* business coach / klankbord voor de ondernemer
Ik ben lid van divers instanties, te weten: Brancheorganisatie Bedrijfsoverdracht Bemiddelaars (BOBB), Industriele Kring Gorinchem (IKG), VNO NCW West, Werkgevers Drechtsteden, Unitas Business Club, Meerbusiness en De Ronde Tafel Gorinchem.
Ik ben zelf ondernemer en met onze succesvolle aanpak scoren wij ondanks de crisis nog altijd 100% op de uitgewerkte financieringsaanvragen en bedrijfsoverdrachten!
Neem vrijblijvend contact op en bel 06 57 99 87 81.
SpecialtiesOndernemingsplannen, business cases, bedrijfswaardering ondernemingsstrategie, financieringsplannen, financieringsbehoefte, investeringsvraagstukken, bedrijfsfinanciering, bedrijfskrediet, recovery, revisies, liquiditeitstekorten, startplannen, bedrijfsovernames, acquisities, fusies, MBO's, MBI's, familiebedrijven, bedrijfsopvolging, doorstart, groei, expansie, MKB, interim management, management support, crisismanagement, reorganisaties, bedrijfskrimp. DGA's.
donderdag 16 juni 2011
Checklist: Verkoopklaar maken van een bedrijf
Checklist: Verkoopklaar maken van een bedrijf
Bij een bedrijfsoverdracht is het de kunst om de potentie van het bedrijf zo goed mogelijk in beeld te brengen én te verankeren in de organisatie. Als u niet alleen klanten, gebouwen en machines verkoopt, maar óók een goed geoliede organisatie, kunt u uw bedrijf tegen de gunstigste prijs verkopen. Ondernemers die onderstaande checklist doorlopen, krijgen snel inzicht in de mate waarin hun bedrijf optimaal verkoopklaar is.
• Markt en klanten
• Intellectuele Eigendom
• Leiderschap
• Strategie en beleid
• Financiën
• Processen
• Personeel en Organisatie
• Besturing, Informatie en Communicatie
Markt en klanten
- Maakt een marketing/verkoopplan onderdeel uit van uw businessplan? In dit plan kunnen de Product Marketing Combinaties (PMC) worden benoemd. Geef vervolgens per PMC aan met welke instrumenten de producten worden gepromoot. Andere aspecten in dit plan: het verzorgingsgebied van de organisatie (provincie, Nederland, Europa, delen van de wereld) en de doelgroep.
- Is het klantenbestand inzichtelijk en up-to-date? Gegevens moeten bij voorkeur toegankelijk zijn via een klantenbeheersysteem (CMR).
- Wat is op dit moment de levensverwachting voor uw huidige producten en/of diensten? Als de producten/diensten aan het einde van hun levenscyclus zijn, heeft dit een negatief effect op de verkoopprijs van uw onderneming.
Intellectuele Eigendom
- Is de concurrentiepositie veiliggesteld met een waterdichte merkenregistratie? Bezoek eventueel de officiële site van het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom (www.boip.int) om dit alsnog in orde te maken.
Leiderschap
- Wie bepaalt de koers van de onderneming? Ook de managementlaag die onder de directeur/eigenaar functioneert, moet betrokken zijn bij de vorming van een strategie en het beleid voor de komende drie tot vijf jaar. De koersbepaling is dan verankerd in de organisatie.
- Is er een middenkader dat de organisatie kan aansturen? Met jaarplannen kan de uitvoering van de strategie eveneens bij het middenmanagement neergelegd worden.
Strategie en beleid
- Wie heeft kennis van de koers van de onderneming? Visie en ambitieniveau behoren bij voorkeur niet exclusief tot het kennisdomein van de directeur/eigenaar. De koers dient verwoord in een heldere en meetbare strategie, die is vastgelegd in een businessplan.
- Wordt de strategie geëffectueerd door middel van jaarplannen? Ofwel: er moet een strijdplan zijn voor de uitvoering van geformuleerde ambities.
Financiën
- Geeft uw huidige administratie een helder inzicht in de verschillende kosten en baten per organisatieonderdeel/business unit?
- Is er een meerjarenperspectief (lees: een begroting voor de komende vijf jaar)? Zo’n meerjarenperspectief is de financiële vertaling van de plannen zoals geformuleerd in het businessplan en is dan ook het fundament onder dit plan.
- Is er een investeringsraming, met uw businessplan als uitgangspunt? Daarin moet rekening worden gehouden met de noodzakelijke investeringen ten aanzien van gebouwen, machines, maar ook met investeringen ten aanzien van ICT en licenties.
- Is er een liquiditeitenprognose voor de komende vijf jaar? Deze moet een overzicht geven van de benodigde liquide middelen om de onderneming te laten functioneren.
- Zijn de verschillende kostprijzen van de producten en/of diensten inzichtelijk? Uw onderneming kan hiervoor gebruikmaken van bijvoorbeeld de methodiek van de integrale kostprijs en/of Activity Based Costing.
Processen
- Zijn alle processen in de organisatie beschreven? Dit geldt zowel voor de kernprocessen (primaire processen als verkoop, productie, aflevering) maar ook voor de ondersteunende processen. Zoals bijvoorbeeld administratieve handelingen en personeelszaken.
- Zijn de processen (iso-)gecertificeerd? Dit als waarborging en of fundament onder de organisatie.
- Zijn er heldere afspraken gemaakt met de leveranciers van goederen en/of diensten? Afspraken dient u vast te leggen door middel van overeenkomsten waarin niet alleen de prijs wordt opgenomen, maar ook andere kwantitatieve (bestelhoeveelheden, kortingspercentages) en kwalitatieve eisen (kwaliteit, vorm, producteigenschappen).
Personeel en Organisatie
- Zijn alle arbeidsovereenkomsten schriftelijk vastgelegd? En zijn de beloningsschalen conform de geldende CAO/Arbeidsvoorwaardenregeling toegepast?
- Zijn alle taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van medewerkers formeel vastgelegd in functiebeschrijvingen? Worden er jaarlijks functioneringsgesprekken gehouden en worden deze eveneens schriftelijk vastgelegd?
- Is personeelsinformatie beschikbaar voor directie en MT? Het is van belang dat de benodigde personele capaciteit, het ziekteverzuim, de verlofregistratie en urenregistratie worden vastgelegd/geregistreerd.
- Zijn de personeelsdossiers op orde en voldoen ze aan de daarvoor gestelde wettelijke eisen?
- Voldoet uw onderneming aan de arboregels? Is de bedrijfshulpverlening goed georganiseerd en is er (bij meer dan 25 werknemers) een risico-inventarisatie en -evaluatie opgesteld?
Besturing, Informatie en Communicatie
- Is de ICT-omgeving betrouwbaar, veilig en up-to-date? Worden er regelmatig backups gemaakt van de bedrijfsbestanden?
- Is de kennis binnen uw organisatie gewaarborgd? Op een intranetsite of een gemeenschappelijke locatie op de server kan relevante kennis/informatie of bestanden categorisch worden opgeslagen.
Bron: ondernemingsbeurs. http://www.ondernemingsbeurs.nl/
Voor vragen kunt u mij bellen op 06 – 5799 8781 of mailen op martijn.boer@cmenp.nl
Claassen, Moolenbeek & Partners is een ondernemend bureau en een landelijk werkende adviesorganisatie met ruim 30 vestigingen en meer dan 100 partners.
Ik ben werkzaam vanuit onze vestiging in Gorinchem waarbij ons werkgebied de plaatsen Dordrecht-Gorinchem-Vianen-Raamsdonkveer-Leerdam omvat. Tevens ben ik een geregistreerde RAB® adviseur (www.rabregister.nl).
Ik ben afgestudeerd als Register Adviseur Bedrijfsopvolging (RAB) en daarmee gecertificeerd adviseur in bedrijfsoverdracht. Met ruim 12 jaar praktijkervaring in bedrijfsovernames, bedrijfsfinancieringen en Corporate Finance, gecombineerd met mijn academische en bedrijfskundige achtergrond ben ik optimaal inzetbaar bij:
* bedrijfsfinancieringen incl. herstructuring en recovery
* bedrijfsoverdracht, overname en aankoop en verkoop bedrijf
* bedrijfswaarderingen
* strategische businessplannen
* business coach / klankbord voor de ondernemer
Ik ben lid van divers instanties, te weten: Brancheorganisatie Bedrijfsoverdracht Bemiddelaars (BOBB), Industriele Kring Gorinchem (IKG), VNO NCW West, Werkgevers Drechtsteden, Unitas Business Club, Meerbusiness en De Ronde Tafel Gorinchem.
Ik ben zelf ondernemer en met onze succesvolle aanpak scoren wij ondanks de crisis nog altijd 100% op de uitgewerkte financieringsaanvragen en bedrijfsoverdrachten!
Neem vrijblijvend contact op en bel 06 57 99 87 81.
SpecialtiesOndernemingsplannen, business cases, bedrijfswaardering ondernemingsstrategie, financieringsplannen, financieringsbehoefte, investeringsvraagstukken, bedrijfsfinanciering, bedrijfskrediet, recovery, revisies, liquiditeitstekorten, startplannen, bedrijfsovernames, acquisities, fusies, MBO's, MBI's, familiebedrijven, bedrijfsopvolging, doorstart, groei, expansie, MKB, interim management, management support, crisismanagement, reorganisaties, bedrijfskrimp. DGA's.
Bij een bedrijfsoverdracht is het de kunst om de potentie van het bedrijf zo goed mogelijk in beeld te brengen én te verankeren in de organisatie. Als u niet alleen klanten, gebouwen en machines verkoopt, maar óók een goed geoliede organisatie, kunt u uw bedrijf tegen de gunstigste prijs verkopen. Ondernemers die onderstaande checklist doorlopen, krijgen snel inzicht in de mate waarin hun bedrijf optimaal verkoopklaar is.
• Markt en klanten
• Intellectuele Eigendom
• Leiderschap
• Strategie en beleid
• Financiën
• Processen
• Personeel en Organisatie
• Besturing, Informatie en Communicatie
Markt en klanten
- Maakt een marketing/verkoopplan onderdeel uit van uw businessplan? In dit plan kunnen de Product Marketing Combinaties (PMC) worden benoemd. Geef vervolgens per PMC aan met welke instrumenten de producten worden gepromoot. Andere aspecten in dit plan: het verzorgingsgebied van de organisatie (provincie, Nederland, Europa, delen van de wereld) en de doelgroep.
- Is het klantenbestand inzichtelijk en up-to-date? Gegevens moeten bij voorkeur toegankelijk zijn via een klantenbeheersysteem (CMR).
- Wat is op dit moment de levensverwachting voor uw huidige producten en/of diensten? Als de producten/diensten aan het einde van hun levenscyclus zijn, heeft dit een negatief effect op de verkoopprijs van uw onderneming.
Intellectuele Eigendom
- Is de concurrentiepositie veiliggesteld met een waterdichte merkenregistratie? Bezoek eventueel de officiële site van het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom (www.boip.int) om dit alsnog in orde te maken.
Leiderschap
- Wie bepaalt de koers van de onderneming? Ook de managementlaag die onder de directeur/eigenaar functioneert, moet betrokken zijn bij de vorming van een strategie en het beleid voor de komende drie tot vijf jaar. De koersbepaling is dan verankerd in de organisatie.
- Is er een middenkader dat de organisatie kan aansturen? Met jaarplannen kan de uitvoering van de strategie eveneens bij het middenmanagement neergelegd worden.
Strategie en beleid
- Wie heeft kennis van de koers van de onderneming? Visie en ambitieniveau behoren bij voorkeur niet exclusief tot het kennisdomein van de directeur/eigenaar. De koers dient verwoord in een heldere en meetbare strategie, die is vastgelegd in een businessplan.
- Wordt de strategie geëffectueerd door middel van jaarplannen? Ofwel: er moet een strijdplan zijn voor de uitvoering van geformuleerde ambities.
Financiën
- Geeft uw huidige administratie een helder inzicht in de verschillende kosten en baten per organisatieonderdeel/business unit?
- Is er een meerjarenperspectief (lees: een begroting voor de komende vijf jaar)? Zo’n meerjarenperspectief is de financiële vertaling van de plannen zoals geformuleerd in het businessplan en is dan ook het fundament onder dit plan.
- Is er een investeringsraming, met uw businessplan als uitgangspunt? Daarin moet rekening worden gehouden met de noodzakelijke investeringen ten aanzien van gebouwen, machines, maar ook met investeringen ten aanzien van ICT en licenties.
- Is er een liquiditeitenprognose voor de komende vijf jaar? Deze moet een overzicht geven van de benodigde liquide middelen om de onderneming te laten functioneren.
- Zijn de verschillende kostprijzen van de producten en/of diensten inzichtelijk? Uw onderneming kan hiervoor gebruikmaken van bijvoorbeeld de methodiek van de integrale kostprijs en/of Activity Based Costing.
Processen
- Zijn alle processen in de organisatie beschreven? Dit geldt zowel voor de kernprocessen (primaire processen als verkoop, productie, aflevering) maar ook voor de ondersteunende processen. Zoals bijvoorbeeld administratieve handelingen en personeelszaken.
- Zijn de processen (iso-)gecertificeerd? Dit als waarborging en of fundament onder de organisatie.
- Zijn er heldere afspraken gemaakt met de leveranciers van goederen en/of diensten? Afspraken dient u vast te leggen door middel van overeenkomsten waarin niet alleen de prijs wordt opgenomen, maar ook andere kwantitatieve (bestelhoeveelheden, kortingspercentages) en kwalitatieve eisen (kwaliteit, vorm, producteigenschappen).
Personeel en Organisatie
- Zijn alle arbeidsovereenkomsten schriftelijk vastgelegd? En zijn de beloningsschalen conform de geldende CAO/Arbeidsvoorwaardenregeling toegepast?
- Zijn alle taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van medewerkers formeel vastgelegd in functiebeschrijvingen? Worden er jaarlijks functioneringsgesprekken gehouden en worden deze eveneens schriftelijk vastgelegd?
- Is personeelsinformatie beschikbaar voor directie en MT? Het is van belang dat de benodigde personele capaciteit, het ziekteverzuim, de verlofregistratie en urenregistratie worden vastgelegd/geregistreerd.
- Zijn de personeelsdossiers op orde en voldoen ze aan de daarvoor gestelde wettelijke eisen?
- Voldoet uw onderneming aan de arboregels? Is de bedrijfshulpverlening goed georganiseerd en is er (bij meer dan 25 werknemers) een risico-inventarisatie en -evaluatie opgesteld?
Besturing, Informatie en Communicatie
- Is de ICT-omgeving betrouwbaar, veilig en up-to-date? Worden er regelmatig backups gemaakt van de bedrijfsbestanden?
- Is de kennis binnen uw organisatie gewaarborgd? Op een intranetsite of een gemeenschappelijke locatie op de server kan relevante kennis/informatie of bestanden categorisch worden opgeslagen.
Bron: ondernemingsbeurs. http://www.ondernemingsbeurs.nl/
Voor vragen kunt u mij bellen op 06 – 5799 8781 of mailen op martijn.boer@cmenp.nl
Claassen, Moolenbeek & Partners is een ondernemend bureau en een landelijk werkende adviesorganisatie met ruim 30 vestigingen en meer dan 100 partners.
Ik ben werkzaam vanuit onze vestiging in Gorinchem waarbij ons werkgebied de plaatsen Dordrecht-Gorinchem-Vianen-Raamsdonkveer-Leerdam omvat. Tevens ben ik een geregistreerde RAB® adviseur (www.rabregister.nl).
Ik ben afgestudeerd als Register Adviseur Bedrijfsopvolging (RAB) en daarmee gecertificeerd adviseur in bedrijfsoverdracht. Met ruim 12 jaar praktijkervaring in bedrijfsovernames, bedrijfsfinancieringen en Corporate Finance, gecombineerd met mijn academische en bedrijfskundige achtergrond ben ik optimaal inzetbaar bij:
* bedrijfsfinancieringen incl. herstructuring en recovery
* bedrijfsoverdracht, overname en aankoop en verkoop bedrijf
* bedrijfswaarderingen
* strategische businessplannen
* business coach / klankbord voor de ondernemer
Ik ben lid van divers instanties, te weten: Brancheorganisatie Bedrijfsoverdracht Bemiddelaars (BOBB), Industriele Kring Gorinchem (IKG), VNO NCW West, Werkgevers Drechtsteden, Unitas Business Club, Meerbusiness en De Ronde Tafel Gorinchem.
Ik ben zelf ondernemer en met onze succesvolle aanpak scoren wij ondanks de crisis nog altijd 100% op de uitgewerkte financieringsaanvragen en bedrijfsoverdrachten!
Neem vrijblijvend contact op en bel 06 57 99 87 81.
SpecialtiesOndernemingsplannen, business cases, bedrijfswaardering ondernemingsstrategie, financieringsplannen, financieringsbehoefte, investeringsvraagstukken, bedrijfsfinanciering, bedrijfskrediet, recovery, revisies, liquiditeitstekorten, startplannen, bedrijfsovernames, acquisities, fusies, MBO's, MBI's, familiebedrijven, bedrijfsopvolging, doorstart, groei, expansie, MKB, interim management, management support, crisismanagement, reorganisaties, bedrijfskrimp. DGA's.
woensdag 30 maart 2011
Verschil tussen vraagprijs en de prijs die kan betaald worden
Bij veel overnamedeals in de dop is er nog steeds een groot verschil tussen de vraagprijs en de prijs die een overnemer kan en wil betalen
Nederlandse ondernemers en investeerders verwachten dit jaar een breed gedragen herstel van de Nederlandse overnamemarkt in het midden- en kleinbedrijf (MKB). Dat is de voornaamste uitkomst van de Brookz Overname Barometer.
Hoewel alle signalen inmiddels weet op groen staan is het aantal gerealiseerde transacties nog steeds beperkt. Dit wordt vooral veroorzaakt door het feit dat er bij veel deals in de dop een groot verschil is tussen de vraagprijs en de prijs die een overnemer kan en wil betalen. Een grote groep verkopende ondernemers heeft nog steeds de topprijzen van een paar jaar geleden tussen de oren. Ze kunnen maar moeilijk accepteren dat op dit moment 3 á 4 keer de winst voor veel bedrijven het maximaal haalbare is. Want dat is inmiddels de nieuwe realiteit.
Aangezien de babyboomgeneratie de verkoop van zijn bedrijf niet voor zich uit kan blijven schuiven, wordt het tijd voor deze ondernemers om zijn of haar knopen te tellen. Uiteraard staat het elke verkoper vrij om zijn eigen berekeningen erop los te laten. Maar aan het eind van de dag wordt bij de meeste transacties de prijs simpelweg bepaald door de financierbaarheid van de deal.
Voor het financieren van een bedrijfsovername zijn drie partijen nodig: de koper, de verkoper en de bank. En om in de nieuwe realiteit een deal mogelijk te maken zullen alle partijen een beetje water bij de wijn moeten doen.
Allereerst moet de absolute vraagprijs van de meeste bedrijven gemiddeld met zo'n 15 á 20 procent naar beneden. Daarnaast moet de verkopende ondernemer bereid zijn een gedeelte van de opbrengst - 20 á 30 procent - als aandelenkapitaal of achtergestelde lening een tijdje in het bedrijf te laten. Uitgaande van een gezonde cashflow zal de bank ongeveer de helft willen financieren. De overblijvende 20 á 30 procent van het overnamebedrag zal de koper meestal zelf op tafel moeten leggen. Dit is natuurlijk maar geen wet en is er de werkelijkheid wellicht meer mogelijk door invulling vna staatsgarantie en overig achtersgesteld vermogen.
Voor vragen kunt u mij bellen op 06 – 5799 8781 of mailen op martijn.boer@havendijk.nl
Ik ben werkzaam vanuit Gorinchem waarbij ons werkgebied geheel Nederland is. Tevens ben ik een geregistreerde RAB® adviseur (www.rabregister.nl).
Met ruim 12 jaar praktijkervaring in bedrijfsovernames, bedrijfsfinancieringen en Corporate Finance, gecombineerd met mijn academische en bedrijfskundige achtergrond ben ik optimaal inzetbaar bij:
* bedrijfsfinancieringen incl. herstructuring en recovery
* bedrijfsoverdracht, overname en aankoop en verkoop bedrijf
* strategische businessplannen
* business coach / klankbord voor de ondernemer
Ik ben lid van divers instanties, te weten: Brancheorganisatie Bedrijfsoverdracht Bemiddelaars (BOBB), Industriele Kring Gorinchem (IKG), VNO NCW West, Werkgevers Drechtsteden, Unitas Business Club, Meerbusiness en De Ronde Tafel Gorinchem.
Ik ben zelf ondernemer en met onze succesvolle aanpak scoren wij ondanks de crisis nog altijd 100% op de uitgewerkte financieringsaanvragen en bedrijfsoverdrachten!
Neem vrijblijvend contact op en bel 06 57 99 87 81.
SpecialtiesBegeleiden en adviseren van ondernemers op het gebied van
* (bedrijfs) financiering
* aan- en verkoop van bedrijven MBO/MBI
* strategie (o.a. ondernemingsplannen)
* business coach / klankbord voor de ondernemer.
Nederlandse ondernemers en investeerders verwachten dit jaar een breed gedragen herstel van de Nederlandse overnamemarkt in het midden- en kleinbedrijf (MKB). Dat is de voornaamste uitkomst van de Brookz Overname Barometer.
Hoewel alle signalen inmiddels weet op groen staan is het aantal gerealiseerde transacties nog steeds beperkt. Dit wordt vooral veroorzaakt door het feit dat er bij veel deals in de dop een groot verschil is tussen de vraagprijs en de prijs die een overnemer kan en wil betalen. Een grote groep verkopende ondernemers heeft nog steeds de topprijzen van een paar jaar geleden tussen de oren. Ze kunnen maar moeilijk accepteren dat op dit moment 3 á 4 keer de winst voor veel bedrijven het maximaal haalbare is. Want dat is inmiddels de nieuwe realiteit.
Aangezien de babyboomgeneratie de verkoop van zijn bedrijf niet voor zich uit kan blijven schuiven, wordt het tijd voor deze ondernemers om zijn of haar knopen te tellen. Uiteraard staat het elke verkoper vrij om zijn eigen berekeningen erop los te laten. Maar aan het eind van de dag wordt bij de meeste transacties de prijs simpelweg bepaald door de financierbaarheid van de deal.
Voor het financieren van een bedrijfsovername zijn drie partijen nodig: de koper, de verkoper en de bank. En om in de nieuwe realiteit een deal mogelijk te maken zullen alle partijen een beetje water bij de wijn moeten doen.
Allereerst moet de absolute vraagprijs van de meeste bedrijven gemiddeld met zo'n 15 á 20 procent naar beneden. Daarnaast moet de verkopende ondernemer bereid zijn een gedeelte van de opbrengst - 20 á 30 procent - als aandelenkapitaal of achtergestelde lening een tijdje in het bedrijf te laten. Uitgaande van een gezonde cashflow zal de bank ongeveer de helft willen financieren. De overblijvende 20 á 30 procent van het overnamebedrag zal de koper meestal zelf op tafel moeten leggen. Dit is natuurlijk maar geen wet en is er de werkelijkheid wellicht meer mogelijk door invulling vna staatsgarantie en overig achtersgesteld vermogen.
Voor vragen kunt u mij bellen op 06 – 5799 8781 of mailen op martijn.boer@havendijk.nl
Ik ben werkzaam vanuit Gorinchem waarbij ons werkgebied geheel Nederland is. Tevens ben ik een geregistreerde RAB® adviseur (www.rabregister.nl).
Met ruim 12 jaar praktijkervaring in bedrijfsovernames, bedrijfsfinancieringen en Corporate Finance, gecombineerd met mijn academische en bedrijfskundige achtergrond ben ik optimaal inzetbaar bij:
* bedrijfsfinancieringen incl. herstructuring en recovery
* bedrijfsoverdracht, overname en aankoop en verkoop bedrijf
* strategische businessplannen
* business coach / klankbord voor de ondernemer
Ik ben lid van divers instanties, te weten: Brancheorganisatie Bedrijfsoverdracht Bemiddelaars (BOBB), Industriele Kring Gorinchem (IKG), VNO NCW West, Werkgevers Drechtsteden, Unitas Business Club, Meerbusiness en De Ronde Tafel Gorinchem.
Ik ben zelf ondernemer en met onze succesvolle aanpak scoren wij ondanks de crisis nog altijd 100% op de uitgewerkte financieringsaanvragen en bedrijfsoverdrachten!
Neem vrijblijvend contact op en bel 06 57 99 87 81.
SpecialtiesBegeleiden en adviseren van ondernemers op het gebied van
* (bedrijfs) financiering
* aan- en verkoop van bedrijven MBO/MBI
* strategie (o.a. ondernemingsplannen)
* business coach / klankbord voor de ondernemer.
vrijdag 18 maart 2011
Familiebedrijven gebaat bij externe opvolging
Familiebedrijven staan over het algemeen positief tegenover opvolging door niet-familieleden in de directie en zijn van mening dat het voortbestaan niet in gevaar komt. De familie behoudt echter wel graag de zeggenschap. Dat blijkt uit een rondgang van Boer & Croon en Boekel De Nerée onder bestuursleden van zo’n 40 familiebedrijven met een minimale omzet van € 20 miljoen en een bericht op Ondernemingsbeurs.
Ruim driekwart (76 procent) van de bestuurders van familiebedrijven denkt dat externe opvolging zorgt voor een frisse blik op de organisatie. Uit de rondgang (51 procent) komt ook naar voren dat bestuursopvolging binnen de familie niet noodzakelijk is voor het voortbestaan van het bedrijf. Bovendien zou dit niet-familieleden binnen het bedrijf juist motiveren. Voor 65 procent van de ondervraagden is het niet noodzakelijk dat bestuursopvolging plaatsvindt binnen het familiebedrijf, zolang de familie de zeggenschap maar houdt, terwijl 30 procent dit wel wenselijk acht.
Externe kwaliteit belangrijker
De kwaliteit van de kandidaat is belangrijker dan familiebanden. Familiebedrijven worden steeds professioneler. Wanneer de familie geen geschikte opvolgingskandidaat biedt, kiest zij liever voor externe kwaliteit en regelt zij de zeggenschap op een andere manier. Bedrijven realiseren zich dat wanneer opvolging binnen de familie niet goed mogelijk is, dit niet het eind van het familiebedrijf hoeft te betekenen. Zeggenschap kan immers op diverse manieren worden geregeld. Via aandeelhouderschap, maar ook via een Stichting Administratiekantoor (STAK) of door familieleden zitting te laten nemen in de Raad van Commissarissen (RvC).
Risico’s en kansen externe bestuurder
Een externe bestuurder brengt volgens de ondervraagde bestuurders ook risico’s met zich mee. Maar liefst 62 procent van de ondervraagden is bang voor het feit dat de familiewaarden en het familiekarakter van de onderneming verloren gaan. Andere risico ’s zijn volgens hen het korte termijndenken van de directie (30 procent), het gebrek aan motivatie van de externe bestuurder (27 procent) en het feit dat de familie zich minder betrokken voelt wanneer een externe bestuurder aan het roer staat (27 procent). Maar de ondervraagden zien ook kansen bij een externe bestuurder. Er komt een frisse blik op de zaak en de onderneming zal op deze wijze zich kunnen voorbereiden op fusie en overnames. Zes op de tien bedrijven (59 procent) pleiten voor een RvC waarin personen van buiten de familie zitting hebben. Smits: Het mooie van een RvC is dat je hierin goede externen én familieleden zitting kunt laten nemen. Het advies is om een externe kandidaat te benoemen die affiniteit heeft met de praktijk van familiebedrijven. Een familiebedrijf is immers een bijzonder bedrijf.
Ruim driekwart (76 procent) van de bestuurders van familiebedrijven denkt dat externe opvolging zorgt voor een frisse blik op de organisatie. Uit de rondgang (51 procent) komt ook naar voren dat bestuursopvolging binnen de familie niet noodzakelijk is voor het voortbestaan van het bedrijf. Bovendien zou dit niet-familieleden binnen het bedrijf juist motiveren. Voor 65 procent van de ondervraagden is het niet noodzakelijk dat bestuursopvolging plaatsvindt binnen het familiebedrijf, zolang de familie de zeggenschap maar houdt, terwijl 30 procent dit wel wenselijk acht.
Externe kwaliteit belangrijker
De kwaliteit van de kandidaat is belangrijker dan familiebanden. Familiebedrijven worden steeds professioneler. Wanneer de familie geen geschikte opvolgingskandidaat biedt, kiest zij liever voor externe kwaliteit en regelt zij de zeggenschap op een andere manier. Bedrijven realiseren zich dat wanneer opvolging binnen de familie niet goed mogelijk is, dit niet het eind van het familiebedrijf hoeft te betekenen. Zeggenschap kan immers op diverse manieren worden geregeld. Via aandeelhouderschap, maar ook via een Stichting Administratiekantoor (STAK) of door familieleden zitting te laten nemen in de Raad van Commissarissen (RvC).
Risico’s en kansen externe bestuurder
Een externe bestuurder brengt volgens de ondervraagde bestuurders ook risico’s met zich mee. Maar liefst 62 procent van de ondervraagden is bang voor het feit dat de familiewaarden en het familiekarakter van de onderneming verloren gaan. Andere risico ’s zijn volgens hen het korte termijndenken van de directie (30 procent), het gebrek aan motivatie van de externe bestuurder (27 procent) en het feit dat de familie zich minder betrokken voelt wanneer een externe bestuurder aan het roer staat (27 procent). Maar de ondervraagden zien ook kansen bij een externe bestuurder. Er komt een frisse blik op de zaak en de onderneming zal op deze wijze zich kunnen voorbereiden op fusie en overnames. Zes op de tien bedrijven (59 procent) pleiten voor een RvC waarin personen van buiten de familie zitting hebben. Smits: Het mooie van een RvC is dat je hierin goede externen én familieleden zitting kunt laten nemen. Het advies is om een externe kandidaat te benoemen die affiniteit heeft met de praktijk van familiebedrijven. Een familiebedrijf is immers een bijzonder bedrijf.
vrijdag 11 maart 2011
Waardebepaling van uw onderneming
Op basis van toekomstige verdiencapaciteit zijn er 2 methoden om de waarde van een bedrijf te bepalen.
1. Discounted cashflow (DCF)
De DCF-methode blikt naar de toekomst en dan met name, de naam zegt het al, naar de kasstromen. Dat is niet voor niks. Belangrijker nog dan de winst – wat ’slechts’ een boekhoudkundig begrip is en dus manipuleerbaar – is de cashflow van een onderneming. Want alleen als er voldoende middelen de onderneming binnenstromen, is deze in staat om aan zijn verplichtingen te voldoen. En cash is een objectief begrip.
Bij de DCF-methode worden toekomstige geldstromen in kaart gebracht, vaak voor een periode van drie of vijf jaar omdat die periode te overzien is. De jaren daarna wordt het bedrijf geacht stationair te draaien. Deze periode heet de ‘restperiode’. De kasstromen worden ingeschat op basis van het businessplan en alle andere relevante gegevens die van de onderneming bekend zijn. Voor ieder jaar worden de inkomende kasstromen verrekend met uitgaande geldstromen, waarbij de financieringslasten en dividenduitkeringen buiten beschouwing blijven. Op die manier wordt duidelijk hoeveel ‘vrije kasstromen’ overblijven om leningen af te lossen, rente te betalen en de aandeelhouders te belonen voor hun inspanningen. Vaak worden drie scenario’s opgesteld: een worst case, een normal case en een best case scenario.
De DCF-methode biedt duidelijke voordelen. Het gaat uit van de toekomstige situatie en alleen die is relevant voor een koper. Ook gaat de methode uit van kasstromen en niet van (manipuleerbare) winstcijfers. Richting banken is een DCF berekening waardevol omdat zij bij het toekennen van leningen veel belang hechten aan toekomstige cashflows. Een ander voordeel is dat op basis van een DCF-rapport een zinvolle discussie kan worden gevoerd over de uitgangspunten van een onderneming.
2. Financierbaarheid
Een ander vertrekpunt is niet de waarde van de onderneming, maar de financierbaarheid van de koopsom. Op basis van uw eigen middelen en de prognoses voor de komende jaren kan een ervaren intermediair prima inschatten hoeveel u ongeveer kunt lenen bij de bank. Hiermee heeft u een plafond tot waar u kunt gaan. Komt u tot ongeveer anderhalf miljoen euro, terwijl de vraagprijs drie miljoen bedraagt, dan hoeft u de onderhandeling niet eens te starten. Is het verschil een paar ton, dan is dit mogelijk uit te onderhandelen of te overbruggen door een achtergestelde lening van de verkoper. Een bank waardeert een bedrijf niet bij een financieringsaanvraag, maar let vooral op de cashflows: kunt u de rente en aflossing betalen? Als een bank niet bereid is te financieren is dat een indicatie dat de prijs weleens hoger zou kunnen zijn dan de daadwerkelijke waarde van de onderneming.
U kunt mij direct contacten op 06 57 99 87 81 o. Door mijn jarenlange ervaring en kennis van bedrijfsovernames en financieringen gecombineerd met mijn bedrijfskundige achtergrond, ben ik inzetbaar als adviseur bij bedrijfsovernames, financieringen, businessplannen en als klankbord voor u als ondernemer.
1. Discounted cashflow (DCF)
De DCF-methode blikt naar de toekomst en dan met name, de naam zegt het al, naar de kasstromen. Dat is niet voor niks. Belangrijker nog dan de winst – wat ’slechts’ een boekhoudkundig begrip is en dus manipuleerbaar – is de cashflow van een onderneming. Want alleen als er voldoende middelen de onderneming binnenstromen, is deze in staat om aan zijn verplichtingen te voldoen. En cash is een objectief begrip.
Bij de DCF-methode worden toekomstige geldstromen in kaart gebracht, vaak voor een periode van drie of vijf jaar omdat die periode te overzien is. De jaren daarna wordt het bedrijf geacht stationair te draaien. Deze periode heet de ‘restperiode’. De kasstromen worden ingeschat op basis van het businessplan en alle andere relevante gegevens die van de onderneming bekend zijn. Voor ieder jaar worden de inkomende kasstromen verrekend met uitgaande geldstromen, waarbij de financieringslasten en dividenduitkeringen buiten beschouwing blijven. Op die manier wordt duidelijk hoeveel ‘vrije kasstromen’ overblijven om leningen af te lossen, rente te betalen en de aandeelhouders te belonen voor hun inspanningen. Vaak worden drie scenario’s opgesteld: een worst case, een normal case en een best case scenario.
De DCF-methode biedt duidelijke voordelen. Het gaat uit van de toekomstige situatie en alleen die is relevant voor een koper. Ook gaat de methode uit van kasstromen en niet van (manipuleerbare) winstcijfers. Richting banken is een DCF berekening waardevol omdat zij bij het toekennen van leningen veel belang hechten aan toekomstige cashflows. Een ander voordeel is dat op basis van een DCF-rapport een zinvolle discussie kan worden gevoerd over de uitgangspunten van een onderneming.
2. Financierbaarheid
Een ander vertrekpunt is niet de waarde van de onderneming, maar de financierbaarheid van de koopsom. Op basis van uw eigen middelen en de prognoses voor de komende jaren kan een ervaren intermediair prima inschatten hoeveel u ongeveer kunt lenen bij de bank. Hiermee heeft u een plafond tot waar u kunt gaan. Komt u tot ongeveer anderhalf miljoen euro, terwijl de vraagprijs drie miljoen bedraagt, dan hoeft u de onderhandeling niet eens te starten. Is het verschil een paar ton, dan is dit mogelijk uit te onderhandelen of te overbruggen door een achtergestelde lening van de verkoper. Een bank waardeert een bedrijf niet bij een financieringsaanvraag, maar let vooral op de cashflows: kunt u de rente en aflossing betalen? Als een bank niet bereid is te financieren is dat een indicatie dat de prijs weleens hoger zou kunnen zijn dan de daadwerkelijke waarde van de onderneming.
U kunt mij direct contacten op 06 57 99 87 81 o. Door mijn jarenlange ervaring en kennis van bedrijfsovernames en financieringen gecombineerd met mijn bedrijfskundige achtergrond, ben ik inzetbaar als adviseur bij bedrijfsovernames, financieringen, businessplannen en als klankbord voor u als ondernemer.
vrijdag 25 februari 2011
Financiering en het belang van diverse prognoses
In de regel berusten transacties tussen ondernemer en financier op een strakke planning, ambitieuze prognoses en boeteclausules voor het geval planning en prognose niet realistisch waren. Niettemin weten beide partijen dat de ontwikkeling van een onderneming tijd kost en dat prognoses - al dan niet gebaseerd op realistische aannames - niet zelden een al te optimistische inschatting zijn van de werkelijkheid. Bron Brooks.
Rendement
Het is gebruikelijk dat een aanvraag voor een bancaire financiering vergezeld gaat van een drie- tot vijfjarenplan. Hierbij gaat de ondernemer veelal uit van een voorspoedige gang van zaken, waarbij rente en schuld volgens plan worden afgelost. De bank hanteert dit positieve scenario als basis voor de kredietvoorwaarden, maar houdt voorzichtigheidshalve ook rekening met een minder positief draaiboek. Zodoende ontvangt de ondernemer een kredietofferte met convenanten of ratio's waaraan hij moet voldoen. Lukt dit niet, dan kan de bank aanvullende voorwaarden stellen dan wel het krediet opzeggen en zo nodig haar zekerheden uitwinnen.
De participatiemaatschappij die risicokapitaal verstrekt, neemt het optimistische meerjarenplan eveneens als basis. Net als de bank neemt zij in haar overeenkomst clausules op ter dekking van de risico's bij een minder gunstig scenario. Presteert de ondernemer volgens plan, dan realiseert de participatiemaatschappij een gezond rendement. Zoniet, dan kan een herverdeling plaatsvinden van het gerealiseerde rendement, waarbij de ondernemer het onderspit delft. Ook kan de participatiemaatschappij als extra beschermende maatregel het recht van ontslag van de directie bepalen.
Wat nu als het tij tegenzit? Krijgt de onderneming de tijd om zich te herstellen? In de meeste gevallen is dit niet het geval, want zowel de bank als de participatiemaatschappij hebben haast. De bank heeft belang bij tijdige aflossing omdat het krediet dat zij heeft verleend vaak niet volledig wordt gedekt door harde zekerheden. Bij veel participatiemaatschappijen geldt de verplichting dat de aandeelhouders binnen een bepaalde termijn worden terugbetaald. De duur van de participatie is dan afhankelijk van de (resterende) levensduur van het fonds. Met andere woorden, of de gewenste groei nu wel of niet heeft plaatsgevonden, de onderneming wordt verkocht.
Financiële prognose
Tegen deze race tegen de klok kan de ondernemer zijn bedrijf en zichzelf beschermen. Allereerst door middel van een realistisch meerjarenplan. Een ambitieuze prognose levert weliswaar gunstigere voorwaarden op in termen van lage rente of hoog aandelenbelang, maar het risico dat financiers strakke aanvullende voorwaarden stellen, neemt navenant toe. Voor de ondernemer vergroot dit de kans dat bij een tegenvallend bedrijfsresultaat de kosten hoger zijn dan de baten.
Ten tweede dient de ondernemer de ingrijpende consequenties van convenanten en aandeelhoudersafspraken niet te onderschatten. Het is dus raadzaam om zich goed te voorbereiden danwel een adviseur in de arm te nemen alvorens hierover bindende afspraken te maken. Immers, de partij aan de overzijde van de tafel is als geen ander thuis in deze materie.
Tot slot loont het de moeite om de organisatiestructuur en -cultuur van de financier te doorgronden: hoe zijn de belangen verdeeld en wat is de gebruikelijke handelwijze bij tegenvallende resultaten van een onderneming. Mijn advies: maak bij de keuze van een financieel partnership een goede kosten- batenafweging voor de lange termijn.
Voor vragen kunt u mij bellen op 06 – 5799 8781 Tevens ben ik een geregistreerde RAB® adviseur (www.rabregister.nl).
Met ruim 12 jaar praktijkervaring in bedrijfsovernames, bedrijfsfinancieringen en Corporate Finance, gecombineerd met mijn academische en bedrijfskundige achtergrond ben ik optimaal inzetbaar bij:
* bedrijfsfinancieringen incl. herstructuring en recovery
* bedrijfsoverdracht, overname en aankoop en verkoop bedrijf
* strategische businessplannen
* business coach / klankbord voor de ondernemer
Ik ben lid van divers instanties, te weten: Brancheorganisatie Bedrijfsoverdracht Bemiddelaars (BOBB), Industriele Kring Gorinchem (IKG), VNO NCW West, Werkgevers Drechtsteden, Unitas Business Club, Meerbusiness en De Ronde Tafel Gorinchem.
Ik ben zelf ondernemer en met onze succesvolle aanpak scoren wij ondanks de crisis nog altijd 100% op de uitgewerkte financieringsaanvragen en bedrijfsoverdrachten!
Neem vrijblijvend contact op en bel 06 57 99 87 81.
Rendement
Het is gebruikelijk dat een aanvraag voor een bancaire financiering vergezeld gaat van een drie- tot vijfjarenplan. Hierbij gaat de ondernemer veelal uit van een voorspoedige gang van zaken, waarbij rente en schuld volgens plan worden afgelost. De bank hanteert dit positieve scenario als basis voor de kredietvoorwaarden, maar houdt voorzichtigheidshalve ook rekening met een minder positief draaiboek. Zodoende ontvangt de ondernemer een kredietofferte met convenanten of ratio's waaraan hij moet voldoen. Lukt dit niet, dan kan de bank aanvullende voorwaarden stellen dan wel het krediet opzeggen en zo nodig haar zekerheden uitwinnen.
De participatiemaatschappij die risicokapitaal verstrekt, neemt het optimistische meerjarenplan eveneens als basis. Net als de bank neemt zij in haar overeenkomst clausules op ter dekking van de risico's bij een minder gunstig scenario. Presteert de ondernemer volgens plan, dan realiseert de participatiemaatschappij een gezond rendement. Zoniet, dan kan een herverdeling plaatsvinden van het gerealiseerde rendement, waarbij de ondernemer het onderspit delft. Ook kan de participatiemaatschappij als extra beschermende maatregel het recht van ontslag van de directie bepalen.
Wat nu als het tij tegenzit? Krijgt de onderneming de tijd om zich te herstellen? In de meeste gevallen is dit niet het geval, want zowel de bank als de participatiemaatschappij hebben haast. De bank heeft belang bij tijdige aflossing omdat het krediet dat zij heeft verleend vaak niet volledig wordt gedekt door harde zekerheden. Bij veel participatiemaatschappijen geldt de verplichting dat de aandeelhouders binnen een bepaalde termijn worden terugbetaald. De duur van de participatie is dan afhankelijk van de (resterende) levensduur van het fonds. Met andere woorden, of de gewenste groei nu wel of niet heeft plaatsgevonden, de onderneming wordt verkocht.
Financiële prognose
Tegen deze race tegen de klok kan de ondernemer zijn bedrijf en zichzelf beschermen. Allereerst door middel van een realistisch meerjarenplan. Een ambitieuze prognose levert weliswaar gunstigere voorwaarden op in termen van lage rente of hoog aandelenbelang, maar het risico dat financiers strakke aanvullende voorwaarden stellen, neemt navenant toe. Voor de ondernemer vergroot dit de kans dat bij een tegenvallend bedrijfsresultaat de kosten hoger zijn dan de baten.
Ten tweede dient de ondernemer de ingrijpende consequenties van convenanten en aandeelhoudersafspraken niet te onderschatten. Het is dus raadzaam om zich goed te voorbereiden danwel een adviseur in de arm te nemen alvorens hierover bindende afspraken te maken. Immers, de partij aan de overzijde van de tafel is als geen ander thuis in deze materie.
Tot slot loont het de moeite om de organisatiestructuur en -cultuur van de financier te doorgronden: hoe zijn de belangen verdeeld en wat is de gebruikelijke handelwijze bij tegenvallende resultaten van een onderneming. Mijn advies: maak bij de keuze van een financieel partnership een goede kosten- batenafweging voor de lange termijn.
Voor vragen kunt u mij bellen op 06 – 5799 8781 Tevens ben ik een geregistreerde RAB® adviseur (www.rabregister.nl).
Met ruim 12 jaar praktijkervaring in bedrijfsovernames, bedrijfsfinancieringen en Corporate Finance, gecombineerd met mijn academische en bedrijfskundige achtergrond ben ik optimaal inzetbaar bij:
* bedrijfsfinancieringen incl. herstructuring en recovery
* bedrijfsoverdracht, overname en aankoop en verkoop bedrijf
* strategische businessplannen
* business coach / klankbord voor de ondernemer
Ik ben lid van divers instanties, te weten: Brancheorganisatie Bedrijfsoverdracht Bemiddelaars (BOBB), Industriele Kring Gorinchem (IKG), VNO NCW West, Werkgevers Drechtsteden, Unitas Business Club, Meerbusiness en De Ronde Tafel Gorinchem.
Ik ben zelf ondernemer en met onze succesvolle aanpak scoren wij ondanks de crisis nog altijd 100% op de uitgewerkte financieringsaanvragen en bedrijfsoverdrachten!
Neem vrijblijvend contact op en bel 06 57 99 87 81.
maandag 21 februari 2011
Nederlandse mkb'er wil groeien door overnames
Overnamedrang ruim boven het wereldgemiddelde
Meer dan de helft (55%) van de Nederlandse mkb-bedrijven wil binnen drie jaar groeien door overnames, blijkt uit het International Business Report (IBR 2011) van accountants- en adviesorganisatie Grant Thornton.
De acquisitiebereidheid in Nederland steeg in de afgelopen twaalf maanden met veertien procentpunten
Dat percentage ligt 21 procentpunten boven het wereldgemiddelde (34%). Ook Europees gezien scoort Nederland bovengemiddeld, zeker als het gaat om de bereidheid tot grensoverschrijdende overnames. Het EU-gemiddelde staat daarbij op 40% en Nederland zit daar ruim boven met een gemiddelde van 48%.
Bedrijfsovername
De acquisitiebereidheid in Nederland steeg in de afgelopen twaalf maanden met veertien procentpunten. Wereldwijd nam deze bereidheid met acht procentpunten toe. De behoefte aan grensoverschrijdende transacties steeg dus ook in Nederland, zoals gezegd naar 48%. Dit percentage ligt wereldwijd op 32%.
Als het gaat om acquisitiebereidheid is net als in 2010 alleen Polen nog ambitieuzer (59%). Dit staat in scherp contrast tot de sterkst groeiende economie in de EU: Duitsland. Duitse mkb-bedrijven tonen juist heel weinig animo voor overnames en fusies, gezien het bescheiden percentage van 11%.
Overnamekandidaten
Schaalvergroting is net als vorig jaar de belangrijkste reden voor Nederlandse ondernemers om te acquireren (81%). In tegenstelling tot 2010 staat niet toegang tot nieuwe geografische markten (56%) op de tweede plek, maar toegang tot kostenbesparende operaties (60%). Overnames en fusies om de kosten te kunnen drukken, zijn namelijk in populariteit toegenomen met twaalf procentpunten.
Dit is opmerkelijk, want in dezelfde periode vorig jaar was deze key driver met negentien procentpunten gedaald. Het meer over de grens kijken voor overnamekandidaten kan hier een verklaring voor zijn. Het bemachtigen van nieuwe technologie of merken is met één op vier ook een vaak genoemd argument om te acquireren. Bron Brookz.
Meer dan de helft (55%) van de Nederlandse mkb-bedrijven wil binnen drie jaar groeien door overnames, blijkt uit het International Business Report (IBR 2011) van accountants- en adviesorganisatie Grant Thornton.
De acquisitiebereidheid in Nederland steeg in de afgelopen twaalf maanden met veertien procentpunten
Dat percentage ligt 21 procentpunten boven het wereldgemiddelde (34%). Ook Europees gezien scoort Nederland bovengemiddeld, zeker als het gaat om de bereidheid tot grensoverschrijdende overnames. Het EU-gemiddelde staat daarbij op 40% en Nederland zit daar ruim boven met een gemiddelde van 48%.
Bedrijfsovername
De acquisitiebereidheid in Nederland steeg in de afgelopen twaalf maanden met veertien procentpunten. Wereldwijd nam deze bereidheid met acht procentpunten toe. De behoefte aan grensoverschrijdende transacties steeg dus ook in Nederland, zoals gezegd naar 48%. Dit percentage ligt wereldwijd op 32%.
Als het gaat om acquisitiebereidheid is net als in 2010 alleen Polen nog ambitieuzer (59%). Dit staat in scherp contrast tot de sterkst groeiende economie in de EU: Duitsland. Duitse mkb-bedrijven tonen juist heel weinig animo voor overnames en fusies, gezien het bescheiden percentage van 11%.
Overnamekandidaten
Schaalvergroting is net als vorig jaar de belangrijkste reden voor Nederlandse ondernemers om te acquireren (81%). In tegenstelling tot 2010 staat niet toegang tot nieuwe geografische markten (56%) op de tweede plek, maar toegang tot kostenbesparende operaties (60%). Overnames en fusies om de kosten te kunnen drukken, zijn namelijk in populariteit toegenomen met twaalf procentpunten.
Dit is opmerkelijk, want in dezelfde periode vorig jaar was deze key driver met negentien procentpunten gedaald. Het meer over de grens kijken voor overnamekandidaten kan hier een verklaring voor zijn. Het bemachtigen van nieuwe technologie of merken is met één op vier ook een vaak genoemd argument om te acquireren. Bron Brookz.
donderdag 17 februari 2011
Eigen inbreng bij MBO/MBI belangrijk
Inzetten van uw eigen middelen voor de overname is onontkoombaar. Als u zelf al niet bereid bent om risico’s te lopen, waarom zou een bank het dan wel doen? Banken, maar ook andere financiers en investeerders, willen dat u maximale commitment toont. Ze willen dat u pijn lijdt als het misloopt, want alleen dan zult u zich maximaal inspannen om van het overgenomen bedrijf een succes te maken.Een koper die zich niet financieel committeert, kan zomaar in de verleiding komen om een leuke baan in loondienst te aanvaarden en zijn bedrijf vaarwel te zeggen. Financiers en investeerders hebben daar vanzelfsprekend geen trek in.
De hoogte van de eigen inbreng is relatief. Een koper die met het omkeren van het spaarvarken van zijn kinderen en met de spreekwoordelijke overwaarde op de caravan 50.000 euro bij elkaar sprokkelt en bereid is dit volledig in te zetten, zet meer op het spel dan een koper die een miljoen op z’n rekening heeft staan en maar een ton wil investeren. Geen enkele bank zal een koper helemaal leeg willen schudden, maar een koper zal wel een significant deel van zijn vermogen moeten inzetten.
De eigen middelen zijn meestal niet noodzakelijk om de transactie rond te krijgen. Doorgaans brengen kopers tussen de 50.000 en 200.000 euro aan eigen geld in. Op een overnamesom van vijf miljoen is dat een klein bedrag. De praktijk leert dat een bank bij een heel mooie deal bereid is om van de eigen inbreng af te zien, maar dit is echt een uitzondering. De belangrijkste bronnen voor de eigen inbreng zijn:
* spaarrekeningen
* aandelenpakketten
* de overwaarde op de eigen woning.
U kunt mij direct contacten op 06 57 99 87 81 of martijn.boer@havendijk.nl
www.havendijk.nl
De hoogte van de eigen inbreng is relatief. Een koper die met het omkeren van het spaarvarken van zijn kinderen en met de spreekwoordelijke overwaarde op de caravan 50.000 euro bij elkaar sprokkelt en bereid is dit volledig in te zetten, zet meer op het spel dan een koper die een miljoen op z’n rekening heeft staan en maar een ton wil investeren. Geen enkele bank zal een koper helemaal leeg willen schudden, maar een koper zal wel een significant deel van zijn vermogen moeten inzetten.
De eigen middelen zijn meestal niet noodzakelijk om de transactie rond te krijgen. Doorgaans brengen kopers tussen de 50.000 en 200.000 euro aan eigen geld in. Op een overnamesom van vijf miljoen is dat een klein bedrag. De praktijk leert dat een bank bij een heel mooie deal bereid is om van de eigen inbreng af te zien, maar dit is echt een uitzondering. De belangrijkste bronnen voor de eigen inbreng zijn:
* spaarrekeningen
* aandelenpakketten
* de overwaarde op de eigen woning.
U kunt mij direct contacten op 06 57 99 87 81 of martijn.boer@havendijk.nl
www.havendijk.nl
donderdag 20 januari 2011
Flexibiliteit cruciale factor bij waardering bedrijven
Flexibiliteit cruciale factor bij waardering bedrijven.
De waarde van ondernemingen wordt onder andere bepaald door de weging van zogenaamde risicofactoren. De recente economische crisis heeft ervoor gezorgd dat een aantal van die risico’s meer dan ooit reëel zijn geworden. Reden voor BDOCF om het standaard waarderingsmodel opnieuw onder de loep te nemen. Aan de hand van een enquête die werd ingevuld door meer dan 150 Nederlandse waarderingsexperts maakte BDOCF een aantal fundamentele aanpassingen in het model. Zo ontdekten ze zelfs een nieuwe risicofactor: de factor flexibiliteit. Een juiste waardering van een onderneming is vooral ten tijde van een overname van cruciaal belang.
De nieuwe factor flexibiliteit
Het onderzoek onder waarderingsexperts toonde aan dat er een geheel nieuwe risicofactor aan het model moet worden toegevoegd. Juist in deze tijden is het voor ondernemingen van belang om flexibel te zijn en dus snel te reageren op veranderende marktomstandigheden. Flexibele ondernemingen zijn in staat in slechte tijden snel hun productie te verlagen en juist weer op te voeren in een aantrekkende markt. Daarnaast zijn ze in staat snel in te springen op nieuwe trends en noviteiten. De mate van flexibiliteit kan worden geïdentificeerd aan de hand van de kostenstructuur. Ondernemingen met hoge vaste kosten zijn vaak minder goed in staat snel productie te verminderen zonder dat dit gepaard gaat met aanzienlijke extra kosten. Ook kan gelet worden op de aanwezigheid van contracten die afname en leveranties afdwingen. Ten slotte is de opbouw van het personeelsbestand (hoeveelheid vaste werknemers versus uitzendkrachten) ook een belangrijke indicator voor de flexibiliteit van de onderneming.
Overige factoren onverminderd belangrijk
Naast de nieuwe risicofactor is uit het onderzoek gebleken dat de overige zes reeds bekende risicofactoren, zoals de afhankelijkheid van management, afnemers en leveranciers, nog steeds in belangrijke mate van toepassing zijn. Een onderneming die in sterke mate afhankelijkheid is van één persoon, loopt risico als deze persoon onverhoopt wegvalt. Ditzelfde geldt voor afnemers en leveranciers. Bij kleinere ondernemingen zullen deze afhankelijkheden over het algemeen groter zijn dan bij grotere ondernemingen. Overige belangrijke risicofactoren zijn het hebben van een goed track record, spreiding van ondernemingsactiviteiten en toetredingsbarrières tot de markt waarin de onderneming opereert. Indien het een ondernemer lukt om deze risicofactoren te beperken, zal dit een positief effect hebben op de waarde van de onderneming.
U kunt mij direct contacten op 06 57 99 87 81 of martijn.boer@havendijk.nl
www.havendijk.nl
De waarde van ondernemingen wordt onder andere bepaald door de weging van zogenaamde risicofactoren. De recente economische crisis heeft ervoor gezorgd dat een aantal van die risico’s meer dan ooit reëel zijn geworden. Reden voor BDOCF om het standaard waarderingsmodel opnieuw onder de loep te nemen. Aan de hand van een enquête die werd ingevuld door meer dan 150 Nederlandse waarderingsexperts maakte BDOCF een aantal fundamentele aanpassingen in het model. Zo ontdekten ze zelfs een nieuwe risicofactor: de factor flexibiliteit. Een juiste waardering van een onderneming is vooral ten tijde van een overname van cruciaal belang.
De nieuwe factor flexibiliteit
Het onderzoek onder waarderingsexperts toonde aan dat er een geheel nieuwe risicofactor aan het model moet worden toegevoegd. Juist in deze tijden is het voor ondernemingen van belang om flexibel te zijn en dus snel te reageren op veranderende marktomstandigheden. Flexibele ondernemingen zijn in staat in slechte tijden snel hun productie te verlagen en juist weer op te voeren in een aantrekkende markt. Daarnaast zijn ze in staat snel in te springen op nieuwe trends en noviteiten. De mate van flexibiliteit kan worden geïdentificeerd aan de hand van de kostenstructuur. Ondernemingen met hoge vaste kosten zijn vaak minder goed in staat snel productie te verminderen zonder dat dit gepaard gaat met aanzienlijke extra kosten. Ook kan gelet worden op de aanwezigheid van contracten die afname en leveranties afdwingen. Ten slotte is de opbouw van het personeelsbestand (hoeveelheid vaste werknemers versus uitzendkrachten) ook een belangrijke indicator voor de flexibiliteit van de onderneming.
Overige factoren onverminderd belangrijk
Naast de nieuwe risicofactor is uit het onderzoek gebleken dat de overige zes reeds bekende risicofactoren, zoals de afhankelijkheid van management, afnemers en leveranciers, nog steeds in belangrijke mate van toepassing zijn. Een onderneming die in sterke mate afhankelijkheid is van één persoon, loopt risico als deze persoon onverhoopt wegvalt. Ditzelfde geldt voor afnemers en leveranciers. Bij kleinere ondernemingen zullen deze afhankelijkheden over het algemeen groter zijn dan bij grotere ondernemingen. Overige belangrijke risicofactoren zijn het hebben van een goed track record, spreiding van ondernemingsactiviteiten en toetredingsbarrières tot de markt waarin de onderneming opereert. Indien het een ondernemer lukt om deze risicofactoren te beperken, zal dit een positief effect hebben op de waarde van de onderneming.
U kunt mij direct contacten op 06 57 99 87 81 of martijn.boer@havendijk.nl
www.havendijk.nl
donderdag 13 januari 2011
Opstellen strucuur voor bedrijfsoverdracht
Juridische structuur
Allereerst valt te denken aan het opzetten van een gewenste juridische structuur, waarbij de fiscale consequenties van een verkoop zo beperkt mogelijk worden gehouden. Wanneer bijvoorbeeld de eigenaar in privé eigenaar is van de over te dragen onderneming, dient hij over de volledige verkoopwinst belasting te betalen.
Met het oog op een mogelijke bedrijfsoverdracht bestaat in MKB de ideale bedrijfsstructuur uit (ten minste) drie vennootschappen. Te weten:
1) een top-holding, waarin het pensioen en uitsluitend voor privé aangewende materiële vaste activa zijn ondergebracht;
2) een tussen-holding waarin het bedrijfsonroerend goed en eventueel de machines zijn ondergebracht;
3) een of meerdere werkmaatschappijen waarin alle bedrijfsgebonden activiteiten vallen.
Deze structuur biedt de ondernemer de mogelijkheid om, wanneer hij/zij daadwerkelijk wil overgaan tot een bedrijfsoverdracht, alsnog te kunnen bezien of alleen de werkmaatschappij of tevens het onroerend goed wordt overgedragen.
Het realiseren van de juiste juridische structuur, zonder dat dit onderhevig is aan belastingheffing, vereist over het algemeen drie tot zes jaar. Hieraan dient echter te worden toegevoegd dat naarmate dit proces eerder in gang wordt gezet des te groter de mogelijkheden zijn.
Bedrijfsoverdracht
Naast het opzetten van de juiste juridische structuur houdt een groot deel van het verkoopklaar maken van uw onderneming verband met het verlagen van het ondernemingspecifieke risico. U kunt hierbij denken aan het terugbrengen van de afhankelijkheid van de DGA, waarbij een groot deel van het klantencontact wordt overgedragen aan de bedrijfsleider of het management.
Tevens kan gedacht worden aan het aanbrengen van een goede spreiding in het klantenbestand, het verminderen van de afhankelijkheid van leveranciers en het verhogen van de kwaliteit van de interne administratieve organisatie. Onze ervaring leert dat kopers aan deze elementen veel waarde hechten en dat het werken hieraan over het algemeen een waardeverhogend effect heeft.
Ongeacht de vraag of de tijd rijp is om over te gaan tot bedrijfsoverdracht, kan in ieder geval met zekerheid gesteld worden dat de tijd altijd rijp is om er tijdig bij stil te staan en reeds de nodige voorzieningen te treffen.
Allereerst valt te denken aan het opzetten van een gewenste juridische structuur, waarbij de fiscale consequenties van een verkoop zo beperkt mogelijk worden gehouden. Wanneer bijvoorbeeld de eigenaar in privé eigenaar is van de over te dragen onderneming, dient hij over de volledige verkoopwinst belasting te betalen.
Met het oog op een mogelijke bedrijfsoverdracht bestaat in MKB de ideale bedrijfsstructuur uit (ten minste) drie vennootschappen. Te weten:
1) een top-holding, waarin het pensioen en uitsluitend voor privé aangewende materiële vaste activa zijn ondergebracht;
2) een tussen-holding waarin het bedrijfsonroerend goed en eventueel de machines zijn ondergebracht;
3) een of meerdere werkmaatschappijen waarin alle bedrijfsgebonden activiteiten vallen.
Deze structuur biedt de ondernemer de mogelijkheid om, wanneer hij/zij daadwerkelijk wil overgaan tot een bedrijfsoverdracht, alsnog te kunnen bezien of alleen de werkmaatschappij of tevens het onroerend goed wordt overgedragen.
Het realiseren van de juiste juridische structuur, zonder dat dit onderhevig is aan belastingheffing, vereist over het algemeen drie tot zes jaar. Hieraan dient echter te worden toegevoegd dat naarmate dit proces eerder in gang wordt gezet des te groter de mogelijkheden zijn.
Bedrijfsoverdracht
Naast het opzetten van de juiste juridische structuur houdt een groot deel van het verkoopklaar maken van uw onderneming verband met het verlagen van het ondernemingspecifieke risico. U kunt hierbij denken aan het terugbrengen van de afhankelijkheid van de DGA, waarbij een groot deel van het klantencontact wordt overgedragen aan de bedrijfsleider of het management.
Tevens kan gedacht worden aan het aanbrengen van een goede spreiding in het klantenbestand, het verminderen van de afhankelijkheid van leveranciers en het verhogen van de kwaliteit van de interne administratieve organisatie. Onze ervaring leert dat kopers aan deze elementen veel waarde hechten en dat het werken hieraan over het algemeen een waardeverhogend effect heeft.
Ongeacht de vraag of de tijd rijp is om over te gaan tot bedrijfsoverdracht, kan in ieder geval met zekerheid gesteld worden dat de tijd altijd rijp is om er tijdig bij stil te staan en reeds de nodige voorzieningen te treffen.
vrijdag 7 januari 2011
Keuze voor opvolging binnen familiebedrijf
De keuze voor een bepaald type overdracht hangt van een aantal factoren af. Veel ondernemers willen hun bedrijf graag aan hun zoon of dochter overdragen. Het belang van de volgende generatie staat voor hen voorop. Een overdracht buiten de familie komt vaak in beeld, wanneer er binnen de familie geen geschikte opvolger beschikbaar is. Veel voorkomende overdrachtsopties zijn in dat geval
een overname of een MBO /MBI . Hier speelt een belangenafweging tussen respectievelijk cashen en continuïteit voor de stakeholders van het bedrijf. Bij een overname spelen de financiële argumenten immers vaak een grote rol. Overdragers kiezen voor een MBO of MBI omdat zij grote waarde hechten aan het belang van bijvoorbeeld de manager(s) of de medewerkers.
Hoe zit het met de crisis?
De economische recessie heeft ook haar weerslag op de overdrachtsplannen van ondernemers. Eén op de vier respondenten die binnen drie jaar willen overdragen, geeft aan dat de recessie zorgt voor vertraging van de overdracht. Ondernemers stellen hun overdracht vooral uit omdat zij prioriteit willen geven aan de dagelijkse bedrijfsvoering en het behouden van klanten.
Wanneer een overdrachtsproces wel doorgang vindt, kan de crisis zorgen voor een moeizame financiering. De financiering vormt onder normale omstandigheden al een belangrijk knelpunt, zeker bij overdrachten buiten de familie. Dit probleem wordt alleen maar groter wanneer externe financiers door de recessie terughoudend zijn. Een oplossing hiervoor is dat de overdrager zelf financieel blijft participeren in het bedrijf. In dit onderzoek blijkt slechts 40% hiertoe bereid te zijn. Naast een versoepelde financiering kan het de betrokkenheid van de overdrager en gedeelde
kennis tussen beide partijen stimuleren. Men moet er hierbij op letten dat de opvolger het bedrijf naar zijn visie kan blijven leiden.
r wordt onderscheid gemaakt tussen een overdracht van eigendom binnen en buiten de familie. Bij overdrachten buiten de familie onderscheiden we een overname, fusie, Management Buy Out (MBO, overdracht aan één of meerdere werknemers) en een Management Buy In (MBI, overdracht aan een extern managementteam).
De crisis en de marktwaarde van mijn bedrijf Een goed beeld van de marktwaarde is bij een overdracht onmisbaar. Een verkeerd beeld kan immers leiden tot een onjuiste overdrachtskeuze en tot een moeizaam onderhandelingsproces met de
kopende partij. Uit het onderzoek blijkt echter dat maar weinig ondernemers daadwerkelijk precies weten wat hun bedrijf waard is. Met name de overdragers die een overdracht buiten de familie wensen, laten hier een flinke steek vallen: slechts één op de vier zegt een goed beeld te hebben van de marktwaarde. Deze groep ondernemers denkt daarnaast dat de waarde van hun bedrijf ondanks
de recessie ongeveer gelijk is gebleven. De ondernemers baseren dit beeld relatief vaak op eigen schattingen of puur op gevoel. Familieoverdragers daarentegen denken vaker dat de waarde van hun onderneming is gedaald en baseren hun beeld vaker op een waarderingsrapport. Zeker gedurende onrustige economische tijden is het maken van een secure schatting lastig en verdient een waarderingsrapport
aanbeveling.
Is een familieoverdracht de enige optie?
Overdragers die een familieoverdracht wensen, hebben vaak een groot vertrouwen in hun zoon of dochter. Ze zijn geneigd zich dusdanig op een familieopvolging te richten, dat andere overdrachtsopties uit beeld verdwijnen. Zo geeft de helft van de familieoverdragers aan niet open te staan voor een buitenfamiliale overdracht. Met name de mogelijkheid tot een MBO of MBI wordt vaak over het hoofd gezien. Een familieoverdracht blijkt echter lang niet altijd mogelijk te zijn. Veel overdragers
denken jarenlang aan een familieoverdracht, maar verkopen hun eigendom uiteindelijk toch buiten de familie. Daarom is het voor overdragers belangrijk altijd onderzoek te doen naar alternatieve opvolgers en overdrachtsvormen.
Succesfactoren
Bij overdrachten buiten de familie is het belangrijk dat beide partijen zo gelijkwaardig mogelijke informatie hebben over het bedrijf. Gelijke informatie is onder meer belangrijk voor eerlijke en soepele onderhandelingen over de prijs van het bedrijf. Met name bij een overname en een MBI is het belangrijk
dat het verschil in kennis tussen koper en verkoper zo veel mogelijk wordt verkleind. Tussenkomst van een onafhankelijke partij en het laten opstellen van een waarderingsrapport kan hierbij helpen. Bij een MBO speelt dit probleem minder, omdat de opvolger afkomstig is uit het bedrijf zelf. Om de financieringskwestie te tackelen, kan de overdrager de helpende hand bieden door financieel te
blijven participeren. Goede relaties en vertrouwen tussen overdrager en opvolger kunnen zowel overdracht van kennis, overeenstemming over de prijs als een goede financiering in de hand werken.Bron Centrum van Familiebedrijf.
een overname of een MBO /MBI . Hier speelt een belangenafweging tussen respectievelijk cashen en continuïteit voor de stakeholders van het bedrijf. Bij een overname spelen de financiële argumenten immers vaak een grote rol. Overdragers kiezen voor een MBO of MBI omdat zij grote waarde hechten aan het belang van bijvoorbeeld de manager(s) of de medewerkers.
Hoe zit het met de crisis?
De economische recessie heeft ook haar weerslag op de overdrachtsplannen van ondernemers. Eén op de vier respondenten die binnen drie jaar willen overdragen, geeft aan dat de recessie zorgt voor vertraging van de overdracht. Ondernemers stellen hun overdracht vooral uit omdat zij prioriteit willen geven aan de dagelijkse bedrijfsvoering en het behouden van klanten.
Wanneer een overdrachtsproces wel doorgang vindt, kan de crisis zorgen voor een moeizame financiering. De financiering vormt onder normale omstandigheden al een belangrijk knelpunt, zeker bij overdrachten buiten de familie. Dit probleem wordt alleen maar groter wanneer externe financiers door de recessie terughoudend zijn. Een oplossing hiervoor is dat de overdrager zelf financieel blijft participeren in het bedrijf. In dit onderzoek blijkt slechts 40% hiertoe bereid te zijn. Naast een versoepelde financiering kan het de betrokkenheid van de overdrager en gedeelde
kennis tussen beide partijen stimuleren. Men moet er hierbij op letten dat de opvolger het bedrijf naar zijn visie kan blijven leiden.
r wordt onderscheid gemaakt tussen een overdracht van eigendom binnen en buiten de familie. Bij overdrachten buiten de familie onderscheiden we een overname, fusie, Management Buy Out (MBO, overdracht aan één of meerdere werknemers) en een Management Buy In (MBI, overdracht aan een extern managementteam).
De crisis en de marktwaarde van mijn bedrijf Een goed beeld van de marktwaarde is bij een overdracht onmisbaar. Een verkeerd beeld kan immers leiden tot een onjuiste overdrachtskeuze en tot een moeizaam onderhandelingsproces met de
kopende partij. Uit het onderzoek blijkt echter dat maar weinig ondernemers daadwerkelijk precies weten wat hun bedrijf waard is. Met name de overdragers die een overdracht buiten de familie wensen, laten hier een flinke steek vallen: slechts één op de vier zegt een goed beeld te hebben van de marktwaarde. Deze groep ondernemers denkt daarnaast dat de waarde van hun bedrijf ondanks
de recessie ongeveer gelijk is gebleven. De ondernemers baseren dit beeld relatief vaak op eigen schattingen of puur op gevoel. Familieoverdragers daarentegen denken vaker dat de waarde van hun onderneming is gedaald en baseren hun beeld vaker op een waarderingsrapport. Zeker gedurende onrustige economische tijden is het maken van een secure schatting lastig en verdient een waarderingsrapport
aanbeveling.
Is een familieoverdracht de enige optie?
Overdragers die een familieoverdracht wensen, hebben vaak een groot vertrouwen in hun zoon of dochter. Ze zijn geneigd zich dusdanig op een familieopvolging te richten, dat andere overdrachtsopties uit beeld verdwijnen. Zo geeft de helft van de familieoverdragers aan niet open te staan voor een buitenfamiliale overdracht. Met name de mogelijkheid tot een MBO of MBI wordt vaak over het hoofd gezien. Een familieoverdracht blijkt echter lang niet altijd mogelijk te zijn. Veel overdragers
denken jarenlang aan een familieoverdracht, maar verkopen hun eigendom uiteindelijk toch buiten de familie. Daarom is het voor overdragers belangrijk altijd onderzoek te doen naar alternatieve opvolgers en overdrachtsvormen.
Succesfactoren
Bij overdrachten buiten de familie is het belangrijk dat beide partijen zo gelijkwaardig mogelijke informatie hebben over het bedrijf. Gelijke informatie is onder meer belangrijk voor eerlijke en soepele onderhandelingen over de prijs van het bedrijf. Met name bij een overname en een MBI is het belangrijk
dat het verschil in kennis tussen koper en verkoper zo veel mogelijk wordt verkleind. Tussenkomst van een onafhankelijke partij en het laten opstellen van een waarderingsrapport kan hierbij helpen. Bij een MBO speelt dit probleem minder, omdat de opvolger afkomstig is uit het bedrijf zelf. Om de financieringskwestie te tackelen, kan de overdrager de helpende hand bieden door financieel te
blijven participeren. Goede relaties en vertrouwen tussen overdrager en opvolger kunnen zowel overdracht van kennis, overeenstemming over de prijs als een goede financiering in de hand werken.Bron Centrum van Familiebedrijf.
maandag 22 november 2010
Liquiditeit groot probleem voor mkb'ers
Liquiditeit groot probleem voor mkb'ers
Veel ondernemers kunnen niet aan lopende betalingsverplichtingen voldoen
Meer dan de helft van de ondernemers heeft onvoldoende geld in kas om drie maanden kostendekkend te zijn, blijkt uit onderzoek van TNS NIPO Nederland onder 556 directeuren-grootaandeelhouders (DGA's) in opdracht van ING Assurantiekantoren Nederland.
Veel ondernemers kunnen niet aan lopende betalingsverplichtingen voldoen
Ongeveer één op de tien mkb'ers wist de afgelopen drie jaar de omzet met meer dan 25 procent te laten stijgen, ondanks de economische crisis. Daarnaast heeft driekwart van alle DGA's de ambitie in de komende vijf jaar te groeien.
Liquiditeitsmanagement
Maar groei is van grote invloed op het risicoprofiel van ondernemingen', zegt algemeen directeur Heleen de Heer van ING Assurantiekantoren Nederland. 'Wanneer ondernemers groeien, zullen ze niet zo snel geneigd zijn te analyseren wat er mis kan gaan.'
Eén van die bedrijfrisico's is dus liquiditeit. Om het probleem zoveel mogelijk onder controle te krijgen, kunnen ondernemers aan financiële planning doen. Met liquiditeitsmanagement worden de risico's zoveel mogelijk in kaart gebracht, waardoor problemen vaak ver van tevoren zichtbaar worden.
Financiering
Door de nijpende liquiditeitssituatie van mkb'ers zal er behoefte zijn aan financiering om aan de lopende betalingsverplichtingen te voldoen. Uit het halfjaaronderzoek Financieringsmonitor mkb (juli 2010) van het ministerie van Economische Zaken bleek dat verreweg de belangrijkste bestemming van de gezochte financiering extra werkkapitaal is, namelijk 45 procent.
Liquiditeitsmanagement helpt niet alleen om de risico's in kaart te brengen, maar financiers hechten er ook waarde aan. De cijfers van een onderneming worden bekend, waardoor bijvoorbeeld banken eerder bereid zijn tot financiering. In veel gevallen zal liquiditeitsmanagement een bijdrage leveren aan de financiële gezondheid van het bedrijf en kapitaalverschaffers eerder over de streep trekken.
U kunt mij direct contacten op 06 57 99 87 81 of martijn.boer@havendijk.nl. Ik ben cum laude afgestudeerd als Register Adviseur Bedrijfsopvolging (RAB) en daarmee gecertificeerd adviseur in bedrijfsoverdracht. Door mijn jarenlange ervaring en kennis van bedrijfsovernames en financieringen gecombineerd met mijn bedrijfskundige achtergrond, ben ik inzetbaar als adviseur bij bedrijfsovernames, financieringen, businessplannen en als klankbord voor u als ondernemer.
Veel ondernemers kunnen niet aan lopende betalingsverplichtingen voldoen
Meer dan de helft van de ondernemers heeft onvoldoende geld in kas om drie maanden kostendekkend te zijn, blijkt uit onderzoek van TNS NIPO Nederland onder 556 directeuren-grootaandeelhouders (DGA's) in opdracht van ING Assurantiekantoren Nederland.
Veel ondernemers kunnen niet aan lopende betalingsverplichtingen voldoen
Ongeveer één op de tien mkb'ers wist de afgelopen drie jaar de omzet met meer dan 25 procent te laten stijgen, ondanks de economische crisis. Daarnaast heeft driekwart van alle DGA's de ambitie in de komende vijf jaar te groeien.
Liquiditeitsmanagement
Maar groei is van grote invloed op het risicoprofiel van ondernemingen', zegt algemeen directeur Heleen de Heer van ING Assurantiekantoren Nederland. 'Wanneer ondernemers groeien, zullen ze niet zo snel geneigd zijn te analyseren wat er mis kan gaan.'
Eén van die bedrijfrisico's is dus liquiditeit. Om het probleem zoveel mogelijk onder controle te krijgen, kunnen ondernemers aan financiële planning doen. Met liquiditeitsmanagement worden de risico's zoveel mogelijk in kaart gebracht, waardoor problemen vaak ver van tevoren zichtbaar worden.
Financiering
Door de nijpende liquiditeitssituatie van mkb'ers zal er behoefte zijn aan financiering om aan de lopende betalingsverplichtingen te voldoen. Uit het halfjaaronderzoek Financieringsmonitor mkb (juli 2010) van het ministerie van Economische Zaken bleek dat verreweg de belangrijkste bestemming van de gezochte financiering extra werkkapitaal is, namelijk 45 procent.
Liquiditeitsmanagement helpt niet alleen om de risico's in kaart te brengen, maar financiers hechten er ook waarde aan. De cijfers van een onderneming worden bekend, waardoor bijvoorbeeld banken eerder bereid zijn tot financiering. In veel gevallen zal liquiditeitsmanagement een bijdrage leveren aan de financiële gezondheid van het bedrijf en kapitaalverschaffers eerder over de streep trekken.
U kunt mij direct contacten op 06 57 99 87 81 of martijn.boer@havendijk.nl. Ik ben cum laude afgestudeerd als Register Adviseur Bedrijfsopvolging (RAB) en daarmee gecertificeerd adviseur in bedrijfsoverdracht. Door mijn jarenlange ervaring en kennis van bedrijfsovernames en financieringen gecombineerd met mijn bedrijfskundige achtergrond, ben ik inzetbaar als adviseur bij bedrijfsovernames, financieringen, businessplannen en als klankbord voor u als ondernemer.
donderdag 30 september 2010
LENEN WORDT CRIME
Interessant artikel in FD Outlook van vorige week:
CM&P Gorinchem heeft creatieve oplossingen voor financieringen. Meest belangrijk is dat een kredietaanvraag op een professionele manier aan de bank wordt gepresenteerd. Wij beleiden en adviseren bedrijven met het uitwerken van hun kredietaanvraag en zorgen ervoor dat er een gedegen verhaal bij de bank terechtkomt. Voor de meest optimale financieringsconstructie zoekt CM&P naar alternatieven, bijvoorbeeld door aanpassing van de financieringsconstructie of door de aanvraag voor te leggen aan andere partijen.
Hieronder het artikel:
door CYP WAGENAAR
Cyp Wagenaar is directeur-eigenaar van Mesys et zou bijna lachwekkend zijn, als het niet zo ernstig was.
Sinds het uitbreken van de kredietcrisis is het aanvragen van financiering een crime geworden. Een ondernemer doet zijn beklag. 'De souplesse is verdwenen.'
Ik kan me de tijd nog herinneren dat mijn vader met de directeur van de bank sprak en ter plekke een financiering regelde. Dat was in de tijd dat een directeur van een bank nog iemand van enige importantie was.
In de afgelopen 40 jaar is er heel wat veranderd. Een ondernemer die nu bij een bank voor financiering aanklopt, krijgt helemaal geen beslissers meer te spreken. Hij of zij overlegt, schetst een horizon, en de relatiemanager bekijkt tot jaren terug wat de ondernemer heeft gedaan. Vervolgens maakt die bankmanager een rapport over het bedrijf van de ondernemer, een rapport dat de ondernemer zelf niet te zien krijgt, dat enige echelons hoger in de bankhiërarchie wordt bekeken en besproken. Hier wordt een oordeel geveld, dat de ondernemer vervolgens als een mededeling krijgt aangereikt.
Persoonlijk heb ik dit proces meerdere keren meegemaakt en ik vind het zeer frustrerend. Nooit weet ik of mijn verhaal goed is overgekomen, of de juiste zaken gemeld zijn, of specifieke kwesties gedetailleerder zouden moeten worden belicht. Daar komt bij dat ondernemers bij een bank vaak te maken hebben met wisselingen van de wacht.
Een bank kijkt naar de branche waarin het bedrijf opereert en naar de kengetallen uit die branche. Het unieke bedrijf dat gebruikmaakt van innovatiekracht, van een marktpositie en een strategisch plan speelt geen rol. De bankmedewerkers kijken liever terug. Ik heb nog nooit meegemaakt datde bank keek naar het productenpallet, naar de nieuwe ontwikkelingen en naar de potentiële markten. Dit communicatieprobleem zal niet opgelost worden zolang de bank geen echte kennis uit dezelfde branche inhuurt. Dit in tegenstelling tot de ontwikkelingsmaatschappijen die deze kennis duidelijk wel in huis halen.
Banken maken ook nogal eens, en met liefde, misbruik van een situatie waarbij een ondernemer enige haast heeft, bijvoorbeeld voor de financiering van een grote order. Banken nemen dan een ruime doorlooptijd en eisen forse zekerheden. Als de tijdsdruk wegvalt, blijkt opeens dat de gevraagde zekerheden helemaal niet zo noodzakelijk waren en dat de bank vooral het momentum wilde gebruiken.
De laatste tijd zie ik ook dat banken steeds meer gegevens willen hebben. In de eerste gesprekken meldt de relatiemanager doorgaans dat er niets is veranderd ten opzichte van voor de kredietcrisis, maar bij het indienen van de aanvraag blijken toch veel meer data te moeten worden aangeleverd
.
Ons bedrijf Mesys is een leverancier van industriële luchtreiniging en zogenoemde afgasreiniging. De afgelopen jaren draaiden we goed, en in het eerste halfjaar 2010 waren de cijfers weer uitstekend. Daardoor moeten we wel uitbreiden in werkruimten en kantoren. Bij de eerste gesprekken met de banken bleek dat we moesten rekenen op een doorlooptijd van 3 tot 6 weken, nadat alle gegevens waren aangeleverd. Alle data, daar blijkt de crux te zitten. Het begrip 'alle' gaat zeer ver; meerdere keren komen de banken met vragen. Een ondernemer moet rekenen op een doorlooptijd van meerdere maanden. Terwijl enige spoed noodzakelijk is. Maakt de bank misbruik van de tijdsdruk door buitensporige zekerheden te stellen? Daar lijkt het wel op.
Een ander kwestie die het aanvragen van financiering tot een crime maakt, is de neiging van banken om te krappe financiering aan te bieden. Het resultaat is vaak dat bedrijven langs het randje moeten lopen. Ik heb menig bedrijf hierdoor in de problemen zien komen. Recent mocht ik dit probleem ook zelf ervaren toen de bank voorstelde om een groot deel van het werkkapitaal in de bedrijfsuitbreiding te steken.
Natuurlijk begrijp ik dat banken in een moeilijk vaarwater terecht zijn gekomen. De eisen worden hoger en de souplesse verdwijnt beetje bij beetje. Maar het gevolg is dat een jarenlange relatie ineens niet meer telt. In het echte bedrijfsleven gaat dat toch heel anders! Eén advies aan collega-ondernemers: ga over financiering praten als je het nog niet nodig hebt, en neem er dan ruim de tijd voor. Klop ook bij meerdere banken aan. Zie het als het verkrijgen van een order - hoe vreemd dat ook moge klinken, want eigenlijk zijn we klanten. Helaas zijn banken dat anders gaan zien.
Bron FD Outlook
CM&P Gorinchem heeft creatieve oplossingen voor financieringen. Meest belangrijk is dat een kredietaanvraag op een professionele manier aan de bank wordt gepresenteerd. Wij beleiden en adviseren bedrijven met het uitwerken van hun kredietaanvraag en zorgen ervoor dat er een gedegen verhaal bij de bank terechtkomt. Voor de meest optimale financieringsconstructie zoekt CM&P naar alternatieven, bijvoorbeeld door aanpassing van de financieringsconstructie of door de aanvraag voor te leggen aan andere partijen.
Hieronder het artikel:
door CYP WAGENAAR
Cyp Wagenaar is directeur-eigenaar van Mesys et zou bijna lachwekkend zijn, als het niet zo ernstig was.
Sinds het uitbreken van de kredietcrisis is het aanvragen van financiering een crime geworden. Een ondernemer doet zijn beklag. 'De souplesse is verdwenen.'
Ik kan me de tijd nog herinneren dat mijn vader met de directeur van de bank sprak en ter plekke een financiering regelde. Dat was in de tijd dat een directeur van een bank nog iemand van enige importantie was.
In de afgelopen 40 jaar is er heel wat veranderd. Een ondernemer die nu bij een bank voor financiering aanklopt, krijgt helemaal geen beslissers meer te spreken. Hij of zij overlegt, schetst een horizon, en de relatiemanager bekijkt tot jaren terug wat de ondernemer heeft gedaan. Vervolgens maakt die bankmanager een rapport over het bedrijf van de ondernemer, een rapport dat de ondernemer zelf niet te zien krijgt, dat enige echelons hoger in de bankhiërarchie wordt bekeken en besproken. Hier wordt een oordeel geveld, dat de ondernemer vervolgens als een mededeling krijgt aangereikt.
Persoonlijk heb ik dit proces meerdere keren meegemaakt en ik vind het zeer frustrerend. Nooit weet ik of mijn verhaal goed is overgekomen, of de juiste zaken gemeld zijn, of specifieke kwesties gedetailleerder zouden moeten worden belicht. Daar komt bij dat ondernemers bij een bank vaak te maken hebben met wisselingen van de wacht.
Een bank kijkt naar de branche waarin het bedrijf opereert en naar de kengetallen uit die branche. Het unieke bedrijf dat gebruikmaakt van innovatiekracht, van een marktpositie en een strategisch plan speelt geen rol. De bankmedewerkers kijken liever terug. Ik heb nog nooit meegemaakt datde bank keek naar het productenpallet, naar de nieuwe ontwikkelingen en naar de potentiële markten. Dit communicatieprobleem zal niet opgelost worden zolang de bank geen echte kennis uit dezelfde branche inhuurt. Dit in tegenstelling tot de ontwikkelingsmaatschappijen die deze kennis duidelijk wel in huis halen.
Banken maken ook nogal eens, en met liefde, misbruik van een situatie waarbij een ondernemer enige haast heeft, bijvoorbeeld voor de financiering van een grote order. Banken nemen dan een ruime doorlooptijd en eisen forse zekerheden. Als de tijdsdruk wegvalt, blijkt opeens dat de gevraagde zekerheden helemaal niet zo noodzakelijk waren en dat de bank vooral het momentum wilde gebruiken.
De laatste tijd zie ik ook dat banken steeds meer gegevens willen hebben. In de eerste gesprekken meldt de relatiemanager doorgaans dat er niets is veranderd ten opzichte van voor de kredietcrisis, maar bij het indienen van de aanvraag blijken toch veel meer data te moeten worden aangeleverd
.
Ons bedrijf Mesys is een leverancier van industriële luchtreiniging en zogenoemde afgasreiniging. De afgelopen jaren draaiden we goed, en in het eerste halfjaar 2010 waren de cijfers weer uitstekend. Daardoor moeten we wel uitbreiden in werkruimten en kantoren. Bij de eerste gesprekken met de banken bleek dat we moesten rekenen op een doorlooptijd van 3 tot 6 weken, nadat alle gegevens waren aangeleverd. Alle data, daar blijkt de crux te zitten. Het begrip 'alle' gaat zeer ver; meerdere keren komen de banken met vragen. Een ondernemer moet rekenen op een doorlooptijd van meerdere maanden. Terwijl enige spoed noodzakelijk is. Maakt de bank misbruik van de tijdsdruk door buitensporige zekerheden te stellen? Daar lijkt het wel op.
Een ander kwestie die het aanvragen van financiering tot een crime maakt, is de neiging van banken om te krappe financiering aan te bieden. Het resultaat is vaak dat bedrijven langs het randje moeten lopen. Ik heb menig bedrijf hierdoor in de problemen zien komen. Recent mocht ik dit probleem ook zelf ervaren toen de bank voorstelde om een groot deel van het werkkapitaal in de bedrijfsuitbreiding te steken.
Natuurlijk begrijp ik dat banken in een moeilijk vaarwater terecht zijn gekomen. De eisen worden hoger en de souplesse verdwijnt beetje bij beetje. Maar het gevolg is dat een jarenlange relatie ineens niet meer telt. In het echte bedrijfsleven gaat dat toch heel anders! Eén advies aan collega-ondernemers: ga over financiering praten als je het nog niet nodig hebt, en neem er dan ruim de tijd voor. Klop ook bij meerdere banken aan. Zie het als het verkrijgen van een order - hoe vreemd dat ook moge klinken, want eigenlijk zijn we klanten. Helaas zijn banken dat anders gaan zien.
Bron FD Outlook
Abonneren op:
Posts (Atom)