In de regel berusten transacties tussen ondernemer en financier op een strakke planning, ambitieuze prognoses en boeteclausules voor het geval planning en prognose niet realistisch waren. Niettemin weten beide partijen dat de ontwikkeling van een onderneming tijd kost en dat prognoses - al dan niet gebaseerd op realistische aannames - niet zelden een al te optimistische inschatting zijn van de werkelijkheid. Bron Brooks.
Rendement
Het is gebruikelijk dat een aanvraag voor een bancaire financiering vergezeld gaat van een drie- tot vijfjarenplan. Hierbij gaat de ondernemer veelal uit van een voorspoedige gang van zaken, waarbij rente en schuld volgens plan worden afgelost. De bank hanteert dit positieve scenario als basis voor de kredietvoorwaarden, maar houdt voorzichtigheidshalve ook rekening met een minder positief draaiboek. Zodoende ontvangt de ondernemer een kredietofferte met convenanten of ratio's waaraan hij moet voldoen. Lukt dit niet, dan kan de bank aanvullende voorwaarden stellen dan wel het krediet opzeggen en zo nodig haar zekerheden uitwinnen.
De participatiemaatschappij die risicokapitaal verstrekt, neemt het optimistische meerjarenplan eveneens als basis. Net als de bank neemt zij in haar overeenkomst clausules op ter dekking van de risico's bij een minder gunstig scenario. Presteert de ondernemer volgens plan, dan realiseert de participatiemaatschappij een gezond rendement. Zoniet, dan kan een herverdeling plaatsvinden van het gerealiseerde rendement, waarbij de ondernemer het onderspit delft. Ook kan de participatiemaatschappij als extra beschermende maatregel het recht van ontslag van de directie bepalen.
Wat nu als het tij tegenzit? Krijgt de onderneming de tijd om zich te herstellen? In de meeste gevallen is dit niet het geval, want zowel de bank als de participatiemaatschappij hebben haast. De bank heeft belang bij tijdige aflossing omdat het krediet dat zij heeft verleend vaak niet volledig wordt gedekt door harde zekerheden. Bij veel participatiemaatschappijen geldt de verplichting dat de aandeelhouders binnen een bepaalde termijn worden terugbetaald. De duur van de participatie is dan afhankelijk van de (resterende) levensduur van het fonds. Met andere woorden, of de gewenste groei nu wel of niet heeft plaatsgevonden, de onderneming wordt verkocht.
Financiële prognose
Tegen deze race tegen de klok kan de ondernemer zijn bedrijf en zichzelf beschermen. Allereerst door middel van een realistisch meerjarenplan. Een ambitieuze prognose levert weliswaar gunstigere voorwaarden op in termen van lage rente of hoog aandelenbelang, maar het risico dat financiers strakke aanvullende voorwaarden stellen, neemt navenant toe. Voor de ondernemer vergroot dit de kans dat bij een tegenvallend bedrijfsresultaat de kosten hoger zijn dan de baten.
Ten tweede dient de ondernemer de ingrijpende consequenties van convenanten en aandeelhoudersafspraken niet te onderschatten. Het is dus raadzaam om zich goed te voorbereiden danwel een adviseur in de arm te nemen alvorens hierover bindende afspraken te maken. Immers, de partij aan de overzijde van de tafel is als geen ander thuis in deze materie.
Tot slot loont het de moeite om de organisatiestructuur en -cultuur van de financier te doorgronden: hoe zijn de belangen verdeeld en wat is de gebruikelijke handelwijze bij tegenvallende resultaten van een onderneming. Mijn advies: maak bij de keuze van een financieel partnership een goede kosten- batenafweging voor de lange termijn.
Voor vragen kunt u mij bellen op 06 – 5799 8781 Tevens ben ik een geregistreerde RAB® adviseur (www.rabregister.nl).
Met ruim 12 jaar praktijkervaring in bedrijfsovernames, bedrijfsfinancieringen en Corporate Finance, gecombineerd met mijn academische en bedrijfskundige achtergrond ben ik optimaal inzetbaar bij:
* bedrijfsfinancieringen incl. herstructuring en recovery
* bedrijfsoverdracht, overname en aankoop en verkoop bedrijf
* strategische businessplannen
* business coach / klankbord voor de ondernemer
Ik ben lid van divers instanties, te weten: Brancheorganisatie Bedrijfsoverdracht Bemiddelaars (BOBB), Industriele Kring Gorinchem (IKG), VNO NCW West, Werkgevers Drechtsteden, Unitas Business Club, Meerbusiness en De Ronde Tafel Gorinchem.
Ik ben zelf ondernemer en met onze succesvolle aanpak scoren wij ondanks de crisis nog altijd 100% op de uitgewerkte financieringsaanvragen en bedrijfsoverdrachten!
Neem vrijblijvend contact op en bel 06 57 99 87 81.
Ik ben eigenaar van BCG Corporate Finance B.V. Ik ben oud bankier en heb ruim 10 jaar bankierservaring. Tevens ben ik afgestudeerd als Register Adviseur Bedrijfsopvolging (RAB) en daarmee gecertificeerd adviseur in bedrijfsoverdracht. Met 20 jaar praktijkervaring in bedrijfsfinancieringen, bedrijfsovernames, Corporate Finance, gecombineerd met mijn academische en bedrijfskundige achtergrond ben ik optimaal inzetbaar bij Overnames, Financieringen en Strategie.
vrijdag 25 februari 2011
woensdag 23 februari 2011
Fase na de bedrijfsovername
Ondernemers die ooit een bedrijf hebben gekocht weten het: een bedrijfsovername begint pas echt wanneer de juridische overdracht is voltooid. De bedrijfsvoering en financiën moeten worden doorgelicht, klanten en leveranciers bezocht en de werknemers geïnformeerd. Veel van deze zaken zijn praktisch of commercieel van aard. Toch sta ik graag even stil bij de juridische kant van deze aspecten, en zeker in verhouding tot de overnameovereenkomst.
Managementstijl
Vaak heeft de Verkoper garanties afgegeven over zaken die na de overdracht onder de verantwoordelijkheid van de Koper vallen. Hierbij kun je denken aan bijvoorbeeld het aanblijven van klanten of essentiële personeelsleden. Als een klant of werknemer na de overname aangeeft te willen of zullen vertrekken, is een Koper vaak te druk met het ontwikkelen van het recent gekocht bedrijf om de onder druk staande relatie met de klant/werknemer de aandacht te geven die deze op dat moment verdient.
En een Koper zal al helemaal geen tijd hebben om deze ontwikkelingen met de Verkoper te delen of te bespreken. In een eventuele juridische procedure, kan dit gebrek aan nazorg een Koper duur komen te staan.
Wanneer de gerezen situatie resulteert in een daadwerkelijk vertrek van de klant/werknemer, zal een Koper - daarbij ingefluisterd door zijn kostbare adviseurs - in die situatie wel onmiddellijk bij de Verkoper op de stoep staan om de geleden schade vergoed te krijgen. Het gevolg: een eindeloze, zeer kostbare en niet te winnen discussie over de reden van vertrek. Lag het aan de overname zelf, of aan de stijl van managen van de Koper?
Bedrijfsoverdracht
Het beste advies: behandel je wederpartij zoals je zelf behandeld zou willen worden. Een Verkoper wordt over het algemeen graag betrokken bij de overdracht van de bedrijfsvoering, een bezoek aan een belangrijke klant of een gesprek met een essentiële werknemer. Een Koper zal hier zeker om moeten vragen om de Verkoper in de gelegenheid te stellen zijn schade te beperken. Een Koper wordt daarentegen graag in zijn waarde gelaten ten aanzien van de zakelijke keuzes die hij maakt. Een Verkoper zal dit moeten respecteren. Als deze gesprekken vervolgens goed worden vastgelegd, ontstaat een veel betere uitgangspositie in een eventuele procedure.
Kortom, blijf na de overname in gesprek met je wederpartij. Het verkleint de kans op schade, verbetert je positie in een eventuele procedure.
U kunt mij direct contacten op 06 57 99 87 81 of martijn.boer@havendijk.nl
www.havendijk.nl
Managementstijl
Vaak heeft de Verkoper garanties afgegeven over zaken die na de overdracht onder de verantwoordelijkheid van de Koper vallen. Hierbij kun je denken aan bijvoorbeeld het aanblijven van klanten of essentiële personeelsleden. Als een klant of werknemer na de overname aangeeft te willen of zullen vertrekken, is een Koper vaak te druk met het ontwikkelen van het recent gekocht bedrijf om de onder druk staande relatie met de klant/werknemer de aandacht te geven die deze op dat moment verdient.
En een Koper zal al helemaal geen tijd hebben om deze ontwikkelingen met de Verkoper te delen of te bespreken. In een eventuele juridische procedure, kan dit gebrek aan nazorg een Koper duur komen te staan.
Wanneer de gerezen situatie resulteert in een daadwerkelijk vertrek van de klant/werknemer, zal een Koper - daarbij ingefluisterd door zijn kostbare adviseurs - in die situatie wel onmiddellijk bij de Verkoper op de stoep staan om de geleden schade vergoed te krijgen. Het gevolg: een eindeloze, zeer kostbare en niet te winnen discussie over de reden van vertrek. Lag het aan de overname zelf, of aan de stijl van managen van de Koper?
Bedrijfsoverdracht
Het beste advies: behandel je wederpartij zoals je zelf behandeld zou willen worden. Een Verkoper wordt over het algemeen graag betrokken bij de overdracht van de bedrijfsvoering, een bezoek aan een belangrijke klant of een gesprek met een essentiële werknemer. Een Koper zal hier zeker om moeten vragen om de Verkoper in de gelegenheid te stellen zijn schade te beperken. Een Koper wordt daarentegen graag in zijn waarde gelaten ten aanzien van de zakelijke keuzes die hij maakt. Een Verkoper zal dit moeten respecteren. Als deze gesprekken vervolgens goed worden vastgelegd, ontstaat een veel betere uitgangspositie in een eventuele procedure.
Kortom, blijf na de overname in gesprek met je wederpartij. Het verkleint de kans op schade, verbetert je positie in een eventuele procedure.
U kunt mij direct contacten op 06 57 99 87 81 of martijn.boer@havendijk.nl
www.havendijk.nl
maandag 21 februari 2011
Nederlandse mkb'er wil groeien door overnames
Overnamedrang ruim boven het wereldgemiddelde
Meer dan de helft (55%) van de Nederlandse mkb-bedrijven wil binnen drie jaar groeien door overnames, blijkt uit het International Business Report (IBR 2011) van accountants- en adviesorganisatie Grant Thornton.
De acquisitiebereidheid in Nederland steeg in de afgelopen twaalf maanden met veertien procentpunten
Dat percentage ligt 21 procentpunten boven het wereldgemiddelde (34%). Ook Europees gezien scoort Nederland bovengemiddeld, zeker als het gaat om de bereidheid tot grensoverschrijdende overnames. Het EU-gemiddelde staat daarbij op 40% en Nederland zit daar ruim boven met een gemiddelde van 48%.
Bedrijfsovername
De acquisitiebereidheid in Nederland steeg in de afgelopen twaalf maanden met veertien procentpunten. Wereldwijd nam deze bereidheid met acht procentpunten toe. De behoefte aan grensoverschrijdende transacties steeg dus ook in Nederland, zoals gezegd naar 48%. Dit percentage ligt wereldwijd op 32%.
Als het gaat om acquisitiebereidheid is net als in 2010 alleen Polen nog ambitieuzer (59%). Dit staat in scherp contrast tot de sterkst groeiende economie in de EU: Duitsland. Duitse mkb-bedrijven tonen juist heel weinig animo voor overnames en fusies, gezien het bescheiden percentage van 11%.
Overnamekandidaten
Schaalvergroting is net als vorig jaar de belangrijkste reden voor Nederlandse ondernemers om te acquireren (81%). In tegenstelling tot 2010 staat niet toegang tot nieuwe geografische markten (56%) op de tweede plek, maar toegang tot kostenbesparende operaties (60%). Overnames en fusies om de kosten te kunnen drukken, zijn namelijk in populariteit toegenomen met twaalf procentpunten.
Dit is opmerkelijk, want in dezelfde periode vorig jaar was deze key driver met negentien procentpunten gedaald. Het meer over de grens kijken voor overnamekandidaten kan hier een verklaring voor zijn. Het bemachtigen van nieuwe technologie of merken is met één op vier ook een vaak genoemd argument om te acquireren. Bron Brookz.
Meer dan de helft (55%) van de Nederlandse mkb-bedrijven wil binnen drie jaar groeien door overnames, blijkt uit het International Business Report (IBR 2011) van accountants- en adviesorganisatie Grant Thornton.
De acquisitiebereidheid in Nederland steeg in de afgelopen twaalf maanden met veertien procentpunten
Dat percentage ligt 21 procentpunten boven het wereldgemiddelde (34%). Ook Europees gezien scoort Nederland bovengemiddeld, zeker als het gaat om de bereidheid tot grensoverschrijdende overnames. Het EU-gemiddelde staat daarbij op 40% en Nederland zit daar ruim boven met een gemiddelde van 48%.
Bedrijfsovername
De acquisitiebereidheid in Nederland steeg in de afgelopen twaalf maanden met veertien procentpunten. Wereldwijd nam deze bereidheid met acht procentpunten toe. De behoefte aan grensoverschrijdende transacties steeg dus ook in Nederland, zoals gezegd naar 48%. Dit percentage ligt wereldwijd op 32%.
Als het gaat om acquisitiebereidheid is net als in 2010 alleen Polen nog ambitieuzer (59%). Dit staat in scherp contrast tot de sterkst groeiende economie in de EU: Duitsland. Duitse mkb-bedrijven tonen juist heel weinig animo voor overnames en fusies, gezien het bescheiden percentage van 11%.
Overnamekandidaten
Schaalvergroting is net als vorig jaar de belangrijkste reden voor Nederlandse ondernemers om te acquireren (81%). In tegenstelling tot 2010 staat niet toegang tot nieuwe geografische markten (56%) op de tweede plek, maar toegang tot kostenbesparende operaties (60%). Overnames en fusies om de kosten te kunnen drukken, zijn namelijk in populariteit toegenomen met twaalf procentpunten.
Dit is opmerkelijk, want in dezelfde periode vorig jaar was deze key driver met negentien procentpunten gedaald. Het meer over de grens kijken voor overnamekandidaten kan hier een verklaring voor zijn. Het bemachtigen van nieuwe technologie of merken is met één op vier ook een vaak genoemd argument om te acquireren. Bron Brookz.
donderdag 17 februari 2011
Eigen inbreng bij MBO/MBI belangrijk
Inzetten van uw eigen middelen voor de overname is onontkoombaar. Als u zelf al niet bereid bent om risico’s te lopen, waarom zou een bank het dan wel doen? Banken, maar ook andere financiers en investeerders, willen dat u maximale commitment toont. Ze willen dat u pijn lijdt als het misloopt, want alleen dan zult u zich maximaal inspannen om van het overgenomen bedrijf een succes te maken.Een koper die zich niet financieel committeert, kan zomaar in de verleiding komen om een leuke baan in loondienst te aanvaarden en zijn bedrijf vaarwel te zeggen. Financiers en investeerders hebben daar vanzelfsprekend geen trek in.
De hoogte van de eigen inbreng is relatief. Een koper die met het omkeren van het spaarvarken van zijn kinderen en met de spreekwoordelijke overwaarde op de caravan 50.000 euro bij elkaar sprokkelt en bereid is dit volledig in te zetten, zet meer op het spel dan een koper die een miljoen op z’n rekening heeft staan en maar een ton wil investeren. Geen enkele bank zal een koper helemaal leeg willen schudden, maar een koper zal wel een significant deel van zijn vermogen moeten inzetten.
De eigen middelen zijn meestal niet noodzakelijk om de transactie rond te krijgen. Doorgaans brengen kopers tussen de 50.000 en 200.000 euro aan eigen geld in. Op een overnamesom van vijf miljoen is dat een klein bedrag. De praktijk leert dat een bank bij een heel mooie deal bereid is om van de eigen inbreng af te zien, maar dit is echt een uitzondering. De belangrijkste bronnen voor de eigen inbreng zijn:
* spaarrekeningen
* aandelenpakketten
* de overwaarde op de eigen woning.
U kunt mij direct contacten op 06 57 99 87 81 of martijn.boer@havendijk.nl
www.havendijk.nl
De hoogte van de eigen inbreng is relatief. Een koper die met het omkeren van het spaarvarken van zijn kinderen en met de spreekwoordelijke overwaarde op de caravan 50.000 euro bij elkaar sprokkelt en bereid is dit volledig in te zetten, zet meer op het spel dan een koper die een miljoen op z’n rekening heeft staan en maar een ton wil investeren. Geen enkele bank zal een koper helemaal leeg willen schudden, maar een koper zal wel een significant deel van zijn vermogen moeten inzetten.
De eigen middelen zijn meestal niet noodzakelijk om de transactie rond te krijgen. Doorgaans brengen kopers tussen de 50.000 en 200.000 euro aan eigen geld in. Op een overnamesom van vijf miljoen is dat een klein bedrag. De praktijk leert dat een bank bij een heel mooie deal bereid is om van de eigen inbreng af te zien, maar dit is echt een uitzondering. De belangrijkste bronnen voor de eigen inbreng zijn:
* spaarrekeningen
* aandelenpakketten
* de overwaarde op de eigen woning.
U kunt mij direct contacten op 06 57 99 87 81 of martijn.boer@havendijk.nl
www.havendijk.nl
donderdag 10 februari 2011
Eigen inbreng bij Management Buy Out
Inzetten van uw eigen middelen voor de overname is onontkoombaar. Als u zelf al niet bereid bent om risico’s te lopen, waarom zou een bank het dan wel doen? Banken, maar ook andere financiers en investeerders, willen dat u maximaal commitment toont. Ze willen dat u pijn lijdt als het misloopt, want alleen dan zult u zich maximaal inspannen om van het overgenomen bedrijf een succes te maken.Een koper die zich niet financieel committeert, kan zomaar in de verleiding komen om een leuke baan in loondienst te aanvaarden en zijn bedrijf vaarwel te zeggen. Financiers en investeerders hebben daar vanzelfsprekend geen trek in.
De hoogte van de eigen inbreng is relatief. Een koper die met het omkeren van het spaarvarken van zijn kinderen en met de spreekwoordelijke overwaarde op de caravan 50.000 euro bij elkaar sprokkelt en bereid is dit volledig in te zetten, zet meer op het spel dan een koper die een miljoen op z’n rekening heeft staan en maar een ton wil investeren. Geen enkele bank zal een koper helemaal leeg willen schudden, maar een koper zal wel een significant deel van zijn vermogen moeten inzetten.
De eigen middelen zijn meestal niet noodzakelijk om de transactie rond te krijgen. Doorgaans brengen kopers tussen de 50.000 en 200.000 euro aan eigen geld in. Op een overnamesom van vijf miljoen is dat een klein bedrag. De praktijk leert dat een bank bij een heel mooie deal bereid is om van de eigen inbreng af te zien, maar dit is echt een uitzondering. De belangrijkste bronnen voor de eigen inbreng zijn:
* spaarrekeningen
* aandelenpakketten
* de overwaarde op de eigen woning.
U kunt mij direct contacten op 06 57 99 87 81 of martijn.boer@havendijk.nl
De hoogte van de eigen inbreng is relatief. Een koper die met het omkeren van het spaarvarken van zijn kinderen en met de spreekwoordelijke overwaarde op de caravan 50.000 euro bij elkaar sprokkelt en bereid is dit volledig in te zetten, zet meer op het spel dan een koper die een miljoen op z’n rekening heeft staan en maar een ton wil investeren. Geen enkele bank zal een koper helemaal leeg willen schudden, maar een koper zal wel een significant deel van zijn vermogen moeten inzetten.
De eigen middelen zijn meestal niet noodzakelijk om de transactie rond te krijgen. Doorgaans brengen kopers tussen de 50.000 en 200.000 euro aan eigen geld in. Op een overnamesom van vijf miljoen is dat een klein bedrag. De praktijk leert dat een bank bij een heel mooie deal bereid is om van de eigen inbreng af te zien, maar dit is echt een uitzondering. De belangrijkste bronnen voor de eigen inbreng zijn:
* spaarrekeningen
* aandelenpakketten
* de overwaarde op de eigen woning.
U kunt mij direct contacten op 06 57 99 87 81 of martijn.boer@havendijk.nl
donderdag 3 februari 2011
Borgstelling en Groeifaciliteit populair in het MKB
De verruiming van de garantieregelingen door de overheid heeft het afgelopen jaar effect gehad voor financiering aan het mkb. In de eerste drie kwartalen van 2010 werd er gretig gebruik gemaakt van de Borgstellingsregeling MKB (BMKB), Groeifaciliteit en microfinanciering voor het verkrijgen van kredieten door het mkb. Tot en met het derde kwartaal van vorig jaar heeft de BMKB ruim 527 miljoen euro aan leningen mogelijk gemaakt terwijl er voor deze faciliteit is totaal 765 miljoen beschikbaar is. Specifiek voor kleinere bedragen met een maximum van 250.000 euro geldt sinds maart 2010 een garantieregeling tot 80 procent.
De Groeifaciliteit laat een gestage toename van het aantal toekenningen zien. In de eerste drie kwartalen van 2010 bedroeg het toegekende garantiebedrag al 11 miljoen. Toch wordt de faciliteit nog niet optimaal benut, want er is 170 miljoen euro beschikbaar.
Een verklaring daarvoor kan zijn dat mkb'ers terughoudend zijn bij het zoeken naar alternatieve financieringsvormen zoals durfkapitaal.
Ook microfinanciering voorziet in een behoefte onder voornamelijk kleinere bedrijven. Met name de detailhandel en zakelijke dienstverlening doen voor hun startkapitaal vaak een beroep op Qredits.
Inmiddels zijn er 1.000 leningen verstrekt aan evenzoveel bedrijven en is de bodem voor de eerste tranche bereikt.
Eind 2010 is er echter een tweede tranche van 30 miljoen euro beschikbaar gekomen, waardoor deze vorm van financiering doorgang kan vinden.
U kunt mij direct contacten op 06 57 99 87 81 of martijn.boer@havendijk.nl
www.havendijk.nl
De Groeifaciliteit laat een gestage toename van het aantal toekenningen zien. In de eerste drie kwartalen van 2010 bedroeg het toegekende garantiebedrag al 11 miljoen. Toch wordt de faciliteit nog niet optimaal benut, want er is 170 miljoen euro beschikbaar.
Een verklaring daarvoor kan zijn dat mkb'ers terughoudend zijn bij het zoeken naar alternatieve financieringsvormen zoals durfkapitaal.
Ook microfinanciering voorziet in een behoefte onder voornamelijk kleinere bedrijven. Met name de detailhandel en zakelijke dienstverlening doen voor hun startkapitaal vaak een beroep op Qredits.
Inmiddels zijn er 1.000 leningen verstrekt aan evenzoveel bedrijven en is de bodem voor de eerste tranche bereikt.
Eind 2010 is er echter een tweede tranche van 30 miljoen euro beschikbaar gekomen, waardoor deze vorm van financiering doorgang kan vinden.
U kunt mij direct contacten op 06 57 99 87 81 of martijn.boer@havendijk.nl
www.havendijk.nl
maandag 24 januari 2011
Veel boeren willen hun bedrijf verkopen
Strenge eisen aan varkensbedrijven en het verbod op legbatterijen brengen veel boeren in de problemen en dat heeft zijn weerslag op de markt van agrarisch onroerend goed.
Dat meldt NVM Agrarisch & Landelijk Vastgoed in een rapportage over de tweede helft van het afgelopen jaar. Het aantal verkopen en de prijzen bleven al met al stabiel, maar dat verschilt per sector. Voor dit jaar verwacht NVM een rustige markt. Nieuwe eisen aan pluimveebedrijven gaan volgend jaar in en nieuwe eisen aan varkensbedrijven in 2013. Boeren moeten hun stallen aanpassen, maar veel van hen kunnen die investering niet opbrengen en proberen hun bedrijf te verkopen.
Problemen
Volgens Harry Boertjes van de NVM is het lastig aan te geven hoeveel agrariërs in de problemen komen. Het aanbod van varkensbedrijven bij de NVM is in een jaar tijd opgelopen van 48 naar 82.
Rendabele melkveebedrijven spelen in op het afschaffen van de melkquota in 2015 en hebben vaak plannen om uit te breiden. Grond in de omgeving van deze boeren is in trek. Het aanbod van woonboerderijen is de afgelopen vier jaar vrijwel verdubbeld van 2042 naar 4020 eind afgelopen jaar.
Natuurgebieden
Het nieuwe kabinet heeft aangekondigd dat het geen geld meer over heeft voor de aankoop van grond voor verbindingszones tussen natuurgebieden. De NVM verwacht dan ook een ''zeer beperkte rol'' van de overheid op de markt. Ook gemeenten en projectontwikkelaars zijn nu terughoudend met het uitkopen van agrariërs.
Volgens de NVM wordt steeds meer agrarisch onroerend goed alleen verkoopbaar als gemeenten bereid zijn bestemmingsplannen te wijzigen en bijvoorbeeld een woonfunctie willen geven aan agrarische gebouwen. Bron NVM Agrarisch & Landelijk Vastgoed.
U kunt mij direct contacten op 06 57 99 87 81 of martijn.boer@havendijk.nl
www.havendijk.nl
Dat meldt NVM Agrarisch & Landelijk Vastgoed in een rapportage over de tweede helft van het afgelopen jaar. Het aantal verkopen en de prijzen bleven al met al stabiel, maar dat verschilt per sector. Voor dit jaar verwacht NVM een rustige markt. Nieuwe eisen aan pluimveebedrijven gaan volgend jaar in en nieuwe eisen aan varkensbedrijven in 2013. Boeren moeten hun stallen aanpassen, maar veel van hen kunnen die investering niet opbrengen en proberen hun bedrijf te verkopen.
Problemen
Volgens Harry Boertjes van de NVM is het lastig aan te geven hoeveel agrariërs in de problemen komen. Het aanbod van varkensbedrijven bij de NVM is in een jaar tijd opgelopen van 48 naar 82.
Rendabele melkveebedrijven spelen in op het afschaffen van de melkquota in 2015 en hebben vaak plannen om uit te breiden. Grond in de omgeving van deze boeren is in trek. Het aanbod van woonboerderijen is de afgelopen vier jaar vrijwel verdubbeld van 2042 naar 4020 eind afgelopen jaar.
Natuurgebieden
Het nieuwe kabinet heeft aangekondigd dat het geen geld meer over heeft voor de aankoop van grond voor verbindingszones tussen natuurgebieden. De NVM verwacht dan ook een ''zeer beperkte rol'' van de overheid op de markt. Ook gemeenten en projectontwikkelaars zijn nu terughoudend met het uitkopen van agrariërs.
Volgens de NVM wordt steeds meer agrarisch onroerend goed alleen verkoopbaar als gemeenten bereid zijn bestemmingsplannen te wijzigen en bijvoorbeeld een woonfunctie willen geven aan agrarische gebouwen. Bron NVM Agrarisch & Landelijk Vastgoed.
U kunt mij direct contacten op 06 57 99 87 81 of martijn.boer@havendijk.nl
www.havendijk.nl
donderdag 20 januari 2011
Flexibiliteit cruciale factor bij waardering bedrijven
Flexibiliteit cruciale factor bij waardering bedrijven.
De waarde van ondernemingen wordt onder andere bepaald door de weging van zogenaamde risicofactoren. De recente economische crisis heeft ervoor gezorgd dat een aantal van die risico’s meer dan ooit reëel zijn geworden. Reden voor BDOCF om het standaard waarderingsmodel opnieuw onder de loep te nemen. Aan de hand van een enquête die werd ingevuld door meer dan 150 Nederlandse waarderingsexperts maakte BDOCF een aantal fundamentele aanpassingen in het model. Zo ontdekten ze zelfs een nieuwe risicofactor: de factor flexibiliteit. Een juiste waardering van een onderneming is vooral ten tijde van een overname van cruciaal belang.
De nieuwe factor flexibiliteit
Het onderzoek onder waarderingsexperts toonde aan dat er een geheel nieuwe risicofactor aan het model moet worden toegevoegd. Juist in deze tijden is het voor ondernemingen van belang om flexibel te zijn en dus snel te reageren op veranderende marktomstandigheden. Flexibele ondernemingen zijn in staat in slechte tijden snel hun productie te verlagen en juist weer op te voeren in een aantrekkende markt. Daarnaast zijn ze in staat snel in te springen op nieuwe trends en noviteiten. De mate van flexibiliteit kan worden geïdentificeerd aan de hand van de kostenstructuur. Ondernemingen met hoge vaste kosten zijn vaak minder goed in staat snel productie te verminderen zonder dat dit gepaard gaat met aanzienlijke extra kosten. Ook kan gelet worden op de aanwezigheid van contracten die afname en leveranties afdwingen. Ten slotte is de opbouw van het personeelsbestand (hoeveelheid vaste werknemers versus uitzendkrachten) ook een belangrijke indicator voor de flexibiliteit van de onderneming.
Overige factoren onverminderd belangrijk
Naast de nieuwe risicofactor is uit het onderzoek gebleken dat de overige zes reeds bekende risicofactoren, zoals de afhankelijkheid van management, afnemers en leveranciers, nog steeds in belangrijke mate van toepassing zijn. Een onderneming die in sterke mate afhankelijkheid is van één persoon, loopt risico als deze persoon onverhoopt wegvalt. Ditzelfde geldt voor afnemers en leveranciers. Bij kleinere ondernemingen zullen deze afhankelijkheden over het algemeen groter zijn dan bij grotere ondernemingen. Overige belangrijke risicofactoren zijn het hebben van een goed track record, spreiding van ondernemingsactiviteiten en toetredingsbarrières tot de markt waarin de onderneming opereert. Indien het een ondernemer lukt om deze risicofactoren te beperken, zal dit een positief effect hebben op de waarde van de onderneming.
U kunt mij direct contacten op 06 57 99 87 81 of martijn.boer@havendijk.nl
www.havendijk.nl
De waarde van ondernemingen wordt onder andere bepaald door de weging van zogenaamde risicofactoren. De recente economische crisis heeft ervoor gezorgd dat een aantal van die risico’s meer dan ooit reëel zijn geworden. Reden voor BDOCF om het standaard waarderingsmodel opnieuw onder de loep te nemen. Aan de hand van een enquête die werd ingevuld door meer dan 150 Nederlandse waarderingsexperts maakte BDOCF een aantal fundamentele aanpassingen in het model. Zo ontdekten ze zelfs een nieuwe risicofactor: de factor flexibiliteit. Een juiste waardering van een onderneming is vooral ten tijde van een overname van cruciaal belang.
De nieuwe factor flexibiliteit
Het onderzoek onder waarderingsexperts toonde aan dat er een geheel nieuwe risicofactor aan het model moet worden toegevoegd. Juist in deze tijden is het voor ondernemingen van belang om flexibel te zijn en dus snel te reageren op veranderende marktomstandigheden. Flexibele ondernemingen zijn in staat in slechte tijden snel hun productie te verlagen en juist weer op te voeren in een aantrekkende markt. Daarnaast zijn ze in staat snel in te springen op nieuwe trends en noviteiten. De mate van flexibiliteit kan worden geïdentificeerd aan de hand van de kostenstructuur. Ondernemingen met hoge vaste kosten zijn vaak minder goed in staat snel productie te verminderen zonder dat dit gepaard gaat met aanzienlijke extra kosten. Ook kan gelet worden op de aanwezigheid van contracten die afname en leveranties afdwingen. Ten slotte is de opbouw van het personeelsbestand (hoeveelheid vaste werknemers versus uitzendkrachten) ook een belangrijke indicator voor de flexibiliteit van de onderneming.
Overige factoren onverminderd belangrijk
Naast de nieuwe risicofactor is uit het onderzoek gebleken dat de overige zes reeds bekende risicofactoren, zoals de afhankelijkheid van management, afnemers en leveranciers, nog steeds in belangrijke mate van toepassing zijn. Een onderneming die in sterke mate afhankelijkheid is van één persoon, loopt risico als deze persoon onverhoopt wegvalt. Ditzelfde geldt voor afnemers en leveranciers. Bij kleinere ondernemingen zullen deze afhankelijkheden over het algemeen groter zijn dan bij grotere ondernemingen. Overige belangrijke risicofactoren zijn het hebben van een goed track record, spreiding van ondernemingsactiviteiten en toetredingsbarrières tot de markt waarin de onderneming opereert. Indien het een ondernemer lukt om deze risicofactoren te beperken, zal dit een positief effect hebben op de waarde van de onderneming.
U kunt mij direct contacten op 06 57 99 87 81 of martijn.boer@havendijk.nl
www.havendijk.nl
donderdag 13 januari 2011
Opstellen strucuur voor bedrijfsoverdracht
Juridische structuur
Allereerst valt te denken aan het opzetten van een gewenste juridische structuur, waarbij de fiscale consequenties van een verkoop zo beperkt mogelijk worden gehouden. Wanneer bijvoorbeeld de eigenaar in privé eigenaar is van de over te dragen onderneming, dient hij over de volledige verkoopwinst belasting te betalen.
Met het oog op een mogelijke bedrijfsoverdracht bestaat in MKB de ideale bedrijfsstructuur uit (ten minste) drie vennootschappen. Te weten:
1) een top-holding, waarin het pensioen en uitsluitend voor privé aangewende materiële vaste activa zijn ondergebracht;
2) een tussen-holding waarin het bedrijfsonroerend goed en eventueel de machines zijn ondergebracht;
3) een of meerdere werkmaatschappijen waarin alle bedrijfsgebonden activiteiten vallen.
Deze structuur biedt de ondernemer de mogelijkheid om, wanneer hij/zij daadwerkelijk wil overgaan tot een bedrijfsoverdracht, alsnog te kunnen bezien of alleen de werkmaatschappij of tevens het onroerend goed wordt overgedragen.
Het realiseren van de juiste juridische structuur, zonder dat dit onderhevig is aan belastingheffing, vereist over het algemeen drie tot zes jaar. Hieraan dient echter te worden toegevoegd dat naarmate dit proces eerder in gang wordt gezet des te groter de mogelijkheden zijn.
Bedrijfsoverdracht
Naast het opzetten van de juiste juridische structuur houdt een groot deel van het verkoopklaar maken van uw onderneming verband met het verlagen van het ondernemingspecifieke risico. U kunt hierbij denken aan het terugbrengen van de afhankelijkheid van de DGA, waarbij een groot deel van het klantencontact wordt overgedragen aan de bedrijfsleider of het management.
Tevens kan gedacht worden aan het aanbrengen van een goede spreiding in het klantenbestand, het verminderen van de afhankelijkheid van leveranciers en het verhogen van de kwaliteit van de interne administratieve organisatie. Onze ervaring leert dat kopers aan deze elementen veel waarde hechten en dat het werken hieraan over het algemeen een waardeverhogend effect heeft.
Ongeacht de vraag of de tijd rijp is om over te gaan tot bedrijfsoverdracht, kan in ieder geval met zekerheid gesteld worden dat de tijd altijd rijp is om er tijdig bij stil te staan en reeds de nodige voorzieningen te treffen.
Allereerst valt te denken aan het opzetten van een gewenste juridische structuur, waarbij de fiscale consequenties van een verkoop zo beperkt mogelijk worden gehouden. Wanneer bijvoorbeeld de eigenaar in privé eigenaar is van de over te dragen onderneming, dient hij over de volledige verkoopwinst belasting te betalen.
Met het oog op een mogelijke bedrijfsoverdracht bestaat in MKB de ideale bedrijfsstructuur uit (ten minste) drie vennootschappen. Te weten:
1) een top-holding, waarin het pensioen en uitsluitend voor privé aangewende materiële vaste activa zijn ondergebracht;
2) een tussen-holding waarin het bedrijfsonroerend goed en eventueel de machines zijn ondergebracht;
3) een of meerdere werkmaatschappijen waarin alle bedrijfsgebonden activiteiten vallen.
Deze structuur biedt de ondernemer de mogelijkheid om, wanneer hij/zij daadwerkelijk wil overgaan tot een bedrijfsoverdracht, alsnog te kunnen bezien of alleen de werkmaatschappij of tevens het onroerend goed wordt overgedragen.
Het realiseren van de juiste juridische structuur, zonder dat dit onderhevig is aan belastingheffing, vereist over het algemeen drie tot zes jaar. Hieraan dient echter te worden toegevoegd dat naarmate dit proces eerder in gang wordt gezet des te groter de mogelijkheden zijn.
Bedrijfsoverdracht
Naast het opzetten van de juiste juridische structuur houdt een groot deel van het verkoopklaar maken van uw onderneming verband met het verlagen van het ondernemingspecifieke risico. U kunt hierbij denken aan het terugbrengen van de afhankelijkheid van de DGA, waarbij een groot deel van het klantencontact wordt overgedragen aan de bedrijfsleider of het management.
Tevens kan gedacht worden aan het aanbrengen van een goede spreiding in het klantenbestand, het verminderen van de afhankelijkheid van leveranciers en het verhogen van de kwaliteit van de interne administratieve organisatie. Onze ervaring leert dat kopers aan deze elementen veel waarde hechten en dat het werken hieraan over het algemeen een waardeverhogend effect heeft.
Ongeacht de vraag of de tijd rijp is om over te gaan tot bedrijfsoverdracht, kan in ieder geval met zekerheid gesteld worden dat de tijd altijd rijp is om er tijdig bij stil te staan en reeds de nodige voorzieningen te treffen.
vrijdag 7 januari 2011
Keuze voor opvolging binnen familiebedrijf
De keuze voor een bepaald type overdracht hangt van een aantal factoren af. Veel ondernemers willen hun bedrijf graag aan hun zoon of dochter overdragen. Het belang van de volgende generatie staat voor hen voorop. Een overdracht buiten de familie komt vaak in beeld, wanneer er binnen de familie geen geschikte opvolger beschikbaar is. Veel voorkomende overdrachtsopties zijn in dat geval
een overname of een MBO /MBI . Hier speelt een belangenafweging tussen respectievelijk cashen en continuïteit voor de stakeholders van het bedrijf. Bij een overname spelen de financiële argumenten immers vaak een grote rol. Overdragers kiezen voor een MBO of MBI omdat zij grote waarde hechten aan het belang van bijvoorbeeld de manager(s) of de medewerkers.
Hoe zit het met de crisis?
De economische recessie heeft ook haar weerslag op de overdrachtsplannen van ondernemers. Eén op de vier respondenten die binnen drie jaar willen overdragen, geeft aan dat de recessie zorgt voor vertraging van de overdracht. Ondernemers stellen hun overdracht vooral uit omdat zij prioriteit willen geven aan de dagelijkse bedrijfsvoering en het behouden van klanten.
Wanneer een overdrachtsproces wel doorgang vindt, kan de crisis zorgen voor een moeizame financiering. De financiering vormt onder normale omstandigheden al een belangrijk knelpunt, zeker bij overdrachten buiten de familie. Dit probleem wordt alleen maar groter wanneer externe financiers door de recessie terughoudend zijn. Een oplossing hiervoor is dat de overdrager zelf financieel blijft participeren in het bedrijf. In dit onderzoek blijkt slechts 40% hiertoe bereid te zijn. Naast een versoepelde financiering kan het de betrokkenheid van de overdrager en gedeelde
kennis tussen beide partijen stimuleren. Men moet er hierbij op letten dat de opvolger het bedrijf naar zijn visie kan blijven leiden.
r wordt onderscheid gemaakt tussen een overdracht van eigendom binnen en buiten de familie. Bij overdrachten buiten de familie onderscheiden we een overname, fusie, Management Buy Out (MBO, overdracht aan één of meerdere werknemers) en een Management Buy In (MBI, overdracht aan een extern managementteam).
De crisis en de marktwaarde van mijn bedrijf Een goed beeld van de marktwaarde is bij een overdracht onmisbaar. Een verkeerd beeld kan immers leiden tot een onjuiste overdrachtskeuze en tot een moeizaam onderhandelingsproces met de
kopende partij. Uit het onderzoek blijkt echter dat maar weinig ondernemers daadwerkelijk precies weten wat hun bedrijf waard is. Met name de overdragers die een overdracht buiten de familie wensen, laten hier een flinke steek vallen: slechts één op de vier zegt een goed beeld te hebben van de marktwaarde. Deze groep ondernemers denkt daarnaast dat de waarde van hun bedrijf ondanks
de recessie ongeveer gelijk is gebleven. De ondernemers baseren dit beeld relatief vaak op eigen schattingen of puur op gevoel. Familieoverdragers daarentegen denken vaker dat de waarde van hun onderneming is gedaald en baseren hun beeld vaker op een waarderingsrapport. Zeker gedurende onrustige economische tijden is het maken van een secure schatting lastig en verdient een waarderingsrapport
aanbeveling.
Is een familieoverdracht de enige optie?
Overdragers die een familieoverdracht wensen, hebben vaak een groot vertrouwen in hun zoon of dochter. Ze zijn geneigd zich dusdanig op een familieopvolging te richten, dat andere overdrachtsopties uit beeld verdwijnen. Zo geeft de helft van de familieoverdragers aan niet open te staan voor een buitenfamiliale overdracht. Met name de mogelijkheid tot een MBO of MBI wordt vaak over het hoofd gezien. Een familieoverdracht blijkt echter lang niet altijd mogelijk te zijn. Veel overdragers
denken jarenlang aan een familieoverdracht, maar verkopen hun eigendom uiteindelijk toch buiten de familie. Daarom is het voor overdragers belangrijk altijd onderzoek te doen naar alternatieve opvolgers en overdrachtsvormen.
Succesfactoren
Bij overdrachten buiten de familie is het belangrijk dat beide partijen zo gelijkwaardig mogelijke informatie hebben over het bedrijf. Gelijke informatie is onder meer belangrijk voor eerlijke en soepele onderhandelingen over de prijs van het bedrijf. Met name bij een overname en een MBI is het belangrijk
dat het verschil in kennis tussen koper en verkoper zo veel mogelijk wordt verkleind. Tussenkomst van een onafhankelijke partij en het laten opstellen van een waarderingsrapport kan hierbij helpen. Bij een MBO speelt dit probleem minder, omdat de opvolger afkomstig is uit het bedrijf zelf. Om de financieringskwestie te tackelen, kan de overdrager de helpende hand bieden door financieel te
blijven participeren. Goede relaties en vertrouwen tussen overdrager en opvolger kunnen zowel overdracht van kennis, overeenstemming over de prijs als een goede financiering in de hand werken.Bron Centrum van Familiebedrijf.
een overname of een MBO /MBI . Hier speelt een belangenafweging tussen respectievelijk cashen en continuïteit voor de stakeholders van het bedrijf. Bij een overname spelen de financiële argumenten immers vaak een grote rol. Overdragers kiezen voor een MBO of MBI omdat zij grote waarde hechten aan het belang van bijvoorbeeld de manager(s) of de medewerkers.
Hoe zit het met de crisis?
De economische recessie heeft ook haar weerslag op de overdrachtsplannen van ondernemers. Eén op de vier respondenten die binnen drie jaar willen overdragen, geeft aan dat de recessie zorgt voor vertraging van de overdracht. Ondernemers stellen hun overdracht vooral uit omdat zij prioriteit willen geven aan de dagelijkse bedrijfsvoering en het behouden van klanten.
Wanneer een overdrachtsproces wel doorgang vindt, kan de crisis zorgen voor een moeizame financiering. De financiering vormt onder normale omstandigheden al een belangrijk knelpunt, zeker bij overdrachten buiten de familie. Dit probleem wordt alleen maar groter wanneer externe financiers door de recessie terughoudend zijn. Een oplossing hiervoor is dat de overdrager zelf financieel blijft participeren in het bedrijf. In dit onderzoek blijkt slechts 40% hiertoe bereid te zijn. Naast een versoepelde financiering kan het de betrokkenheid van de overdrager en gedeelde
kennis tussen beide partijen stimuleren. Men moet er hierbij op letten dat de opvolger het bedrijf naar zijn visie kan blijven leiden.
r wordt onderscheid gemaakt tussen een overdracht van eigendom binnen en buiten de familie. Bij overdrachten buiten de familie onderscheiden we een overname, fusie, Management Buy Out (MBO, overdracht aan één of meerdere werknemers) en een Management Buy In (MBI, overdracht aan een extern managementteam).
De crisis en de marktwaarde van mijn bedrijf Een goed beeld van de marktwaarde is bij een overdracht onmisbaar. Een verkeerd beeld kan immers leiden tot een onjuiste overdrachtskeuze en tot een moeizaam onderhandelingsproces met de
kopende partij. Uit het onderzoek blijkt echter dat maar weinig ondernemers daadwerkelijk precies weten wat hun bedrijf waard is. Met name de overdragers die een overdracht buiten de familie wensen, laten hier een flinke steek vallen: slechts één op de vier zegt een goed beeld te hebben van de marktwaarde. Deze groep ondernemers denkt daarnaast dat de waarde van hun bedrijf ondanks
de recessie ongeveer gelijk is gebleven. De ondernemers baseren dit beeld relatief vaak op eigen schattingen of puur op gevoel. Familieoverdragers daarentegen denken vaker dat de waarde van hun onderneming is gedaald en baseren hun beeld vaker op een waarderingsrapport. Zeker gedurende onrustige economische tijden is het maken van een secure schatting lastig en verdient een waarderingsrapport
aanbeveling.
Is een familieoverdracht de enige optie?
Overdragers die een familieoverdracht wensen, hebben vaak een groot vertrouwen in hun zoon of dochter. Ze zijn geneigd zich dusdanig op een familieopvolging te richten, dat andere overdrachtsopties uit beeld verdwijnen. Zo geeft de helft van de familieoverdragers aan niet open te staan voor een buitenfamiliale overdracht. Met name de mogelijkheid tot een MBO of MBI wordt vaak over het hoofd gezien. Een familieoverdracht blijkt echter lang niet altijd mogelijk te zijn. Veel overdragers
denken jarenlang aan een familieoverdracht, maar verkopen hun eigendom uiteindelijk toch buiten de familie. Daarom is het voor overdragers belangrijk altijd onderzoek te doen naar alternatieve opvolgers en overdrachtsvormen.
Succesfactoren
Bij overdrachten buiten de familie is het belangrijk dat beide partijen zo gelijkwaardig mogelijke informatie hebben over het bedrijf. Gelijke informatie is onder meer belangrijk voor eerlijke en soepele onderhandelingen over de prijs van het bedrijf. Met name bij een overname en een MBI is het belangrijk
dat het verschil in kennis tussen koper en verkoper zo veel mogelijk wordt verkleind. Tussenkomst van een onafhankelijke partij en het laten opstellen van een waarderingsrapport kan hierbij helpen. Bij een MBO speelt dit probleem minder, omdat de opvolger afkomstig is uit het bedrijf zelf. Om de financieringskwestie te tackelen, kan de overdrager de helpende hand bieden door financieel te
blijven participeren. Goede relaties en vertrouwen tussen overdrager en opvolger kunnen zowel overdracht van kennis, overeenstemming over de prijs als een goede financiering in de hand werken.Bron Centrum van Familiebedrijf.
vrijdag 31 december 2010
Aandelen versus activa/passiva
Aandelen versus activa/passiva
Een belangrijke vraag is of u de aandelen van het bedrijf wilt kopen of de activa en passiva. In het eerste geval koopt u de gehele onderneming,inclusief bezittingen en schulden, rechten en verplichtingen, contracten met leveranciers, personeel en afnemers, licenties en vergunningen, schulden aan de belastingdienst. Feitelijk verandert alleen de identiteit van de aandeelhouder.
Koopt u alleen de activa en de passiva, dan hevelt u (meestal een deel van) de bezittingen en schulden van de verkopende onderneming over naar uw eigen onderneming. Vaak worden in dergelijke transacties de machines, voorraden, inventaris, het personeel en zaken als leasecontracten overgenomen. Banksaldi, debiteuren, crediteuren en bankschulden blijven doorgaans bij de verkoper; hetzelfde geldt voor ‘het verleden’ van het bedrijf en daarmee samenhangende (fiscale) claims.
Aan beide soorten transacties kleven zowel voor de koper als verkoper voor- en nadelen.
> Waarom de verkoper liever de aandelen verkoopt
De verkoper doet over het algemeen het liefst een aandelentransactie: met de verkoop van de aandelen is hij in principe overal van af. Meestal worden nog wel de nodige garanties opgenomen in het koopcontract, bijvoorbeeld over de juistheid van balansposten of toekomstige claims van de fiscus, maar hij is van zijn BV verlost.
> Waarom de koper (soms) liever de activa koopt
Voor de verkoper is een aandelentransactie interessant, voor de koper kleven er duidelijke nadelen aan. Allereerst mag de koper de betaalde goodwill (inclusief stille reserves) fiscaal niet afschrijven. De gehele aankoopsom, inclusief goodwill en stille reserves, belandt als deelneming op de balans van zijn holding.
Bij een activadeal had de koper de betaalde goodwill wel kunnen afschrijven. Bij een afschrijvingstermijn van tien jaar levert hem dit jaarlijks een fiscaal aftrekbare kostenpost op. Een ander belangrijk voordeel van een activakoop is dat de koper van alle ellende van de gekochte BV gevrijwaard blijft. Hij hoeft niet bang te zijn voor lijken in de kast, zoals tegenvallende betalingen door debiteuren, onverwachte claims van de fiscus, onbekende contracten met klanten en leveranciers of plotseling opdoemende BV’s in exotische landen. Bijkomend voordeel is dat de koper kan volstaan met een beperktere due diligence.
Een ander voordeel is cherry picking: zeker met een slecht renderend bedrijf als tegenpartij is het mogelijk om bijvoorbeeld alleen de goede machines over te nemen en de verouderde machines niet. Ook kunnen de schulden bij de verkopende partij worden gelaten. Voor de verkoper kan dit interessant zijn om met de verkoopopbrengst zijn schulden af te lossen en eventueel het bedrijf te sluiten. Toch kleven er ook grote nadelen aan een activadeal. Alle activa – voorraden, machines, inventaris, auto’s – moeten worden geïnventariseerd, beschreven, gewaardeerd én op naam worden gezet van de nieuwe eigenaar. Voor het overzetten van contracten is bovendien de medewerking van de andere contractpartij verplicht. Licenties en vergunningen zijn soms helemaal niet overdraagbaar, omdat deze bedrijfs- of persoonsgebonden zijn. Een ander nadeel is dat cherry picking van personeel niet mogelijk is.
> Waarom deals bijna altijd aandelendeals zijn
Verreweg het grootste deel van bedrijfsoverdrachten in het MKB betreft aandelentransacties. De belangrijkste reden is dat de verkoper dit als harde eis op tafel legt. Zeker een verkoper met geduld of met een gewild bedrijf kan zich zo’n houding permitteren. Daarnaast hebben kopers – nadat ze de voor- en nadelen hebben afgewogen – niet altijd zin in het gedoe rondom een activatransactie. Activatransacties worden meestal ingezet als de koper maar een beperkt deel van de activiteiten of inboedel wil overnemen of als er te veel onzekerheden zijn omtrent het aangekochte bedrijf. Het is bijvoorbeeld onduidelijk of al het personeel wel keurig in dienst is, of er is een vermoeden van zwart geld. Naarmate de positie van de verkoper zwakker is, is een activatransactie makkelijker te realiseren. Soms is het voor de verkoper de enige manier om van zijn bedrijf af te komen. Algemene richtlijnen zijn er niet. Het hangt sterk van de situatie af welke transactie de voorkeur geniet.
> Compensabele verliezen
Het kan gebeuren dat het bedrijf dat u wilt kopen in voorgaande jaren verlies heeft gemaakt. Fiscaal kan dat voor u als koper gunstig zijn. Verliezen uit het verleden mogen namelijk in de negen jaar daarna worden verrekend met de winst. Stel, het verkopende bedrijf maakte twee jaar geleden een verlies van 100.000 euro en het afgelopen jaar een winst van 40.000 euro. In dat geval staat nog 60.000 euro aan verrekenbaar verlies open. Dit verlies maakt het bedrijf aantrekkelijker, want over de eerste 60.000 euro winst hoeft u straks geen vennootschapsbelasting te betalen. De verkoper weet dit natuurlijk ook en zal daarmee in zijn prijsstelling rekening houden. Houd er echter rekening mee dat dit verlies niet altijd te verrekenen is.
Allereerst is het compensabel verlies verbonden aan de betreffende BV. Dit betekent dat u dit verlies alleen bij een aandelentransactie kunt overnemen en niet bij een activa/ passiva-transactie. Om handel in verliesgevende BV’s tegen te gaan stelt defiscus voorwaarden aan het overdragen van compensabele verliezen. Allereerst moet sprake zijn van een wijziging in de aandeelhouders; daaraan is bij een aandelentransactie per definitie voldaan. Daarnaast moeten de activiteiten in de BV hetzelfde blijven en aan die voorwaarde wordt niet altijd voldaan. Ga er dus niet op voorhand vanuit dat u de verliezen ook daadwerkelijk kunt verrekenen.
bron: Brookz, platform voor bedrijfsovername http://www.brookz.nl
Een belangrijke vraag is of u de aandelen van het bedrijf wilt kopen of de activa en passiva. In het eerste geval koopt u de gehele onderneming,inclusief bezittingen en schulden, rechten en verplichtingen, contracten met leveranciers, personeel en afnemers, licenties en vergunningen, schulden aan de belastingdienst. Feitelijk verandert alleen de identiteit van de aandeelhouder.
Koopt u alleen de activa en de passiva, dan hevelt u (meestal een deel van) de bezittingen en schulden van de verkopende onderneming over naar uw eigen onderneming. Vaak worden in dergelijke transacties de machines, voorraden, inventaris, het personeel en zaken als leasecontracten overgenomen. Banksaldi, debiteuren, crediteuren en bankschulden blijven doorgaans bij de verkoper; hetzelfde geldt voor ‘het verleden’ van het bedrijf en daarmee samenhangende (fiscale) claims.
Aan beide soorten transacties kleven zowel voor de koper als verkoper voor- en nadelen.
> Waarom de verkoper liever de aandelen verkoopt
De verkoper doet over het algemeen het liefst een aandelentransactie: met de verkoop van de aandelen is hij in principe overal van af. Meestal worden nog wel de nodige garanties opgenomen in het koopcontract, bijvoorbeeld over de juistheid van balansposten of toekomstige claims van de fiscus, maar hij is van zijn BV verlost.
> Waarom de koper (soms) liever de activa koopt
Voor de verkoper is een aandelentransactie interessant, voor de koper kleven er duidelijke nadelen aan. Allereerst mag de koper de betaalde goodwill (inclusief stille reserves) fiscaal niet afschrijven. De gehele aankoopsom, inclusief goodwill en stille reserves, belandt als deelneming op de balans van zijn holding.
Bij een activadeal had de koper de betaalde goodwill wel kunnen afschrijven. Bij een afschrijvingstermijn van tien jaar levert hem dit jaarlijks een fiscaal aftrekbare kostenpost op. Een ander belangrijk voordeel van een activakoop is dat de koper van alle ellende van de gekochte BV gevrijwaard blijft. Hij hoeft niet bang te zijn voor lijken in de kast, zoals tegenvallende betalingen door debiteuren, onverwachte claims van de fiscus, onbekende contracten met klanten en leveranciers of plotseling opdoemende BV’s in exotische landen. Bijkomend voordeel is dat de koper kan volstaan met een beperktere due diligence.
Een ander voordeel is cherry picking: zeker met een slecht renderend bedrijf als tegenpartij is het mogelijk om bijvoorbeeld alleen de goede machines over te nemen en de verouderde machines niet. Ook kunnen de schulden bij de verkopende partij worden gelaten. Voor de verkoper kan dit interessant zijn om met de verkoopopbrengst zijn schulden af te lossen en eventueel het bedrijf te sluiten. Toch kleven er ook grote nadelen aan een activadeal. Alle activa – voorraden, machines, inventaris, auto’s – moeten worden geïnventariseerd, beschreven, gewaardeerd én op naam worden gezet van de nieuwe eigenaar. Voor het overzetten van contracten is bovendien de medewerking van de andere contractpartij verplicht. Licenties en vergunningen zijn soms helemaal niet overdraagbaar, omdat deze bedrijfs- of persoonsgebonden zijn. Een ander nadeel is dat cherry picking van personeel niet mogelijk is.
> Waarom deals bijna altijd aandelendeals zijn
Verreweg het grootste deel van bedrijfsoverdrachten in het MKB betreft aandelentransacties. De belangrijkste reden is dat de verkoper dit als harde eis op tafel legt. Zeker een verkoper met geduld of met een gewild bedrijf kan zich zo’n houding permitteren. Daarnaast hebben kopers – nadat ze de voor- en nadelen hebben afgewogen – niet altijd zin in het gedoe rondom een activatransactie. Activatransacties worden meestal ingezet als de koper maar een beperkt deel van de activiteiten of inboedel wil overnemen of als er te veel onzekerheden zijn omtrent het aangekochte bedrijf. Het is bijvoorbeeld onduidelijk of al het personeel wel keurig in dienst is, of er is een vermoeden van zwart geld. Naarmate de positie van de verkoper zwakker is, is een activatransactie makkelijker te realiseren. Soms is het voor de verkoper de enige manier om van zijn bedrijf af te komen. Algemene richtlijnen zijn er niet. Het hangt sterk van de situatie af welke transactie de voorkeur geniet.
> Compensabele verliezen
Het kan gebeuren dat het bedrijf dat u wilt kopen in voorgaande jaren verlies heeft gemaakt. Fiscaal kan dat voor u als koper gunstig zijn. Verliezen uit het verleden mogen namelijk in de negen jaar daarna worden verrekend met de winst. Stel, het verkopende bedrijf maakte twee jaar geleden een verlies van 100.000 euro en het afgelopen jaar een winst van 40.000 euro. In dat geval staat nog 60.000 euro aan verrekenbaar verlies open. Dit verlies maakt het bedrijf aantrekkelijker, want over de eerste 60.000 euro winst hoeft u straks geen vennootschapsbelasting te betalen. De verkoper weet dit natuurlijk ook en zal daarmee in zijn prijsstelling rekening houden. Houd er echter rekening mee dat dit verlies niet altijd te verrekenen is.
Allereerst is het compensabel verlies verbonden aan de betreffende BV. Dit betekent dat u dit verlies alleen bij een aandelentransactie kunt overnemen en niet bij een activa/ passiva-transactie. Om handel in verliesgevende BV’s tegen te gaan stelt defiscus voorwaarden aan het overdragen van compensabele verliezen. Allereerst moet sprake zijn van een wijziging in de aandeelhouders; daaraan is bij een aandelentransactie per definitie voldaan. Daarnaast moeten de activiteiten in de BV hetzelfde blijven en aan die voorwaarde wordt niet altijd voldaan. Ga er dus niet op voorhand vanuit dat u de verliezen ook daadwerkelijk kunt verrekenen.
bron: Brookz, platform voor bedrijfsovername http://www.brookz.nl
dinsdag 7 december 2010
Bedrijfsopvolging aantrekkelijk door Successiewet
Bedrijfsopvolging aantrekkelijk door Successiewet 'Fiscaal interessant om bedrijf door te schuiven'
De nieuwe Successiewet maakt bedrijfsopvolging interessanter en is het fiscaal interessant om bedrijf door te schuiven. Het is fiscaal gezien nu aantrekkelijker om een bedrijf door te schuiven naar de volgende generatie.
Ondernemingsvermogen
De vrijstelling is omhooggetrokken naar een miljoen euro en voor de waarde daarboven geldt een vrijstelling van 83 procent. Maar tegelijkertijd pakt de wet ook minder gunstig uit. Er wordt veel specifieker gekeken naar wat ondernemings- of beleggingsvermogen is.
Want die vrijstelling geldt alleen voor ondernemingsvermogen. 'Heeft iemand een onderneming met beleggingsvermogen, dan kunnen de faciliteiten niet van toepassing zijn. De inkomsten- en erfbelasting kan daardoor oplopen tot 40 procent.
Bedrijfsstructuur
Omdat de nieuwe Successiewet grote financiële gevolgen heeft voor estate planning, doen ondernemers er verstandig aan om te laten controleren wat er precies door hen geregeld is. Een check van de huwelijkse voorwaarden en het testament mag daarin niet ontbreken.
Voor een ondernemer is het ook slim om te laten uitzoeken of de bestaande structuren nog wel goed uitpakken bij de nieuwe regels. Dat luistert heel nauw. Vooral de structuren waarbij cumulatief preferente aandelen een rol spelen, moeten onder de loep worden genomen.
De nieuwe Successiewet maakt bedrijfsopvolging interessanter en is het fiscaal interessant om bedrijf door te schuiven. Het is fiscaal gezien nu aantrekkelijker om een bedrijf door te schuiven naar de volgende generatie.
Ondernemingsvermogen
De vrijstelling is omhooggetrokken naar een miljoen euro en voor de waarde daarboven geldt een vrijstelling van 83 procent. Maar tegelijkertijd pakt de wet ook minder gunstig uit. Er wordt veel specifieker gekeken naar wat ondernemings- of beleggingsvermogen is.
Want die vrijstelling geldt alleen voor ondernemingsvermogen. 'Heeft iemand een onderneming met beleggingsvermogen, dan kunnen de faciliteiten niet van toepassing zijn. De inkomsten- en erfbelasting kan daardoor oplopen tot 40 procent.
Bedrijfsstructuur
Omdat de nieuwe Successiewet grote financiële gevolgen heeft voor estate planning, doen ondernemers er verstandig aan om te laten controleren wat er precies door hen geregeld is. Een check van de huwelijkse voorwaarden en het testament mag daarin niet ontbreken.
Voor een ondernemer is het ook slim om te laten uitzoeken of de bestaande structuren nog wel goed uitpakken bij de nieuwe regels. Dat luistert heel nauw. Vooral de structuren waarbij cumulatief preferente aandelen een rol spelen, moeten onder de loep worden genomen.
maandag 29 november 2010
Borgstelling op financiering gewild
Aantal gebruikmakende MKB'ers groeit in derde kwartaal
MKB'ers maken vaker gebruik van de garantieregelingen van de overheid voor het verkrijgen van financiering bij de bank.
Borgstelling op financiering gewild
De borgstellingen vanuit de overheid zijn gewild, blijkt uit een derde kwartaalrapportage van minister Maxime Verhagen van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) aan de Tweede Kamer. De regelingen zijn bedoeld om bedrijven eenvoudiger toegang te geven tot krediet, nadat de banken terughoudender zijn geworden in hun kredietverlening.
Garantieregelingen
In het derde kwartaal van 2010 hebben bijna 1.000 mkb'ers een beroep gedaan op de Borgstellingsregeling MKB (BMKB) voor een bedrag van ongeveer 200 miljoen euro. Daarmee staat de teller van het totale aantal bedrijven die dit jaar gebruikmaken van de BMKB op 2.612 voor een borgstelling van 527 miljoen euro. EL&I verwacht dat deze regeling op een recordbenutting van circa 735 miljoen euro uitkomt.
Ook de Garantie Ondernemingsfinanciering (GO) laat een forse stijging zien. De regeling voor middelgrote en grote bedrijven werd in de maanden juli, augustus en september door 32 bedrijven gebruikt voor een totaalbedrag van ruim 160 miljoen euro. Over de eerste drie kwartalen verleende EL&I voor 413,6 miljoen euro borgstellingen uit de GO aan 91 ondernemingen.
U kunt mij direct contacten op 06 57 99 87 81 of martijn.boer@havendijk.nl
www.havendijk.nl
MKB'ers maken vaker gebruik van de garantieregelingen van de overheid voor het verkrijgen van financiering bij de bank.
Borgstelling op financiering gewild
De borgstellingen vanuit de overheid zijn gewild, blijkt uit een derde kwartaalrapportage van minister Maxime Verhagen van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) aan de Tweede Kamer. De regelingen zijn bedoeld om bedrijven eenvoudiger toegang te geven tot krediet, nadat de banken terughoudender zijn geworden in hun kredietverlening.
Garantieregelingen
In het derde kwartaal van 2010 hebben bijna 1.000 mkb'ers een beroep gedaan op de Borgstellingsregeling MKB (BMKB) voor een bedrag van ongeveer 200 miljoen euro. Daarmee staat de teller van het totale aantal bedrijven die dit jaar gebruikmaken van de BMKB op 2.612 voor een borgstelling van 527 miljoen euro. EL&I verwacht dat deze regeling op een recordbenutting van circa 735 miljoen euro uitkomt.
Ook de Garantie Ondernemingsfinanciering (GO) laat een forse stijging zien. De regeling voor middelgrote en grote bedrijven werd in de maanden juli, augustus en september door 32 bedrijven gebruikt voor een totaalbedrag van ruim 160 miljoen euro. Over de eerste drie kwartalen verleende EL&I voor 413,6 miljoen euro borgstellingen uit de GO aan 91 ondernemingen.
U kunt mij direct contacten op 06 57 99 87 81 of martijn.boer@havendijk.nl
www.havendijk.nl
maandag 22 november 2010
Liquiditeit groot probleem voor mkb'ers
Liquiditeit groot probleem voor mkb'ers
Veel ondernemers kunnen niet aan lopende betalingsverplichtingen voldoen
Meer dan de helft van de ondernemers heeft onvoldoende geld in kas om drie maanden kostendekkend te zijn, blijkt uit onderzoek van TNS NIPO Nederland onder 556 directeuren-grootaandeelhouders (DGA's) in opdracht van ING Assurantiekantoren Nederland.
Veel ondernemers kunnen niet aan lopende betalingsverplichtingen voldoen
Ongeveer één op de tien mkb'ers wist de afgelopen drie jaar de omzet met meer dan 25 procent te laten stijgen, ondanks de economische crisis. Daarnaast heeft driekwart van alle DGA's de ambitie in de komende vijf jaar te groeien.
Liquiditeitsmanagement
Maar groei is van grote invloed op het risicoprofiel van ondernemingen', zegt algemeen directeur Heleen de Heer van ING Assurantiekantoren Nederland. 'Wanneer ondernemers groeien, zullen ze niet zo snel geneigd zijn te analyseren wat er mis kan gaan.'
Eén van die bedrijfrisico's is dus liquiditeit. Om het probleem zoveel mogelijk onder controle te krijgen, kunnen ondernemers aan financiële planning doen. Met liquiditeitsmanagement worden de risico's zoveel mogelijk in kaart gebracht, waardoor problemen vaak ver van tevoren zichtbaar worden.
Financiering
Door de nijpende liquiditeitssituatie van mkb'ers zal er behoefte zijn aan financiering om aan de lopende betalingsverplichtingen te voldoen. Uit het halfjaaronderzoek Financieringsmonitor mkb (juli 2010) van het ministerie van Economische Zaken bleek dat verreweg de belangrijkste bestemming van de gezochte financiering extra werkkapitaal is, namelijk 45 procent.
Liquiditeitsmanagement helpt niet alleen om de risico's in kaart te brengen, maar financiers hechten er ook waarde aan. De cijfers van een onderneming worden bekend, waardoor bijvoorbeeld banken eerder bereid zijn tot financiering. In veel gevallen zal liquiditeitsmanagement een bijdrage leveren aan de financiële gezondheid van het bedrijf en kapitaalverschaffers eerder over de streep trekken.
U kunt mij direct contacten op 06 57 99 87 81 of martijn.boer@havendijk.nl. Ik ben cum laude afgestudeerd als Register Adviseur Bedrijfsopvolging (RAB) en daarmee gecertificeerd adviseur in bedrijfsoverdracht. Door mijn jarenlange ervaring en kennis van bedrijfsovernames en financieringen gecombineerd met mijn bedrijfskundige achtergrond, ben ik inzetbaar als adviseur bij bedrijfsovernames, financieringen, businessplannen en als klankbord voor u als ondernemer.
Veel ondernemers kunnen niet aan lopende betalingsverplichtingen voldoen
Meer dan de helft van de ondernemers heeft onvoldoende geld in kas om drie maanden kostendekkend te zijn, blijkt uit onderzoek van TNS NIPO Nederland onder 556 directeuren-grootaandeelhouders (DGA's) in opdracht van ING Assurantiekantoren Nederland.
Veel ondernemers kunnen niet aan lopende betalingsverplichtingen voldoen
Ongeveer één op de tien mkb'ers wist de afgelopen drie jaar de omzet met meer dan 25 procent te laten stijgen, ondanks de economische crisis. Daarnaast heeft driekwart van alle DGA's de ambitie in de komende vijf jaar te groeien.
Liquiditeitsmanagement
Maar groei is van grote invloed op het risicoprofiel van ondernemingen', zegt algemeen directeur Heleen de Heer van ING Assurantiekantoren Nederland. 'Wanneer ondernemers groeien, zullen ze niet zo snel geneigd zijn te analyseren wat er mis kan gaan.'
Eén van die bedrijfrisico's is dus liquiditeit. Om het probleem zoveel mogelijk onder controle te krijgen, kunnen ondernemers aan financiële planning doen. Met liquiditeitsmanagement worden de risico's zoveel mogelijk in kaart gebracht, waardoor problemen vaak ver van tevoren zichtbaar worden.
Financiering
Door de nijpende liquiditeitssituatie van mkb'ers zal er behoefte zijn aan financiering om aan de lopende betalingsverplichtingen te voldoen. Uit het halfjaaronderzoek Financieringsmonitor mkb (juli 2010) van het ministerie van Economische Zaken bleek dat verreweg de belangrijkste bestemming van de gezochte financiering extra werkkapitaal is, namelijk 45 procent.
Liquiditeitsmanagement helpt niet alleen om de risico's in kaart te brengen, maar financiers hechten er ook waarde aan. De cijfers van een onderneming worden bekend, waardoor bijvoorbeeld banken eerder bereid zijn tot financiering. In veel gevallen zal liquiditeitsmanagement een bijdrage leveren aan de financiële gezondheid van het bedrijf en kapitaalverschaffers eerder over de streep trekken.
U kunt mij direct contacten op 06 57 99 87 81 of martijn.boer@havendijk.nl. Ik ben cum laude afgestudeerd als Register Adviseur Bedrijfsopvolging (RAB) en daarmee gecertificeerd adviseur in bedrijfsoverdracht. Door mijn jarenlange ervaring en kennis van bedrijfsovernames en financieringen gecombineerd met mijn bedrijfskundige achtergrond, ben ik inzetbaar als adviseur bij bedrijfsovernames, financieringen, businessplannen en als klankbord voor u als ondernemer.
donderdag 18 november 2010
MKB: weinig steun van overheden
Van de Nederlandse mkb-bedrijven heeft 78% de indruk dat de overheid weinig oog heeft voor hun belangen. Een meerderheid vindt dat banken gedwongen moeten worden om meer uit te lenen aan startende ondernemingen.
Dit zegt Regus, een bedrijf dat kantoorruimtes en werkplekken aanbiedt, op basis van een wereldwijde enquête onder mkb'ers. In Nederland deden 186 ondernemers mee aan het onderzoek, wereldwijd ging het om meer dan vijfduizend ondernemers.
De ondernemers werd onder meer gevraagd hoe gemakkelijk ze het vinden om hun werk te doen in hun land. Nederland scoort hierbij bovengemiddeld met 108 punten op een wereldwijd gemiddelde van 100 punten.
'Belangen genegeerd'
Van de ondervraagde Nederlandse ondernemers vindt 78% aan dat hun belangen worden genegeerd door overheden. Wereldwijd geeft driekwart van de ondervraagden dit aan.
Banken zouden gedwongen moeten worden om meer geld uit te lenen aan start-ups en kleine ondernemingen, zegt 71% van de Nederlandse ondervraagden. Gemiddeld vond 71% van alle ondervraagden dit.
Venture capital
Animo voor een venture capital fonds van de overheid is er wereldwijd bij 86% van de ondervraagden en bij 80% van de ondernemers in Nederland.
Ergernis over het te laat betalen van facturen doet de animo voor het instellen van boetes hiervoor, sterk toenemen. Van de Nederlandse ondernemers die meededen aan het onderzoek was 80% hier voorstander van, in de rest van de wereld lag dit op 72%.
Copyright (c) 2010 Het Financieele Dagblad
Dit zegt Regus, een bedrijf dat kantoorruimtes en werkplekken aanbiedt, op basis van een wereldwijde enquête onder mkb'ers. In Nederland deden 186 ondernemers mee aan het onderzoek, wereldwijd ging het om meer dan vijfduizend ondernemers.
De ondernemers werd onder meer gevraagd hoe gemakkelijk ze het vinden om hun werk te doen in hun land. Nederland scoort hierbij bovengemiddeld met 108 punten op een wereldwijd gemiddelde van 100 punten.
'Belangen genegeerd'
Van de ondervraagde Nederlandse ondernemers vindt 78% aan dat hun belangen worden genegeerd door overheden. Wereldwijd geeft driekwart van de ondervraagden dit aan.
Banken zouden gedwongen moeten worden om meer geld uit te lenen aan start-ups en kleine ondernemingen, zegt 71% van de Nederlandse ondervraagden. Gemiddeld vond 71% van alle ondervraagden dit.
Venture capital
Animo voor een venture capital fonds van de overheid is er wereldwijd bij 86% van de ondervraagden en bij 80% van de ondernemers in Nederland.
Ergernis over het te laat betalen van facturen doet de animo voor het instellen van boetes hiervoor, sterk toenemen. Van de Nederlandse ondernemers die meededen aan het onderzoek was 80% hier voorstander van, in de rest van de wereld lag dit op 72%.
Copyright (c) 2010 Het Financieele Dagblad
woensdag 10 november 2010
MKB botst met banken
Een onderzoek naar de kredietverlening aan het midden- en kleinbedrijf heeft tot een botsing geleid tussen banken en de belangenclub voor het midden- en kleinbedrijf MKB-Nederland.
De ondernemers zijn boos over de publicatie van een deel van de onderzoeksresultaten door de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) afgelopen zondag. Daarin staat dat de kredietverlening is blijven stijgen tijdens de crisis. In het bericht staat echter niet dat nieuwe kredietaanvragen sinds de crisis veel minder kans maken, wat uit hetzelfde onderzoek naar voren is gekomen.
'Wat de NVB meldt, is maar een héél klein deel van het onderzoek', zegt Leendert-Jan Visser, directeur van MKB-Nederland. 'Dit stelt ons echt zwaar teleur. Dat de vertegenwoordiger van alle banken het nodig vindt om de zorgen die wij hebben, af te doen met een nogal arrogant getoonzet bericht dat er niets aan de hand is.' Hij stelt dat bancaire kredietverlening van vitaal belang is voor de economische groei.
Taskforce
Het midden- en kleinbedrijf klaagt sinds de crisis over de steeds strengere eisen die banken stellen aan zakelijk krediet, vooral bij leningen met een omvang tot euro 250.000. De banken ontkennen dat. Daarom hebben NVB, MKB- Nederland en twee ministeries een Taskforce Kredietverlening opgezet om de kwestie uit te zoeken en aanbevelingen te doen. Over twee weken volgt de presentatie van het onderzoek.
Volgens Visser zal dan blijken dat er momenteel 35% minder nieuwe zakelijke kredieten tot een euro250.000 worden verleend, dan vlak voor de crisis in zomer van 2008. 'Voor een deel omdat er minder aanvragen zijn, maar voor een groter deel omdat banken meer verzoeken afwijzen', aldus Visser.
Nieuwe kredieten
Bankenvereniging NVB wijst juist op de totale som aan uitstaande kleinere zakelijke kredieten. Die is sinds medio 2008 met 3,3% gestegen. 'De uitstaande kredieten aan het mkb zijn door blijven stijgen, wat opvallend te noemen is in een periode van economische crisis en krimp', aldus de NVB.
Visser zegt in reactie dat de totale uitstaande kredietsom niet zozeer stijgt vanwege nieuwe kredieten als wel omdat krediet meestal voor enkele jaren wordt verstrekt. De jaren voor de kredietcrisis waren topjaren en bedrijven nemen nu krediet op dat eerder was toegezegd.
De NVB beaamt dat 'het aantal nieuwe kredieten inderdaad minder is dan in het recordjaar 2008'. Hij noemt het huidige niveau 'genormaliseerd'.
Ook Aleid van der Zwan, adviseur kredietverlening binnen de NVB, wijst op het uitzonderlijke karakter van referentiejaar 2008. 'De kredietgroei is nu weliswaar een stuk lager dan destijds, maar er wordt nog steeds voor substantiële bedragen krediet verleend.'
Bron FD
U kunt mij direct contacten op 06 57 99 87 81 of martijn.boer@havendijk.nl
www.havendijk.nl
De ondernemers zijn boos over de publicatie van een deel van de onderzoeksresultaten door de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) afgelopen zondag. Daarin staat dat de kredietverlening is blijven stijgen tijdens de crisis. In het bericht staat echter niet dat nieuwe kredietaanvragen sinds de crisis veel minder kans maken, wat uit hetzelfde onderzoek naar voren is gekomen.
'Wat de NVB meldt, is maar een héél klein deel van het onderzoek', zegt Leendert-Jan Visser, directeur van MKB-Nederland. 'Dit stelt ons echt zwaar teleur. Dat de vertegenwoordiger van alle banken het nodig vindt om de zorgen die wij hebben, af te doen met een nogal arrogant getoonzet bericht dat er niets aan de hand is.' Hij stelt dat bancaire kredietverlening van vitaal belang is voor de economische groei.
Taskforce
Het midden- en kleinbedrijf klaagt sinds de crisis over de steeds strengere eisen die banken stellen aan zakelijk krediet, vooral bij leningen met een omvang tot euro 250.000. De banken ontkennen dat. Daarom hebben NVB, MKB- Nederland en twee ministeries een Taskforce Kredietverlening opgezet om de kwestie uit te zoeken en aanbevelingen te doen. Over twee weken volgt de presentatie van het onderzoek.
Volgens Visser zal dan blijken dat er momenteel 35% minder nieuwe zakelijke kredieten tot een euro250.000 worden verleend, dan vlak voor de crisis in zomer van 2008. 'Voor een deel omdat er minder aanvragen zijn, maar voor een groter deel omdat banken meer verzoeken afwijzen', aldus Visser.
Nieuwe kredieten
Bankenvereniging NVB wijst juist op de totale som aan uitstaande kleinere zakelijke kredieten. Die is sinds medio 2008 met 3,3% gestegen. 'De uitstaande kredieten aan het mkb zijn door blijven stijgen, wat opvallend te noemen is in een periode van economische crisis en krimp', aldus de NVB.
Visser zegt in reactie dat de totale uitstaande kredietsom niet zozeer stijgt vanwege nieuwe kredieten als wel omdat krediet meestal voor enkele jaren wordt verstrekt. De jaren voor de kredietcrisis waren topjaren en bedrijven nemen nu krediet op dat eerder was toegezegd.
De NVB beaamt dat 'het aantal nieuwe kredieten inderdaad minder is dan in het recordjaar 2008'. Hij noemt het huidige niveau 'genormaliseerd'.
Ook Aleid van der Zwan, adviseur kredietverlening binnen de NVB, wijst op het uitzonderlijke karakter van referentiejaar 2008. 'De kredietgroei is nu weliswaar een stuk lager dan destijds, maar er wordt nog steeds voor substantiële bedragen krediet verleend.'
Bron FD
U kunt mij direct contacten op 06 57 99 87 81 of martijn.boer@havendijk.nl
www.havendijk.nl
maandag 1 november 2010
Situatie kredieten van banken verbeterd?
Bank leent gemakkelijker geld maar terughoudendheid in omvang krediet
De beoordelingsvoorwaarden die de Nederlandse banken hanteren bij het verstrekken van kortlopende leningen aan bedrijven zijn voor het eerst sinds 2006 versoepeld. Die conclusie komt uit het ECB-Bank Lending Survey, uitgevoerd door De Nederlandsche Bank (DNB).
Wel terughoudendheid in omvang krediet
Het minder stringent omgaan met de goedkeuringscriteria voor kortlopende leningen heeft vooral te maken met concurrentie op de leenmarkt, aldus DNB. Banken voelen steeds meer rivaliteit van kredietverstrekkers en andere financiële instellingen en verruimen daarom hun voorwaarden.
Bedrijfskrediet
Ook kleven er volgens de Nederlandse banken minder risico's aan het verschaffen van krediet aan bedrijven, doordat de vaderlandse economie enigszins opkrabbelt. Die inschatting is vooral gebaseerd op de verwachtingen over de algemene economische bedrijvigheid en op de beoordeling van de vooruitzichten voor de betrokken onderneming of bedrijfstak.
De banken melden in het onderzoek dat ze denken dat de criteria voor het verstrekken van kortlopende leningen het komende kwartaal verder versoepeld wordt. De beoordelingsvoorwaarden voor langlopende leningen zijn echter verscherpt. Nederlandse banken blijven terughoudend in de omvang van de leningen aan het bedrijfsleven. De versoepeling van het kredietbeleid komt vooral neer op lagere gemiddelde marges op leningen.
Ondernemers
MKB-Nederland denkt dat ondernemers in de praktijk weinig merken van de verruiming van kredietregels. Volgens de belangenorganisatie stellen banken nog steeds hoge eisen aan het verstrekken van een lening. Doordat vooral kleine ondernemingen de dupe worden van deze criteria voor financiering, pleit MKB-Nederland ervoor om de 80 procent-borgstellingsregeling (BMKB) in 2011 te handhaven.
Bron FD
De beoordelingsvoorwaarden die de Nederlandse banken hanteren bij het verstrekken van kortlopende leningen aan bedrijven zijn voor het eerst sinds 2006 versoepeld. Die conclusie komt uit het ECB-Bank Lending Survey, uitgevoerd door De Nederlandsche Bank (DNB).
Wel terughoudendheid in omvang krediet
Het minder stringent omgaan met de goedkeuringscriteria voor kortlopende leningen heeft vooral te maken met concurrentie op de leenmarkt, aldus DNB. Banken voelen steeds meer rivaliteit van kredietverstrekkers en andere financiële instellingen en verruimen daarom hun voorwaarden.
Bedrijfskrediet
Ook kleven er volgens de Nederlandse banken minder risico's aan het verschaffen van krediet aan bedrijven, doordat de vaderlandse economie enigszins opkrabbelt. Die inschatting is vooral gebaseerd op de verwachtingen over de algemene economische bedrijvigheid en op de beoordeling van de vooruitzichten voor de betrokken onderneming of bedrijfstak.
De banken melden in het onderzoek dat ze denken dat de criteria voor het verstrekken van kortlopende leningen het komende kwartaal verder versoepeld wordt. De beoordelingsvoorwaarden voor langlopende leningen zijn echter verscherpt. Nederlandse banken blijven terughoudend in de omvang van de leningen aan het bedrijfsleven. De versoepeling van het kredietbeleid komt vooral neer op lagere gemiddelde marges op leningen.
Ondernemers
MKB-Nederland denkt dat ondernemers in de praktijk weinig merken van de verruiming van kredietregels. Volgens de belangenorganisatie stellen banken nog steeds hoge eisen aan het verstrekken van een lening. Doordat vooral kleine ondernemingen de dupe worden van deze criteria voor financiering, pleit MKB-Nederland ervoor om de 80 procent-borgstellingsregeling (BMKB) in 2011 te handhaven.
Bron FD
donderdag 14 oktober 2010
Financiering mkb moeizaam
Financiering mkb moeizaam
Voor het eerst meer af- dan toewijzingen van financieringsvraag
Slechts 13 procent van de mkb-bedrijven heeft in het afgelopen halfjaar financiering gezocht. De hoogte van het extra kapitaal ligt in meer dan de helft van de financieringsvraag onder de 100.000 euro.
Voor het eerst meer af- dan toewijzingen
Deze cijfers staan in de Financieringsmonitor mkb (juli 2010), een halfjaaronderzoek naar het financieringsklimaat van het mkb in Nederland, uitgevoerd door onderzoeksbureau EIM in opdracht van het ministerie van Economische Zaken.
Financieringsbehoefte
Het totaal aantal mkb-bedrijven dat het afgelopen halfjaar financiering heeft gezocht in aanvulling op de bestaande afspraken is zeer licht gedaald naar 13 procent ten opzichte van de vorige meting van het financieringsklimaat in april 2010.
Verreweg de belangrijkste bestemming van de gezochte financiering is extra werkkapitaal, namelijk 45 procent. Verder valt het toenemende aandeel op in vergelijking met drie maanden eerder van de mkb-ondernemers die financiering zoeken voor hun bedrijfshuisvesting (+ 5 procentpunt) en voor innovatie (+ 4 procentpunt).
De meeste mkb'ers waren de afgelopen zes maanden op zoek naar extra kapitaal met een omvang van minder dan 100.000 euro. Slechts 6 procent wilde meer dan 750.00 euro aantrekken. Bijna 40 procent van de mkb-bedrijven heeft het gewenste bedrag niet gekregen. 6 Procent kreeg de financiering wel rond, maar minder dan de hoogte van het gezochte kapitaal en 33 procent ontving daadwerkelijk het gewenste bedrag. Het is voor het eerst sinds de EIM-meting dat het aantal afwijzingen hoger is dan het aantal toewijzingen.
Eigen vermogen
Nog altijd is een bank dé aangewezen plek voor het verkrijgen van financiering. Bijna 90 procent van de mkb'ers haalt het extra kapitaal op bij de bank. Opvallende stijgers van bronnen voor de financieringsvraag sinds het onderzoek in april zijn informal investors (+1 procentpunt) en overheidsregelingen (+ 2 procentpunt). Familie en/of vrienden zijn in een tijd van economische tegenwind iets minder gul; van 8 naar 5 procent.
Het mkb heeft met ruim 60 procent een aanzienlijk hoger eigen vermogen dan het grootbedrijf. Binnen het mkb heeft het kleinbedrijf het grootste aandeel eigen vermogen. De laatste meting laat ten opzichte van de voorafgaande meting in april 2010 een lichte verbetering zien van de gemiddelde eigen vermogenspositie van het mkb.
Ook het vertrouwen in de mogelijkheid financiering te vinden is wat groter: minder ondernemers denken geen financiering te kunnen vinden. Van degenen die dat wèl denken gaan er méér proberen die financiering alsnog te krijgen.
Voor het eerst meer af- dan toewijzingen van financieringsvraag
Slechts 13 procent van de mkb-bedrijven heeft in het afgelopen halfjaar financiering gezocht. De hoogte van het extra kapitaal ligt in meer dan de helft van de financieringsvraag onder de 100.000 euro.
Voor het eerst meer af- dan toewijzingen
Deze cijfers staan in de Financieringsmonitor mkb (juli 2010), een halfjaaronderzoek naar het financieringsklimaat van het mkb in Nederland, uitgevoerd door onderzoeksbureau EIM in opdracht van het ministerie van Economische Zaken.
Financieringsbehoefte
Het totaal aantal mkb-bedrijven dat het afgelopen halfjaar financiering heeft gezocht in aanvulling op de bestaande afspraken is zeer licht gedaald naar 13 procent ten opzichte van de vorige meting van het financieringsklimaat in april 2010.
Verreweg de belangrijkste bestemming van de gezochte financiering is extra werkkapitaal, namelijk 45 procent. Verder valt het toenemende aandeel op in vergelijking met drie maanden eerder van de mkb-ondernemers die financiering zoeken voor hun bedrijfshuisvesting (+ 5 procentpunt) en voor innovatie (+ 4 procentpunt).
De meeste mkb'ers waren de afgelopen zes maanden op zoek naar extra kapitaal met een omvang van minder dan 100.000 euro. Slechts 6 procent wilde meer dan 750.00 euro aantrekken. Bijna 40 procent van de mkb-bedrijven heeft het gewenste bedrag niet gekregen. 6 Procent kreeg de financiering wel rond, maar minder dan de hoogte van het gezochte kapitaal en 33 procent ontving daadwerkelijk het gewenste bedrag. Het is voor het eerst sinds de EIM-meting dat het aantal afwijzingen hoger is dan het aantal toewijzingen.
Eigen vermogen
Nog altijd is een bank dé aangewezen plek voor het verkrijgen van financiering. Bijna 90 procent van de mkb'ers haalt het extra kapitaal op bij de bank. Opvallende stijgers van bronnen voor de financieringsvraag sinds het onderzoek in april zijn informal investors (+1 procentpunt) en overheidsregelingen (+ 2 procentpunt). Familie en/of vrienden zijn in een tijd van economische tegenwind iets minder gul; van 8 naar 5 procent.
Het mkb heeft met ruim 60 procent een aanzienlijk hoger eigen vermogen dan het grootbedrijf. Binnen het mkb heeft het kleinbedrijf het grootste aandeel eigen vermogen. De laatste meting laat ten opzichte van de voorafgaande meting in april 2010 een lichte verbetering zien van de gemiddelde eigen vermogenspositie van het mkb.
Ook het vertrouwen in de mogelijkheid financiering te vinden is wat groter: minder ondernemers denken geen financiering te kunnen vinden. Van degenen die dat wèl denken gaan er méér proberen die financiering alsnog te krijgen.
donderdag 7 oktober 2010
Nieuwe financieringstimulans voor bedrijfsovername
Nieuwe financieringstimulans voor bedrijfsovername
Rabobank introduceert kapitaal ter versterking van vermogenspositie
Rabobank komt met een nieuw stimuleringskapitaal voor ondernemers. Op deze manier wil de coöperatieve bank de vermogenspositie van bedrijven versterken. Dat maakt het kapitaal óók interessant voor de financiering van bedrijfsovernames.
Rabobank introduceert kapitaal ter versterking van vermogenspositie
‘Juist nu activiteiten in de meeste sectoren van de Nederlandse economie schoorvoetend weer aantrekken, biedt Rabobank een extra stimulans aan ondernemers,’ zegt bestuurslid Gerlinde Silvis. ‘Zakelijke klanten van ons kunnen gebruik maken van deze achtergestelde lening met een tariefopslag van 3,5 procent. Dat ligt ruim onder het reguliere markttarief voor risicokapitaal.’
Bedrijfsovernamefinanciering
De totale omvang van het stimuleringskapitaal bedraagt maximaal 500.000 euro. Rabobank acht het kapitaal ook als een geschikt instrument voor de financiering van een bedrijfsovername. ‘Voordeel is de mogelijkheid voor de ondernemer om de eerste vijf jaar niet af te lossen op deze lening’, vervolgt Silvis.
‘Dat maakt het tot een essentiële vermogensbuffer. En dat is precies wat bedrijven op dit moment nodig hebben, nu de vermogenspositie van veel bedrijven door de crisis is uitgehold. Deze aanvullende lening stelt de bedrijven in staat om voluit te ondernemen en tegelijk een eigen buffervermogen op te bouwen.’
Tariefopslag
Met de introductie van dit nieuwe stimuleringskapitaal gaat het om een achtergestelde lening, waarmee de verstrekkende lokale Rabobank zelf het risico loopt. Mocht een zakelijke klant onverhoopt failliet gaan, dan wordt de restschuld van deze achtergestelde lening kwijtgescholden. Door dit extra risico is een tariefopslag van 3,5 procent vastgesteld. Niet gering, maar nog altijd veel lager dan gangbare tarieven voor risicokapitaal.
‘Met dit rentevoordeel en met het risico dat ligt bij de bank, willen we als Rabobank een aanmerkelijke bijdrage blijven leveren aan het ondernemerschap. Dit initiatief is daarom te zien als een vorm van ‘coöperatief dividend’ voor zakelijke klanten,’ aldus Silvis.
Bron Brookz.
Rabobank introduceert kapitaal ter versterking van vermogenspositie
Rabobank komt met een nieuw stimuleringskapitaal voor ondernemers. Op deze manier wil de coöperatieve bank de vermogenspositie van bedrijven versterken. Dat maakt het kapitaal óók interessant voor de financiering van bedrijfsovernames.
Rabobank introduceert kapitaal ter versterking van vermogenspositie
‘Juist nu activiteiten in de meeste sectoren van de Nederlandse economie schoorvoetend weer aantrekken, biedt Rabobank een extra stimulans aan ondernemers,’ zegt bestuurslid Gerlinde Silvis. ‘Zakelijke klanten van ons kunnen gebruik maken van deze achtergestelde lening met een tariefopslag van 3,5 procent. Dat ligt ruim onder het reguliere markttarief voor risicokapitaal.’
Bedrijfsovernamefinanciering
De totale omvang van het stimuleringskapitaal bedraagt maximaal 500.000 euro. Rabobank acht het kapitaal ook als een geschikt instrument voor de financiering van een bedrijfsovername. ‘Voordeel is de mogelijkheid voor de ondernemer om de eerste vijf jaar niet af te lossen op deze lening’, vervolgt Silvis.
‘Dat maakt het tot een essentiële vermogensbuffer. En dat is precies wat bedrijven op dit moment nodig hebben, nu de vermogenspositie van veel bedrijven door de crisis is uitgehold. Deze aanvullende lening stelt de bedrijven in staat om voluit te ondernemen en tegelijk een eigen buffervermogen op te bouwen.’
Tariefopslag
Met de introductie van dit nieuwe stimuleringskapitaal gaat het om een achtergestelde lening, waarmee de verstrekkende lokale Rabobank zelf het risico loopt. Mocht een zakelijke klant onverhoopt failliet gaan, dan wordt de restschuld van deze achtergestelde lening kwijtgescholden. Door dit extra risico is een tariefopslag van 3,5 procent vastgesteld. Niet gering, maar nog altijd veel lager dan gangbare tarieven voor risicokapitaal.
‘Met dit rentevoordeel en met het risico dat ligt bij de bank, willen we als Rabobank een aanmerkelijke bijdrage blijven leveren aan het ondernemerschap. Dit initiatief is daarom te zien als een vorm van ‘coöperatief dividend’ voor zakelijke klanten,’ aldus Silvis.
Bron Brookz.
donderdag 30 september 2010
LENEN WORDT CRIME
Interessant artikel in FD Outlook van vorige week:
CM&P Gorinchem heeft creatieve oplossingen voor financieringen. Meest belangrijk is dat een kredietaanvraag op een professionele manier aan de bank wordt gepresenteerd. Wij beleiden en adviseren bedrijven met het uitwerken van hun kredietaanvraag en zorgen ervoor dat er een gedegen verhaal bij de bank terechtkomt. Voor de meest optimale financieringsconstructie zoekt CM&P naar alternatieven, bijvoorbeeld door aanpassing van de financieringsconstructie of door de aanvraag voor te leggen aan andere partijen.
Hieronder het artikel:
door CYP WAGENAAR
Cyp Wagenaar is directeur-eigenaar van Mesys et zou bijna lachwekkend zijn, als het niet zo ernstig was.
Sinds het uitbreken van de kredietcrisis is het aanvragen van financiering een crime geworden. Een ondernemer doet zijn beklag. 'De souplesse is verdwenen.'
Ik kan me de tijd nog herinneren dat mijn vader met de directeur van de bank sprak en ter plekke een financiering regelde. Dat was in de tijd dat een directeur van een bank nog iemand van enige importantie was.
In de afgelopen 40 jaar is er heel wat veranderd. Een ondernemer die nu bij een bank voor financiering aanklopt, krijgt helemaal geen beslissers meer te spreken. Hij of zij overlegt, schetst een horizon, en de relatiemanager bekijkt tot jaren terug wat de ondernemer heeft gedaan. Vervolgens maakt die bankmanager een rapport over het bedrijf van de ondernemer, een rapport dat de ondernemer zelf niet te zien krijgt, dat enige echelons hoger in de bankhiërarchie wordt bekeken en besproken. Hier wordt een oordeel geveld, dat de ondernemer vervolgens als een mededeling krijgt aangereikt.
Persoonlijk heb ik dit proces meerdere keren meegemaakt en ik vind het zeer frustrerend. Nooit weet ik of mijn verhaal goed is overgekomen, of de juiste zaken gemeld zijn, of specifieke kwesties gedetailleerder zouden moeten worden belicht. Daar komt bij dat ondernemers bij een bank vaak te maken hebben met wisselingen van de wacht.
Een bank kijkt naar de branche waarin het bedrijf opereert en naar de kengetallen uit die branche. Het unieke bedrijf dat gebruikmaakt van innovatiekracht, van een marktpositie en een strategisch plan speelt geen rol. De bankmedewerkers kijken liever terug. Ik heb nog nooit meegemaakt datde bank keek naar het productenpallet, naar de nieuwe ontwikkelingen en naar de potentiële markten. Dit communicatieprobleem zal niet opgelost worden zolang de bank geen echte kennis uit dezelfde branche inhuurt. Dit in tegenstelling tot de ontwikkelingsmaatschappijen die deze kennis duidelijk wel in huis halen.
Banken maken ook nogal eens, en met liefde, misbruik van een situatie waarbij een ondernemer enige haast heeft, bijvoorbeeld voor de financiering van een grote order. Banken nemen dan een ruime doorlooptijd en eisen forse zekerheden. Als de tijdsdruk wegvalt, blijkt opeens dat de gevraagde zekerheden helemaal niet zo noodzakelijk waren en dat de bank vooral het momentum wilde gebruiken.
De laatste tijd zie ik ook dat banken steeds meer gegevens willen hebben. In de eerste gesprekken meldt de relatiemanager doorgaans dat er niets is veranderd ten opzichte van voor de kredietcrisis, maar bij het indienen van de aanvraag blijken toch veel meer data te moeten worden aangeleverd
.
Ons bedrijf Mesys is een leverancier van industriële luchtreiniging en zogenoemde afgasreiniging. De afgelopen jaren draaiden we goed, en in het eerste halfjaar 2010 waren de cijfers weer uitstekend. Daardoor moeten we wel uitbreiden in werkruimten en kantoren. Bij de eerste gesprekken met de banken bleek dat we moesten rekenen op een doorlooptijd van 3 tot 6 weken, nadat alle gegevens waren aangeleverd. Alle data, daar blijkt de crux te zitten. Het begrip 'alle' gaat zeer ver; meerdere keren komen de banken met vragen. Een ondernemer moet rekenen op een doorlooptijd van meerdere maanden. Terwijl enige spoed noodzakelijk is. Maakt de bank misbruik van de tijdsdruk door buitensporige zekerheden te stellen? Daar lijkt het wel op.
Een ander kwestie die het aanvragen van financiering tot een crime maakt, is de neiging van banken om te krappe financiering aan te bieden. Het resultaat is vaak dat bedrijven langs het randje moeten lopen. Ik heb menig bedrijf hierdoor in de problemen zien komen. Recent mocht ik dit probleem ook zelf ervaren toen de bank voorstelde om een groot deel van het werkkapitaal in de bedrijfsuitbreiding te steken.
Natuurlijk begrijp ik dat banken in een moeilijk vaarwater terecht zijn gekomen. De eisen worden hoger en de souplesse verdwijnt beetje bij beetje. Maar het gevolg is dat een jarenlange relatie ineens niet meer telt. In het echte bedrijfsleven gaat dat toch heel anders! Eén advies aan collega-ondernemers: ga over financiering praten als je het nog niet nodig hebt, en neem er dan ruim de tijd voor. Klop ook bij meerdere banken aan. Zie het als het verkrijgen van een order - hoe vreemd dat ook moge klinken, want eigenlijk zijn we klanten. Helaas zijn banken dat anders gaan zien.
Bron FD Outlook
CM&P Gorinchem heeft creatieve oplossingen voor financieringen. Meest belangrijk is dat een kredietaanvraag op een professionele manier aan de bank wordt gepresenteerd. Wij beleiden en adviseren bedrijven met het uitwerken van hun kredietaanvraag en zorgen ervoor dat er een gedegen verhaal bij de bank terechtkomt. Voor de meest optimale financieringsconstructie zoekt CM&P naar alternatieven, bijvoorbeeld door aanpassing van de financieringsconstructie of door de aanvraag voor te leggen aan andere partijen.
Hieronder het artikel:
door CYP WAGENAAR
Cyp Wagenaar is directeur-eigenaar van Mesys et zou bijna lachwekkend zijn, als het niet zo ernstig was.
Sinds het uitbreken van de kredietcrisis is het aanvragen van financiering een crime geworden. Een ondernemer doet zijn beklag. 'De souplesse is verdwenen.'
Ik kan me de tijd nog herinneren dat mijn vader met de directeur van de bank sprak en ter plekke een financiering regelde. Dat was in de tijd dat een directeur van een bank nog iemand van enige importantie was.
In de afgelopen 40 jaar is er heel wat veranderd. Een ondernemer die nu bij een bank voor financiering aanklopt, krijgt helemaal geen beslissers meer te spreken. Hij of zij overlegt, schetst een horizon, en de relatiemanager bekijkt tot jaren terug wat de ondernemer heeft gedaan. Vervolgens maakt die bankmanager een rapport over het bedrijf van de ondernemer, een rapport dat de ondernemer zelf niet te zien krijgt, dat enige echelons hoger in de bankhiërarchie wordt bekeken en besproken. Hier wordt een oordeel geveld, dat de ondernemer vervolgens als een mededeling krijgt aangereikt.
Persoonlijk heb ik dit proces meerdere keren meegemaakt en ik vind het zeer frustrerend. Nooit weet ik of mijn verhaal goed is overgekomen, of de juiste zaken gemeld zijn, of specifieke kwesties gedetailleerder zouden moeten worden belicht. Daar komt bij dat ondernemers bij een bank vaak te maken hebben met wisselingen van de wacht.
Een bank kijkt naar de branche waarin het bedrijf opereert en naar de kengetallen uit die branche. Het unieke bedrijf dat gebruikmaakt van innovatiekracht, van een marktpositie en een strategisch plan speelt geen rol. De bankmedewerkers kijken liever terug. Ik heb nog nooit meegemaakt datde bank keek naar het productenpallet, naar de nieuwe ontwikkelingen en naar de potentiële markten. Dit communicatieprobleem zal niet opgelost worden zolang de bank geen echte kennis uit dezelfde branche inhuurt. Dit in tegenstelling tot de ontwikkelingsmaatschappijen die deze kennis duidelijk wel in huis halen.
Banken maken ook nogal eens, en met liefde, misbruik van een situatie waarbij een ondernemer enige haast heeft, bijvoorbeeld voor de financiering van een grote order. Banken nemen dan een ruime doorlooptijd en eisen forse zekerheden. Als de tijdsdruk wegvalt, blijkt opeens dat de gevraagde zekerheden helemaal niet zo noodzakelijk waren en dat de bank vooral het momentum wilde gebruiken.
De laatste tijd zie ik ook dat banken steeds meer gegevens willen hebben. In de eerste gesprekken meldt de relatiemanager doorgaans dat er niets is veranderd ten opzichte van voor de kredietcrisis, maar bij het indienen van de aanvraag blijken toch veel meer data te moeten worden aangeleverd
.
Ons bedrijf Mesys is een leverancier van industriële luchtreiniging en zogenoemde afgasreiniging. De afgelopen jaren draaiden we goed, en in het eerste halfjaar 2010 waren de cijfers weer uitstekend. Daardoor moeten we wel uitbreiden in werkruimten en kantoren. Bij de eerste gesprekken met de banken bleek dat we moesten rekenen op een doorlooptijd van 3 tot 6 weken, nadat alle gegevens waren aangeleverd. Alle data, daar blijkt de crux te zitten. Het begrip 'alle' gaat zeer ver; meerdere keren komen de banken met vragen. Een ondernemer moet rekenen op een doorlooptijd van meerdere maanden. Terwijl enige spoed noodzakelijk is. Maakt de bank misbruik van de tijdsdruk door buitensporige zekerheden te stellen? Daar lijkt het wel op.
Een ander kwestie die het aanvragen van financiering tot een crime maakt, is de neiging van banken om te krappe financiering aan te bieden. Het resultaat is vaak dat bedrijven langs het randje moeten lopen. Ik heb menig bedrijf hierdoor in de problemen zien komen. Recent mocht ik dit probleem ook zelf ervaren toen de bank voorstelde om een groot deel van het werkkapitaal in de bedrijfsuitbreiding te steken.
Natuurlijk begrijp ik dat banken in een moeilijk vaarwater terecht zijn gekomen. De eisen worden hoger en de souplesse verdwijnt beetje bij beetje. Maar het gevolg is dat een jarenlange relatie ineens niet meer telt. In het echte bedrijfsleven gaat dat toch heel anders! Eén advies aan collega-ondernemers: ga over financiering praten als je het nog niet nodig hebt, en neem er dan ruim de tijd voor. Klop ook bij meerdere banken aan. Zie het als het verkrijgen van een order - hoe vreemd dat ook moge klinken, want eigenlijk zijn we klanten. Helaas zijn banken dat anders gaan zien.
Bron FD Outlook
Abonneren op:
Posts (Atom)