De informatieronde is achter de rug, uw vragen zijn door de verkoper beantwoord en u weet wat het overname-doelwit waard is.
Verwacht niet dat u na het tekenen van de intentieverklaring nog makkelijk kunt terugonderhandelen
Als u nog steeds interesse heeft in het bedrijf, én als de verkoper met u rond de tafel wil, volgt nu het hoogtepunt van het overnameproces: de onderhandelingen.
Due diligence
De prijs en de betalingsvoorwaarden staan tijdens de onderhandelingen bovenaan de agenda, maar de voorwaarden waaronder de transactie plaatsvindt zijn minstens zo belangrijk. Denk daarbij aan garanties en vrijwaringen en aan een non-concurrentiebeding voor de verkoper.
Vaak zijn er twee onderhandelingsmomenten. De uitkomsten van de eerste ronde worden vastgelegd in een intentieverklaring. De prijs en de voorwaarden die daarin worden genoemd zijn nog niet definitief, maar zijn onder voorbehoud van, met name, het due diligence-onderzoek.
Intentieverklaring
Pas als dat onderzoek is afgerond en de koper precies weet wat hij koopt, worden alle details rond de transactie definitief ingevuld. Vooral als er veel zaken worden aangetroffen die afwijken van wat de verkoper heeft voorgespiegeld, leidt dat tot een zware tweede onderhandelingsronde.
Dit neemt niet weg dat in de eerste ronde de toon wordt gezet. Verwacht niet dat u na het tekenen van de intentieverklaring nog makkelijk kunt terugonderhandelen. De verkoper zal alleen akkoord gaan met verlaging van de koopsom als het overnameonderzoek nieuwe feiten aan het licht brengt. In de eerste onderhandelingen zult u uw slag moeten slaan.
U kunt mij direct contacten op 06 57 99 87 81 of martijn.boer@havendijk.nl. Ik ben cum laude afgestudeerd als Register Adviseur Bedrijfsopvolging (RAB) en daarmee gecertificeerd adviseur in bedrijfsoverdracht. Door mijn jarenlange ervaring en kennis van bedrijfsovernames en financieringen gecombineerd met mijn bedrijfskundige achtergrond, ben ik inzetbaar als adviseur bij bedrijfsovernames, financieringen, businessplannen en als klankbord voor u als ondernemer.
www.havendijk.nl
Ik ben eigenaar van BCG Corporate Finance B.V. Ik ben oud bankier en heb ruim 10 jaar bankierservaring. Tevens ben ik afgestudeerd als Register Adviseur Bedrijfsopvolging (RAB) en daarmee gecertificeerd adviseur in bedrijfsoverdracht. Met 20 jaar praktijkervaring in bedrijfsfinancieringen, bedrijfsovernames, Corporate Finance, gecombineerd met mijn academische en bedrijfskundige achtergrond ben ik optimaal inzetbaar bij Overnames, Financieringen en Strategie.
dinsdag 22 maart 2011
vrijdag 18 maart 2011
Familiebedrijven gebaat bij externe opvolging
Familiebedrijven staan over het algemeen positief tegenover opvolging door niet-familieleden in de directie en zijn van mening dat het voortbestaan niet in gevaar komt. De familie behoudt echter wel graag de zeggenschap. Dat blijkt uit een rondgang van Boer & Croon en Boekel De Nerée onder bestuursleden van zo’n 40 familiebedrijven met een minimale omzet van € 20 miljoen en een bericht op Ondernemingsbeurs.
Ruim driekwart (76 procent) van de bestuurders van familiebedrijven denkt dat externe opvolging zorgt voor een frisse blik op de organisatie. Uit de rondgang (51 procent) komt ook naar voren dat bestuursopvolging binnen de familie niet noodzakelijk is voor het voortbestaan van het bedrijf. Bovendien zou dit niet-familieleden binnen het bedrijf juist motiveren. Voor 65 procent van de ondervraagden is het niet noodzakelijk dat bestuursopvolging plaatsvindt binnen het familiebedrijf, zolang de familie de zeggenschap maar houdt, terwijl 30 procent dit wel wenselijk acht.
Externe kwaliteit belangrijker
De kwaliteit van de kandidaat is belangrijker dan familiebanden. Familiebedrijven worden steeds professioneler. Wanneer de familie geen geschikte opvolgingskandidaat biedt, kiest zij liever voor externe kwaliteit en regelt zij de zeggenschap op een andere manier. Bedrijven realiseren zich dat wanneer opvolging binnen de familie niet goed mogelijk is, dit niet het eind van het familiebedrijf hoeft te betekenen. Zeggenschap kan immers op diverse manieren worden geregeld. Via aandeelhouderschap, maar ook via een Stichting Administratiekantoor (STAK) of door familieleden zitting te laten nemen in de Raad van Commissarissen (RvC).
Risico’s en kansen externe bestuurder
Een externe bestuurder brengt volgens de ondervraagde bestuurders ook risico’s met zich mee. Maar liefst 62 procent van de ondervraagden is bang voor het feit dat de familiewaarden en het familiekarakter van de onderneming verloren gaan. Andere risico ’s zijn volgens hen het korte termijndenken van de directie (30 procent), het gebrek aan motivatie van de externe bestuurder (27 procent) en het feit dat de familie zich minder betrokken voelt wanneer een externe bestuurder aan het roer staat (27 procent). Maar de ondervraagden zien ook kansen bij een externe bestuurder. Er komt een frisse blik op de zaak en de onderneming zal op deze wijze zich kunnen voorbereiden op fusie en overnames. Zes op de tien bedrijven (59 procent) pleiten voor een RvC waarin personen van buiten de familie zitting hebben. Smits: Het mooie van een RvC is dat je hierin goede externen én familieleden zitting kunt laten nemen. Het advies is om een externe kandidaat te benoemen die affiniteit heeft met de praktijk van familiebedrijven. Een familiebedrijf is immers een bijzonder bedrijf.
Ruim driekwart (76 procent) van de bestuurders van familiebedrijven denkt dat externe opvolging zorgt voor een frisse blik op de organisatie. Uit de rondgang (51 procent) komt ook naar voren dat bestuursopvolging binnen de familie niet noodzakelijk is voor het voortbestaan van het bedrijf. Bovendien zou dit niet-familieleden binnen het bedrijf juist motiveren. Voor 65 procent van de ondervraagden is het niet noodzakelijk dat bestuursopvolging plaatsvindt binnen het familiebedrijf, zolang de familie de zeggenschap maar houdt, terwijl 30 procent dit wel wenselijk acht.
Externe kwaliteit belangrijker
De kwaliteit van de kandidaat is belangrijker dan familiebanden. Familiebedrijven worden steeds professioneler. Wanneer de familie geen geschikte opvolgingskandidaat biedt, kiest zij liever voor externe kwaliteit en regelt zij de zeggenschap op een andere manier. Bedrijven realiseren zich dat wanneer opvolging binnen de familie niet goed mogelijk is, dit niet het eind van het familiebedrijf hoeft te betekenen. Zeggenschap kan immers op diverse manieren worden geregeld. Via aandeelhouderschap, maar ook via een Stichting Administratiekantoor (STAK) of door familieleden zitting te laten nemen in de Raad van Commissarissen (RvC).
Risico’s en kansen externe bestuurder
Een externe bestuurder brengt volgens de ondervraagde bestuurders ook risico’s met zich mee. Maar liefst 62 procent van de ondervraagden is bang voor het feit dat de familiewaarden en het familiekarakter van de onderneming verloren gaan. Andere risico ’s zijn volgens hen het korte termijndenken van de directie (30 procent), het gebrek aan motivatie van de externe bestuurder (27 procent) en het feit dat de familie zich minder betrokken voelt wanneer een externe bestuurder aan het roer staat (27 procent). Maar de ondervraagden zien ook kansen bij een externe bestuurder. Er komt een frisse blik op de zaak en de onderneming zal op deze wijze zich kunnen voorbereiden op fusie en overnames. Zes op de tien bedrijven (59 procent) pleiten voor een RvC waarin personen van buiten de familie zitting hebben. Smits: Het mooie van een RvC is dat je hierin goede externen én familieleden zitting kunt laten nemen. Het advies is om een externe kandidaat te benoemen die affiniteit heeft met de praktijk van familiebedrijven. Een familiebedrijf is immers een bijzonder bedrijf.
maandag 14 maart 2011
Stijgende lijn in toekennen van MKB financieringen?
De succespercentages binnen het MKB voor het verkrijgen van een financiering liepen in de periode eind 2008 tot eind 2010 erg uiteen. Van de aangevraagde financieringen werden in december 2008 nog 72% toegekend tot 33% tijdens het dieptepunt van de crisis. In december 2010 is dit percentage weer gestegen tot 48%. De verkrijgbaarheid van een bancair krediet hangt nauw samen met de solvabiliteit van MKB bedrijven. Dit blijkt uit de overzichtsrapportage Financiering van het MKB die vandaag gepresenteerd wordt.
Volgens de Bank Lending Survey van de Europese Centrale Bank hebben banken tijdens de crisis hun kredietvoorwaarden fors aangescherpt. In de loop van 2010 worden deze voorwaarden voorzichtig weer wat versoepeld. Naast het aanscherpen van kredietvoorwaarden liepen in de periode 2008-2010 de kosten en provisies van banken op. Deze ontwikkeling werd ook waargenomen in het grootbedrijf. Daar liggen de succespercentages bij het aanvragen van financiering wel fors hoger: 75% krijgt de financiering rond in augustus 2009 en april 2010.
Uit de monitor blijkt ook dat MKB-bedrijven in de periode december 2008 - december 2010 naar eigen zeggen een afnemende behoefte hadden aan bedrijfsfinanciering. De percentages schommelen in de kwartalen tussen 19% in december 2008 tot 11% in december 2010. De vraaguitval die ook de banken meldden, was sterker dan in 2003, tijdens de vorige crisis. Deze ontwikkelingen zijn overigens waarneembaar in de gehele eurozone.
EIM heeft ook vast kunnen stellen dat de verkrijgbaarheid van bancair krediet significant samenhangt met de hoogte van de solvabiliteit van bedrijven in de sectoren: een procentpunt hogere solvabiliteit leidt tot 2.7 procentpunt hogere verkrijgbaarheid. Voor alle bedrijven geldt dus dat meer aandacht besteden aan eigen vermogen loont bij aantrekken van bancaire financiering.
Voor vragen kunt u mij bellen op 06 – 5799 8781 of mailen op martijn.boer@havendijk.nl
Met ruim 12 jaar praktijkervaring in bedrijfsovernames, bedrijfsfinancieringen en Corporate Finance, gecombineerd met mijn academische en bedrijfskundige achtergrond ben ik optimaal inzetbaar bij:
* bedrijfsfinancieringen incl. herstructuring en recovery
* bedrijfsoverdracht, overname en aankoop en verkoop bedrijf
* strategische businessplannen
* business coach / klankbord voor de ondernemer
Ik ben lid van divers instanties, te weten: Brancheorganisatie Bedrijfsoverdracht Bemiddelaars (BOBB), Industriele Kring Gorinchem (IKG), VNO NCW West, Werkgevers Drechtsteden, Unitas Business Club, Meerbusiness en De Ronde Tafel Gorinchem.
Ik ben zelf ondernemer en met onze succesvolle aanpak scoren wij ondanks de crisis nog altijd 100% op de uitgewerkte financieringsaanvragen en bedrijfsoverdrachten!
Neem vrijblijvend contact op en bel 06 57 99 87 81.
SpecialtiesBegeleiden en adviseren van ondernemers op het gebied van
* (bedrijfs) financiering
* aan- en verkoop van bedrijven MBO/MBI
* strategie (o.a. ondernemingsplannen)
* business coach / klankbord voor de ondernemer.
Volgens de Bank Lending Survey van de Europese Centrale Bank hebben banken tijdens de crisis hun kredietvoorwaarden fors aangescherpt. In de loop van 2010 worden deze voorwaarden voorzichtig weer wat versoepeld. Naast het aanscherpen van kredietvoorwaarden liepen in de periode 2008-2010 de kosten en provisies van banken op. Deze ontwikkeling werd ook waargenomen in het grootbedrijf. Daar liggen de succespercentages bij het aanvragen van financiering wel fors hoger: 75% krijgt de financiering rond in augustus 2009 en april 2010.
Uit de monitor blijkt ook dat MKB-bedrijven in de periode december 2008 - december 2010 naar eigen zeggen een afnemende behoefte hadden aan bedrijfsfinanciering. De percentages schommelen in de kwartalen tussen 19% in december 2008 tot 11% in december 2010. De vraaguitval die ook de banken meldden, was sterker dan in 2003, tijdens de vorige crisis. Deze ontwikkelingen zijn overigens waarneembaar in de gehele eurozone.
EIM heeft ook vast kunnen stellen dat de verkrijgbaarheid van bancair krediet significant samenhangt met de hoogte van de solvabiliteit van bedrijven in de sectoren: een procentpunt hogere solvabiliteit leidt tot 2.7 procentpunt hogere verkrijgbaarheid. Voor alle bedrijven geldt dus dat meer aandacht besteden aan eigen vermogen loont bij aantrekken van bancaire financiering.
Voor vragen kunt u mij bellen op 06 – 5799 8781 of mailen op martijn.boer@havendijk.nl
Met ruim 12 jaar praktijkervaring in bedrijfsovernames, bedrijfsfinancieringen en Corporate Finance, gecombineerd met mijn academische en bedrijfskundige achtergrond ben ik optimaal inzetbaar bij:
* bedrijfsfinancieringen incl. herstructuring en recovery
* bedrijfsoverdracht, overname en aankoop en verkoop bedrijf
* strategische businessplannen
* business coach / klankbord voor de ondernemer
Ik ben lid van divers instanties, te weten: Brancheorganisatie Bedrijfsoverdracht Bemiddelaars (BOBB), Industriele Kring Gorinchem (IKG), VNO NCW West, Werkgevers Drechtsteden, Unitas Business Club, Meerbusiness en De Ronde Tafel Gorinchem.
Ik ben zelf ondernemer en met onze succesvolle aanpak scoren wij ondanks de crisis nog altijd 100% op de uitgewerkte financieringsaanvragen en bedrijfsoverdrachten!
Neem vrijblijvend contact op en bel 06 57 99 87 81.
SpecialtiesBegeleiden en adviseren van ondernemers op het gebied van
* (bedrijfs) financiering
* aan- en verkoop van bedrijven MBO/MBI
* strategie (o.a. ondernemingsplannen)
* business coach / klankbord voor de ondernemer.
vrijdag 11 maart 2011
Waardebepaling van uw onderneming
Op basis van toekomstige verdiencapaciteit zijn er 2 methoden om de waarde van een bedrijf te bepalen.
1. Discounted cashflow (DCF)
De DCF-methode blikt naar de toekomst en dan met name, de naam zegt het al, naar de kasstromen. Dat is niet voor niks. Belangrijker nog dan de winst – wat ’slechts’ een boekhoudkundig begrip is en dus manipuleerbaar – is de cashflow van een onderneming. Want alleen als er voldoende middelen de onderneming binnenstromen, is deze in staat om aan zijn verplichtingen te voldoen. En cash is een objectief begrip.
Bij de DCF-methode worden toekomstige geldstromen in kaart gebracht, vaak voor een periode van drie of vijf jaar omdat die periode te overzien is. De jaren daarna wordt het bedrijf geacht stationair te draaien. Deze periode heet de ‘restperiode’. De kasstromen worden ingeschat op basis van het businessplan en alle andere relevante gegevens die van de onderneming bekend zijn. Voor ieder jaar worden de inkomende kasstromen verrekend met uitgaande geldstromen, waarbij de financieringslasten en dividenduitkeringen buiten beschouwing blijven. Op die manier wordt duidelijk hoeveel ‘vrije kasstromen’ overblijven om leningen af te lossen, rente te betalen en de aandeelhouders te belonen voor hun inspanningen. Vaak worden drie scenario’s opgesteld: een worst case, een normal case en een best case scenario.
De DCF-methode biedt duidelijke voordelen. Het gaat uit van de toekomstige situatie en alleen die is relevant voor een koper. Ook gaat de methode uit van kasstromen en niet van (manipuleerbare) winstcijfers. Richting banken is een DCF berekening waardevol omdat zij bij het toekennen van leningen veel belang hechten aan toekomstige cashflows. Een ander voordeel is dat op basis van een DCF-rapport een zinvolle discussie kan worden gevoerd over de uitgangspunten van een onderneming.
2. Financierbaarheid
Een ander vertrekpunt is niet de waarde van de onderneming, maar de financierbaarheid van de koopsom. Op basis van uw eigen middelen en de prognoses voor de komende jaren kan een ervaren intermediair prima inschatten hoeveel u ongeveer kunt lenen bij de bank. Hiermee heeft u een plafond tot waar u kunt gaan. Komt u tot ongeveer anderhalf miljoen euro, terwijl de vraagprijs drie miljoen bedraagt, dan hoeft u de onderhandeling niet eens te starten. Is het verschil een paar ton, dan is dit mogelijk uit te onderhandelen of te overbruggen door een achtergestelde lening van de verkoper. Een bank waardeert een bedrijf niet bij een financieringsaanvraag, maar let vooral op de cashflows: kunt u de rente en aflossing betalen? Als een bank niet bereid is te financieren is dat een indicatie dat de prijs weleens hoger zou kunnen zijn dan de daadwerkelijke waarde van de onderneming.
U kunt mij direct contacten op 06 57 99 87 81 o. Door mijn jarenlange ervaring en kennis van bedrijfsovernames en financieringen gecombineerd met mijn bedrijfskundige achtergrond, ben ik inzetbaar als adviseur bij bedrijfsovernames, financieringen, businessplannen en als klankbord voor u als ondernemer.
1. Discounted cashflow (DCF)
De DCF-methode blikt naar de toekomst en dan met name, de naam zegt het al, naar de kasstromen. Dat is niet voor niks. Belangrijker nog dan de winst – wat ’slechts’ een boekhoudkundig begrip is en dus manipuleerbaar – is de cashflow van een onderneming. Want alleen als er voldoende middelen de onderneming binnenstromen, is deze in staat om aan zijn verplichtingen te voldoen. En cash is een objectief begrip.
Bij de DCF-methode worden toekomstige geldstromen in kaart gebracht, vaak voor een periode van drie of vijf jaar omdat die periode te overzien is. De jaren daarna wordt het bedrijf geacht stationair te draaien. Deze periode heet de ‘restperiode’. De kasstromen worden ingeschat op basis van het businessplan en alle andere relevante gegevens die van de onderneming bekend zijn. Voor ieder jaar worden de inkomende kasstromen verrekend met uitgaande geldstromen, waarbij de financieringslasten en dividenduitkeringen buiten beschouwing blijven. Op die manier wordt duidelijk hoeveel ‘vrije kasstromen’ overblijven om leningen af te lossen, rente te betalen en de aandeelhouders te belonen voor hun inspanningen. Vaak worden drie scenario’s opgesteld: een worst case, een normal case en een best case scenario.
De DCF-methode biedt duidelijke voordelen. Het gaat uit van de toekomstige situatie en alleen die is relevant voor een koper. Ook gaat de methode uit van kasstromen en niet van (manipuleerbare) winstcijfers. Richting banken is een DCF berekening waardevol omdat zij bij het toekennen van leningen veel belang hechten aan toekomstige cashflows. Een ander voordeel is dat op basis van een DCF-rapport een zinvolle discussie kan worden gevoerd over de uitgangspunten van een onderneming.
2. Financierbaarheid
Een ander vertrekpunt is niet de waarde van de onderneming, maar de financierbaarheid van de koopsom. Op basis van uw eigen middelen en de prognoses voor de komende jaren kan een ervaren intermediair prima inschatten hoeveel u ongeveer kunt lenen bij de bank. Hiermee heeft u een plafond tot waar u kunt gaan. Komt u tot ongeveer anderhalf miljoen euro, terwijl de vraagprijs drie miljoen bedraagt, dan hoeft u de onderhandeling niet eens te starten. Is het verschil een paar ton, dan is dit mogelijk uit te onderhandelen of te overbruggen door een achtergestelde lening van de verkoper. Een bank waardeert een bedrijf niet bij een financieringsaanvraag, maar let vooral op de cashflows: kunt u de rente en aflossing betalen? Als een bank niet bereid is te financieren is dat een indicatie dat de prijs weleens hoger zou kunnen zijn dan de daadwerkelijke waarde van de onderneming.
U kunt mij direct contacten op 06 57 99 87 81 o. Door mijn jarenlange ervaring en kennis van bedrijfsovernames en financieringen gecombineerd met mijn bedrijfskundige achtergrond, ben ik inzetbaar als adviseur bij bedrijfsovernames, financieringen, businessplannen en als klankbord voor u als ondernemer.
dinsdag 1 maart 2011
Wie zijn de kopers van uw onderneming?
Mogelijke kopers zijn globaal in vier categorieën te classificeren. Iedere categorie heeft bepaalde voor- en nadelen, welke onder meer consequenties kunnen hebben voor de verkoopprijs. Wat voor u goed is, is afhankelijk van uw persoonlijke voorkeur. In deze column zullen per categorie de belangrijkste aspecten worden besproken die u kunnen helpen in de vorming van uw voorkeur en het maken van uw keuze.
1) Strategische partij
Een strategische koper kan in de regel synergievoordelen opleveren. Hierdoor kan bij een bedrijfsverkoop aan een dergelijke partij doorgaans een hoger transactiebedrag worden gerealiseerd dan bij de andere alternatieven.
Indien een strategische partij van enige omvang is, beschikt zij vaak over voldoende cashflow om de overnamesom direct op overnamedatum aan de verkoper te betalen. Uiteraard kan het zo zijn dat de koper nog steeds een (beperkt) deel van de koopsom op een later tijdstip wil betalen of zelfs van het resultaat afhankelijk wil maken.
2) Management of familie
Bij een bedrijfsverkoop aan het management - een zogenoemde management buy out (MBO) - of aan een familielid is het van groot belang om de geschiktheid en de capaciteiten van de overnamekandidaat te beoordelen.
Het management of familieleden kunnen in de regel geen synergievoordelen realiseren, hetgeen normaal gesproken zal leiden tot een lager transactiebedrag t.o.v. een strategische partij. Daarnaast spelen met name bij verkoop binnen de familie andere factoren een rol die van invloed kunnen zijn op het transactiebedrag.
Vaak beschikt het management of de familie over beperkte liquide middelen. Ook de bank zal normaal gesproken niet de gehele koopsom willen financieren. Voor de financiering van het resterende deel wordt vaak een beroep gedaan op de verkoper in de vorm van een achtergestelde lening.
3) Management buy in-kandidaat
Een management buy in (MBI) is de verkoop van een bedrijf aan een (veelal) ervaren manager die kiest voor zelfstandig ondernemerschap.
Ook een MBI-kandidaat kan veelal geen synergievoordelen realiseren. Dit zal normaal gesproken leiden tot een lager transactiebedrag dan bij een strategische partij. Afhankelijk van de financiële draagkracht van de MBI-kandidaat en de gekozen financieringsstructuur, wordt u als ondernemer op overnamedatum gedeeltelijk of volledig betaald.
4) Investerings- of participatiemaatschappij
De te behalen synergie bij bedrijfsverkoop is per geval verschillend. Indien de onderneming zelfstandig wordt voortgezet levert dit geen synergievoordelen op. Indien de financiële koper uw onderneming kan samenvoegen met bedrijven uit haar portfolio, dan kan mogelijk wel synergie worden gerealiseerd.
Net zoals bij de strategische partij beschikt de investerings- of participatiemaatschappij over voldoende liquide middelen om de overnamesom direct op overnamedatum te betalen. Wel blijft het ook in dit geval mogelijk dat de koper een deel van de koopsom op een later tijdstip wil betalen of van het resultaat afhankelijk wil maken (een earn-out).
Uw gevoel speelt hier uiteraard een doorslaggevende rol bij.
Voor vragen kunt u mij bellen op 06 – 5799 8781 of mailen op martijn.boer@havendijk.nl
Met ruim 12 jaar praktijkervaring in bedrijfsovernames, bedrijfsfinancieringen en Corporate Finance, gecombineerd met mijn academische en bedrijfskundige achtergrond ben ik optimaal inzetbaar bij:
* bedrijfsfinancieringen incl. herstructuring en recovery
* bedrijfsoverdracht, overname en aankoop en verkoop bedrijf
* strategische businessplannen
* business coach / klankbord voor de ondernemer
Ik ben lid van divers instanties, te weten: Brancheorganisatie Bedrijfsoverdracht Bemiddelaars (BOBB), Industriele Kring Gorinchem (IKG), VNO NCW West, Werkgevers Drechtsteden, Unitas Business Club, Meerbusiness en De Ronde Tafel Gorinchem.
Neem vrijblijvend contact op en bel 06 57 99 87 81.
SpecialtiesBegeleiden en adviseren van ondernemers op het gebied van
* (bedrijfs) financiering
* aan- en verkoop van bedrijven MBO/MBI
* strategie (o.a. ondernemingsplannen)
* business coach / klankbord voor de ondernemer.
1) Strategische partij
Een strategische koper kan in de regel synergievoordelen opleveren. Hierdoor kan bij een bedrijfsverkoop aan een dergelijke partij doorgaans een hoger transactiebedrag worden gerealiseerd dan bij de andere alternatieven.
Indien een strategische partij van enige omvang is, beschikt zij vaak over voldoende cashflow om de overnamesom direct op overnamedatum aan de verkoper te betalen. Uiteraard kan het zo zijn dat de koper nog steeds een (beperkt) deel van de koopsom op een later tijdstip wil betalen of zelfs van het resultaat afhankelijk wil maken.
2) Management of familie
Bij een bedrijfsverkoop aan het management - een zogenoemde management buy out (MBO) - of aan een familielid is het van groot belang om de geschiktheid en de capaciteiten van de overnamekandidaat te beoordelen.
Het management of familieleden kunnen in de regel geen synergievoordelen realiseren, hetgeen normaal gesproken zal leiden tot een lager transactiebedrag t.o.v. een strategische partij. Daarnaast spelen met name bij verkoop binnen de familie andere factoren een rol die van invloed kunnen zijn op het transactiebedrag.
Vaak beschikt het management of de familie over beperkte liquide middelen. Ook de bank zal normaal gesproken niet de gehele koopsom willen financieren. Voor de financiering van het resterende deel wordt vaak een beroep gedaan op de verkoper in de vorm van een achtergestelde lening.
3) Management buy in-kandidaat
Een management buy in (MBI) is de verkoop van een bedrijf aan een (veelal) ervaren manager die kiest voor zelfstandig ondernemerschap.
Ook een MBI-kandidaat kan veelal geen synergievoordelen realiseren. Dit zal normaal gesproken leiden tot een lager transactiebedrag dan bij een strategische partij. Afhankelijk van de financiële draagkracht van de MBI-kandidaat en de gekozen financieringsstructuur, wordt u als ondernemer op overnamedatum gedeeltelijk of volledig betaald.
4) Investerings- of participatiemaatschappij
De te behalen synergie bij bedrijfsverkoop is per geval verschillend. Indien de onderneming zelfstandig wordt voortgezet levert dit geen synergievoordelen op. Indien de financiële koper uw onderneming kan samenvoegen met bedrijven uit haar portfolio, dan kan mogelijk wel synergie worden gerealiseerd.
Net zoals bij de strategische partij beschikt de investerings- of participatiemaatschappij over voldoende liquide middelen om de overnamesom direct op overnamedatum te betalen. Wel blijft het ook in dit geval mogelijk dat de koper een deel van de koopsom op een later tijdstip wil betalen of van het resultaat afhankelijk wil maken (een earn-out).
Uw gevoel speelt hier uiteraard een doorslaggevende rol bij.
Voor vragen kunt u mij bellen op 06 – 5799 8781 of mailen op martijn.boer@havendijk.nl
Met ruim 12 jaar praktijkervaring in bedrijfsovernames, bedrijfsfinancieringen en Corporate Finance, gecombineerd met mijn academische en bedrijfskundige achtergrond ben ik optimaal inzetbaar bij:
* bedrijfsfinancieringen incl. herstructuring en recovery
* bedrijfsoverdracht, overname en aankoop en verkoop bedrijf
* strategische businessplannen
* business coach / klankbord voor de ondernemer
Ik ben lid van divers instanties, te weten: Brancheorganisatie Bedrijfsoverdracht Bemiddelaars (BOBB), Industriele Kring Gorinchem (IKG), VNO NCW West, Werkgevers Drechtsteden, Unitas Business Club, Meerbusiness en De Ronde Tafel Gorinchem.
Neem vrijblijvend contact op en bel 06 57 99 87 81.
SpecialtiesBegeleiden en adviseren van ondernemers op het gebied van
* (bedrijfs) financiering
* aan- en verkoop van bedrijven MBO/MBI
* strategie (o.a. ondernemingsplannen)
* business coach / klankbord voor de ondernemer.
vrijdag 25 februari 2011
Financiering en het belang van diverse prognoses
In de regel berusten transacties tussen ondernemer en financier op een strakke planning, ambitieuze prognoses en boeteclausules voor het geval planning en prognose niet realistisch waren. Niettemin weten beide partijen dat de ontwikkeling van een onderneming tijd kost en dat prognoses - al dan niet gebaseerd op realistische aannames - niet zelden een al te optimistische inschatting zijn van de werkelijkheid. Bron Brooks.
Rendement
Het is gebruikelijk dat een aanvraag voor een bancaire financiering vergezeld gaat van een drie- tot vijfjarenplan. Hierbij gaat de ondernemer veelal uit van een voorspoedige gang van zaken, waarbij rente en schuld volgens plan worden afgelost. De bank hanteert dit positieve scenario als basis voor de kredietvoorwaarden, maar houdt voorzichtigheidshalve ook rekening met een minder positief draaiboek. Zodoende ontvangt de ondernemer een kredietofferte met convenanten of ratio's waaraan hij moet voldoen. Lukt dit niet, dan kan de bank aanvullende voorwaarden stellen dan wel het krediet opzeggen en zo nodig haar zekerheden uitwinnen.
De participatiemaatschappij die risicokapitaal verstrekt, neemt het optimistische meerjarenplan eveneens als basis. Net als de bank neemt zij in haar overeenkomst clausules op ter dekking van de risico's bij een minder gunstig scenario. Presteert de ondernemer volgens plan, dan realiseert de participatiemaatschappij een gezond rendement. Zoniet, dan kan een herverdeling plaatsvinden van het gerealiseerde rendement, waarbij de ondernemer het onderspit delft. Ook kan de participatiemaatschappij als extra beschermende maatregel het recht van ontslag van de directie bepalen.
Wat nu als het tij tegenzit? Krijgt de onderneming de tijd om zich te herstellen? In de meeste gevallen is dit niet het geval, want zowel de bank als de participatiemaatschappij hebben haast. De bank heeft belang bij tijdige aflossing omdat het krediet dat zij heeft verleend vaak niet volledig wordt gedekt door harde zekerheden. Bij veel participatiemaatschappijen geldt de verplichting dat de aandeelhouders binnen een bepaalde termijn worden terugbetaald. De duur van de participatie is dan afhankelijk van de (resterende) levensduur van het fonds. Met andere woorden, of de gewenste groei nu wel of niet heeft plaatsgevonden, de onderneming wordt verkocht.
Financiële prognose
Tegen deze race tegen de klok kan de ondernemer zijn bedrijf en zichzelf beschermen. Allereerst door middel van een realistisch meerjarenplan. Een ambitieuze prognose levert weliswaar gunstigere voorwaarden op in termen van lage rente of hoog aandelenbelang, maar het risico dat financiers strakke aanvullende voorwaarden stellen, neemt navenant toe. Voor de ondernemer vergroot dit de kans dat bij een tegenvallend bedrijfsresultaat de kosten hoger zijn dan de baten.
Ten tweede dient de ondernemer de ingrijpende consequenties van convenanten en aandeelhoudersafspraken niet te onderschatten. Het is dus raadzaam om zich goed te voorbereiden danwel een adviseur in de arm te nemen alvorens hierover bindende afspraken te maken. Immers, de partij aan de overzijde van de tafel is als geen ander thuis in deze materie.
Tot slot loont het de moeite om de organisatiestructuur en -cultuur van de financier te doorgronden: hoe zijn de belangen verdeeld en wat is de gebruikelijke handelwijze bij tegenvallende resultaten van een onderneming. Mijn advies: maak bij de keuze van een financieel partnership een goede kosten- batenafweging voor de lange termijn.
Voor vragen kunt u mij bellen op 06 – 5799 8781 Tevens ben ik een geregistreerde RAB® adviseur (www.rabregister.nl).
Met ruim 12 jaar praktijkervaring in bedrijfsovernames, bedrijfsfinancieringen en Corporate Finance, gecombineerd met mijn academische en bedrijfskundige achtergrond ben ik optimaal inzetbaar bij:
* bedrijfsfinancieringen incl. herstructuring en recovery
* bedrijfsoverdracht, overname en aankoop en verkoop bedrijf
* strategische businessplannen
* business coach / klankbord voor de ondernemer
Ik ben lid van divers instanties, te weten: Brancheorganisatie Bedrijfsoverdracht Bemiddelaars (BOBB), Industriele Kring Gorinchem (IKG), VNO NCW West, Werkgevers Drechtsteden, Unitas Business Club, Meerbusiness en De Ronde Tafel Gorinchem.
Ik ben zelf ondernemer en met onze succesvolle aanpak scoren wij ondanks de crisis nog altijd 100% op de uitgewerkte financieringsaanvragen en bedrijfsoverdrachten!
Neem vrijblijvend contact op en bel 06 57 99 87 81.
Rendement
Het is gebruikelijk dat een aanvraag voor een bancaire financiering vergezeld gaat van een drie- tot vijfjarenplan. Hierbij gaat de ondernemer veelal uit van een voorspoedige gang van zaken, waarbij rente en schuld volgens plan worden afgelost. De bank hanteert dit positieve scenario als basis voor de kredietvoorwaarden, maar houdt voorzichtigheidshalve ook rekening met een minder positief draaiboek. Zodoende ontvangt de ondernemer een kredietofferte met convenanten of ratio's waaraan hij moet voldoen. Lukt dit niet, dan kan de bank aanvullende voorwaarden stellen dan wel het krediet opzeggen en zo nodig haar zekerheden uitwinnen.
De participatiemaatschappij die risicokapitaal verstrekt, neemt het optimistische meerjarenplan eveneens als basis. Net als de bank neemt zij in haar overeenkomst clausules op ter dekking van de risico's bij een minder gunstig scenario. Presteert de ondernemer volgens plan, dan realiseert de participatiemaatschappij een gezond rendement. Zoniet, dan kan een herverdeling plaatsvinden van het gerealiseerde rendement, waarbij de ondernemer het onderspit delft. Ook kan de participatiemaatschappij als extra beschermende maatregel het recht van ontslag van de directie bepalen.
Wat nu als het tij tegenzit? Krijgt de onderneming de tijd om zich te herstellen? In de meeste gevallen is dit niet het geval, want zowel de bank als de participatiemaatschappij hebben haast. De bank heeft belang bij tijdige aflossing omdat het krediet dat zij heeft verleend vaak niet volledig wordt gedekt door harde zekerheden. Bij veel participatiemaatschappijen geldt de verplichting dat de aandeelhouders binnen een bepaalde termijn worden terugbetaald. De duur van de participatie is dan afhankelijk van de (resterende) levensduur van het fonds. Met andere woorden, of de gewenste groei nu wel of niet heeft plaatsgevonden, de onderneming wordt verkocht.
Financiële prognose
Tegen deze race tegen de klok kan de ondernemer zijn bedrijf en zichzelf beschermen. Allereerst door middel van een realistisch meerjarenplan. Een ambitieuze prognose levert weliswaar gunstigere voorwaarden op in termen van lage rente of hoog aandelenbelang, maar het risico dat financiers strakke aanvullende voorwaarden stellen, neemt navenant toe. Voor de ondernemer vergroot dit de kans dat bij een tegenvallend bedrijfsresultaat de kosten hoger zijn dan de baten.
Ten tweede dient de ondernemer de ingrijpende consequenties van convenanten en aandeelhoudersafspraken niet te onderschatten. Het is dus raadzaam om zich goed te voorbereiden danwel een adviseur in de arm te nemen alvorens hierover bindende afspraken te maken. Immers, de partij aan de overzijde van de tafel is als geen ander thuis in deze materie.
Tot slot loont het de moeite om de organisatiestructuur en -cultuur van de financier te doorgronden: hoe zijn de belangen verdeeld en wat is de gebruikelijke handelwijze bij tegenvallende resultaten van een onderneming. Mijn advies: maak bij de keuze van een financieel partnership een goede kosten- batenafweging voor de lange termijn.
Voor vragen kunt u mij bellen op 06 – 5799 8781 Tevens ben ik een geregistreerde RAB® adviseur (www.rabregister.nl).
Met ruim 12 jaar praktijkervaring in bedrijfsovernames, bedrijfsfinancieringen en Corporate Finance, gecombineerd met mijn academische en bedrijfskundige achtergrond ben ik optimaal inzetbaar bij:
* bedrijfsfinancieringen incl. herstructuring en recovery
* bedrijfsoverdracht, overname en aankoop en verkoop bedrijf
* strategische businessplannen
* business coach / klankbord voor de ondernemer
Ik ben lid van divers instanties, te weten: Brancheorganisatie Bedrijfsoverdracht Bemiddelaars (BOBB), Industriele Kring Gorinchem (IKG), VNO NCW West, Werkgevers Drechtsteden, Unitas Business Club, Meerbusiness en De Ronde Tafel Gorinchem.
Ik ben zelf ondernemer en met onze succesvolle aanpak scoren wij ondanks de crisis nog altijd 100% op de uitgewerkte financieringsaanvragen en bedrijfsoverdrachten!
Neem vrijblijvend contact op en bel 06 57 99 87 81.
woensdag 23 februari 2011
Fase na de bedrijfsovername
Ondernemers die ooit een bedrijf hebben gekocht weten het: een bedrijfsovername begint pas echt wanneer de juridische overdracht is voltooid. De bedrijfsvoering en financiën moeten worden doorgelicht, klanten en leveranciers bezocht en de werknemers geïnformeerd. Veel van deze zaken zijn praktisch of commercieel van aard. Toch sta ik graag even stil bij de juridische kant van deze aspecten, en zeker in verhouding tot de overnameovereenkomst.
Managementstijl
Vaak heeft de Verkoper garanties afgegeven over zaken die na de overdracht onder de verantwoordelijkheid van de Koper vallen. Hierbij kun je denken aan bijvoorbeeld het aanblijven van klanten of essentiële personeelsleden. Als een klant of werknemer na de overname aangeeft te willen of zullen vertrekken, is een Koper vaak te druk met het ontwikkelen van het recent gekocht bedrijf om de onder druk staande relatie met de klant/werknemer de aandacht te geven die deze op dat moment verdient.
En een Koper zal al helemaal geen tijd hebben om deze ontwikkelingen met de Verkoper te delen of te bespreken. In een eventuele juridische procedure, kan dit gebrek aan nazorg een Koper duur komen te staan.
Wanneer de gerezen situatie resulteert in een daadwerkelijk vertrek van de klant/werknemer, zal een Koper - daarbij ingefluisterd door zijn kostbare adviseurs - in die situatie wel onmiddellijk bij de Verkoper op de stoep staan om de geleden schade vergoed te krijgen. Het gevolg: een eindeloze, zeer kostbare en niet te winnen discussie over de reden van vertrek. Lag het aan de overname zelf, of aan de stijl van managen van de Koper?
Bedrijfsoverdracht
Het beste advies: behandel je wederpartij zoals je zelf behandeld zou willen worden. Een Verkoper wordt over het algemeen graag betrokken bij de overdracht van de bedrijfsvoering, een bezoek aan een belangrijke klant of een gesprek met een essentiële werknemer. Een Koper zal hier zeker om moeten vragen om de Verkoper in de gelegenheid te stellen zijn schade te beperken. Een Koper wordt daarentegen graag in zijn waarde gelaten ten aanzien van de zakelijke keuzes die hij maakt. Een Verkoper zal dit moeten respecteren. Als deze gesprekken vervolgens goed worden vastgelegd, ontstaat een veel betere uitgangspositie in een eventuele procedure.
Kortom, blijf na de overname in gesprek met je wederpartij. Het verkleint de kans op schade, verbetert je positie in een eventuele procedure.
U kunt mij direct contacten op 06 57 99 87 81 of martijn.boer@havendijk.nl
www.havendijk.nl
Managementstijl
Vaak heeft de Verkoper garanties afgegeven over zaken die na de overdracht onder de verantwoordelijkheid van de Koper vallen. Hierbij kun je denken aan bijvoorbeeld het aanblijven van klanten of essentiële personeelsleden. Als een klant of werknemer na de overname aangeeft te willen of zullen vertrekken, is een Koper vaak te druk met het ontwikkelen van het recent gekocht bedrijf om de onder druk staande relatie met de klant/werknemer de aandacht te geven die deze op dat moment verdient.
En een Koper zal al helemaal geen tijd hebben om deze ontwikkelingen met de Verkoper te delen of te bespreken. In een eventuele juridische procedure, kan dit gebrek aan nazorg een Koper duur komen te staan.
Wanneer de gerezen situatie resulteert in een daadwerkelijk vertrek van de klant/werknemer, zal een Koper - daarbij ingefluisterd door zijn kostbare adviseurs - in die situatie wel onmiddellijk bij de Verkoper op de stoep staan om de geleden schade vergoed te krijgen. Het gevolg: een eindeloze, zeer kostbare en niet te winnen discussie over de reden van vertrek. Lag het aan de overname zelf, of aan de stijl van managen van de Koper?
Bedrijfsoverdracht
Het beste advies: behandel je wederpartij zoals je zelf behandeld zou willen worden. Een Verkoper wordt over het algemeen graag betrokken bij de overdracht van de bedrijfsvoering, een bezoek aan een belangrijke klant of een gesprek met een essentiële werknemer. Een Koper zal hier zeker om moeten vragen om de Verkoper in de gelegenheid te stellen zijn schade te beperken. Een Koper wordt daarentegen graag in zijn waarde gelaten ten aanzien van de zakelijke keuzes die hij maakt. Een Verkoper zal dit moeten respecteren. Als deze gesprekken vervolgens goed worden vastgelegd, ontstaat een veel betere uitgangspositie in een eventuele procedure.
Kortom, blijf na de overname in gesprek met je wederpartij. Het verkleint de kans op schade, verbetert je positie in een eventuele procedure.
U kunt mij direct contacten op 06 57 99 87 81 of martijn.boer@havendijk.nl
www.havendijk.nl
maandag 21 februari 2011
Nederlandse mkb'er wil groeien door overnames
Overnamedrang ruim boven het wereldgemiddelde
Meer dan de helft (55%) van de Nederlandse mkb-bedrijven wil binnen drie jaar groeien door overnames, blijkt uit het International Business Report (IBR 2011) van accountants- en adviesorganisatie Grant Thornton.
De acquisitiebereidheid in Nederland steeg in de afgelopen twaalf maanden met veertien procentpunten
Dat percentage ligt 21 procentpunten boven het wereldgemiddelde (34%). Ook Europees gezien scoort Nederland bovengemiddeld, zeker als het gaat om de bereidheid tot grensoverschrijdende overnames. Het EU-gemiddelde staat daarbij op 40% en Nederland zit daar ruim boven met een gemiddelde van 48%.
Bedrijfsovername
De acquisitiebereidheid in Nederland steeg in de afgelopen twaalf maanden met veertien procentpunten. Wereldwijd nam deze bereidheid met acht procentpunten toe. De behoefte aan grensoverschrijdende transacties steeg dus ook in Nederland, zoals gezegd naar 48%. Dit percentage ligt wereldwijd op 32%.
Als het gaat om acquisitiebereidheid is net als in 2010 alleen Polen nog ambitieuzer (59%). Dit staat in scherp contrast tot de sterkst groeiende economie in de EU: Duitsland. Duitse mkb-bedrijven tonen juist heel weinig animo voor overnames en fusies, gezien het bescheiden percentage van 11%.
Overnamekandidaten
Schaalvergroting is net als vorig jaar de belangrijkste reden voor Nederlandse ondernemers om te acquireren (81%). In tegenstelling tot 2010 staat niet toegang tot nieuwe geografische markten (56%) op de tweede plek, maar toegang tot kostenbesparende operaties (60%). Overnames en fusies om de kosten te kunnen drukken, zijn namelijk in populariteit toegenomen met twaalf procentpunten.
Dit is opmerkelijk, want in dezelfde periode vorig jaar was deze key driver met negentien procentpunten gedaald. Het meer over de grens kijken voor overnamekandidaten kan hier een verklaring voor zijn. Het bemachtigen van nieuwe technologie of merken is met één op vier ook een vaak genoemd argument om te acquireren. Bron Brookz.
Meer dan de helft (55%) van de Nederlandse mkb-bedrijven wil binnen drie jaar groeien door overnames, blijkt uit het International Business Report (IBR 2011) van accountants- en adviesorganisatie Grant Thornton.
De acquisitiebereidheid in Nederland steeg in de afgelopen twaalf maanden met veertien procentpunten
Dat percentage ligt 21 procentpunten boven het wereldgemiddelde (34%). Ook Europees gezien scoort Nederland bovengemiddeld, zeker als het gaat om de bereidheid tot grensoverschrijdende overnames. Het EU-gemiddelde staat daarbij op 40% en Nederland zit daar ruim boven met een gemiddelde van 48%.
Bedrijfsovername
De acquisitiebereidheid in Nederland steeg in de afgelopen twaalf maanden met veertien procentpunten. Wereldwijd nam deze bereidheid met acht procentpunten toe. De behoefte aan grensoverschrijdende transacties steeg dus ook in Nederland, zoals gezegd naar 48%. Dit percentage ligt wereldwijd op 32%.
Als het gaat om acquisitiebereidheid is net als in 2010 alleen Polen nog ambitieuzer (59%). Dit staat in scherp contrast tot de sterkst groeiende economie in de EU: Duitsland. Duitse mkb-bedrijven tonen juist heel weinig animo voor overnames en fusies, gezien het bescheiden percentage van 11%.
Overnamekandidaten
Schaalvergroting is net als vorig jaar de belangrijkste reden voor Nederlandse ondernemers om te acquireren (81%). In tegenstelling tot 2010 staat niet toegang tot nieuwe geografische markten (56%) op de tweede plek, maar toegang tot kostenbesparende operaties (60%). Overnames en fusies om de kosten te kunnen drukken, zijn namelijk in populariteit toegenomen met twaalf procentpunten.
Dit is opmerkelijk, want in dezelfde periode vorig jaar was deze key driver met negentien procentpunten gedaald. Het meer over de grens kijken voor overnamekandidaten kan hier een verklaring voor zijn. Het bemachtigen van nieuwe technologie of merken is met één op vier ook een vaak genoemd argument om te acquireren. Bron Brookz.
donderdag 17 februari 2011
Eigen inbreng bij MBO/MBI belangrijk
Inzetten van uw eigen middelen voor de overname is onontkoombaar. Als u zelf al niet bereid bent om risico’s te lopen, waarom zou een bank het dan wel doen? Banken, maar ook andere financiers en investeerders, willen dat u maximale commitment toont. Ze willen dat u pijn lijdt als het misloopt, want alleen dan zult u zich maximaal inspannen om van het overgenomen bedrijf een succes te maken.Een koper die zich niet financieel committeert, kan zomaar in de verleiding komen om een leuke baan in loondienst te aanvaarden en zijn bedrijf vaarwel te zeggen. Financiers en investeerders hebben daar vanzelfsprekend geen trek in.
De hoogte van de eigen inbreng is relatief. Een koper die met het omkeren van het spaarvarken van zijn kinderen en met de spreekwoordelijke overwaarde op de caravan 50.000 euro bij elkaar sprokkelt en bereid is dit volledig in te zetten, zet meer op het spel dan een koper die een miljoen op z’n rekening heeft staan en maar een ton wil investeren. Geen enkele bank zal een koper helemaal leeg willen schudden, maar een koper zal wel een significant deel van zijn vermogen moeten inzetten.
De eigen middelen zijn meestal niet noodzakelijk om de transactie rond te krijgen. Doorgaans brengen kopers tussen de 50.000 en 200.000 euro aan eigen geld in. Op een overnamesom van vijf miljoen is dat een klein bedrag. De praktijk leert dat een bank bij een heel mooie deal bereid is om van de eigen inbreng af te zien, maar dit is echt een uitzondering. De belangrijkste bronnen voor de eigen inbreng zijn:
* spaarrekeningen
* aandelenpakketten
* de overwaarde op de eigen woning.
U kunt mij direct contacten op 06 57 99 87 81 of martijn.boer@havendijk.nl
www.havendijk.nl
De hoogte van de eigen inbreng is relatief. Een koper die met het omkeren van het spaarvarken van zijn kinderen en met de spreekwoordelijke overwaarde op de caravan 50.000 euro bij elkaar sprokkelt en bereid is dit volledig in te zetten, zet meer op het spel dan een koper die een miljoen op z’n rekening heeft staan en maar een ton wil investeren. Geen enkele bank zal een koper helemaal leeg willen schudden, maar een koper zal wel een significant deel van zijn vermogen moeten inzetten.
De eigen middelen zijn meestal niet noodzakelijk om de transactie rond te krijgen. Doorgaans brengen kopers tussen de 50.000 en 200.000 euro aan eigen geld in. Op een overnamesom van vijf miljoen is dat een klein bedrag. De praktijk leert dat een bank bij een heel mooie deal bereid is om van de eigen inbreng af te zien, maar dit is echt een uitzondering. De belangrijkste bronnen voor de eigen inbreng zijn:
* spaarrekeningen
* aandelenpakketten
* de overwaarde op de eigen woning.
U kunt mij direct contacten op 06 57 99 87 81 of martijn.boer@havendijk.nl
www.havendijk.nl
donderdag 10 februari 2011
Eigen inbreng bij Management Buy Out
Inzetten van uw eigen middelen voor de overname is onontkoombaar. Als u zelf al niet bereid bent om risico’s te lopen, waarom zou een bank het dan wel doen? Banken, maar ook andere financiers en investeerders, willen dat u maximaal commitment toont. Ze willen dat u pijn lijdt als het misloopt, want alleen dan zult u zich maximaal inspannen om van het overgenomen bedrijf een succes te maken.Een koper die zich niet financieel committeert, kan zomaar in de verleiding komen om een leuke baan in loondienst te aanvaarden en zijn bedrijf vaarwel te zeggen. Financiers en investeerders hebben daar vanzelfsprekend geen trek in.
De hoogte van de eigen inbreng is relatief. Een koper die met het omkeren van het spaarvarken van zijn kinderen en met de spreekwoordelijke overwaarde op de caravan 50.000 euro bij elkaar sprokkelt en bereid is dit volledig in te zetten, zet meer op het spel dan een koper die een miljoen op z’n rekening heeft staan en maar een ton wil investeren. Geen enkele bank zal een koper helemaal leeg willen schudden, maar een koper zal wel een significant deel van zijn vermogen moeten inzetten.
De eigen middelen zijn meestal niet noodzakelijk om de transactie rond te krijgen. Doorgaans brengen kopers tussen de 50.000 en 200.000 euro aan eigen geld in. Op een overnamesom van vijf miljoen is dat een klein bedrag. De praktijk leert dat een bank bij een heel mooie deal bereid is om van de eigen inbreng af te zien, maar dit is echt een uitzondering. De belangrijkste bronnen voor de eigen inbreng zijn:
* spaarrekeningen
* aandelenpakketten
* de overwaarde op de eigen woning.
U kunt mij direct contacten op 06 57 99 87 81 of martijn.boer@havendijk.nl
De hoogte van de eigen inbreng is relatief. Een koper die met het omkeren van het spaarvarken van zijn kinderen en met de spreekwoordelijke overwaarde op de caravan 50.000 euro bij elkaar sprokkelt en bereid is dit volledig in te zetten, zet meer op het spel dan een koper die een miljoen op z’n rekening heeft staan en maar een ton wil investeren. Geen enkele bank zal een koper helemaal leeg willen schudden, maar een koper zal wel een significant deel van zijn vermogen moeten inzetten.
De eigen middelen zijn meestal niet noodzakelijk om de transactie rond te krijgen. Doorgaans brengen kopers tussen de 50.000 en 200.000 euro aan eigen geld in. Op een overnamesom van vijf miljoen is dat een klein bedrag. De praktijk leert dat een bank bij een heel mooie deal bereid is om van de eigen inbreng af te zien, maar dit is echt een uitzondering. De belangrijkste bronnen voor de eigen inbreng zijn:
* spaarrekeningen
* aandelenpakketten
* de overwaarde op de eigen woning.
U kunt mij direct contacten op 06 57 99 87 81 of martijn.boer@havendijk.nl
donderdag 3 februari 2011
Borgstelling en Groeifaciliteit populair in het MKB
De verruiming van de garantieregelingen door de overheid heeft het afgelopen jaar effect gehad voor financiering aan het mkb. In de eerste drie kwartalen van 2010 werd er gretig gebruik gemaakt van de Borgstellingsregeling MKB (BMKB), Groeifaciliteit en microfinanciering voor het verkrijgen van kredieten door het mkb. Tot en met het derde kwartaal van vorig jaar heeft de BMKB ruim 527 miljoen euro aan leningen mogelijk gemaakt terwijl er voor deze faciliteit is totaal 765 miljoen beschikbaar is. Specifiek voor kleinere bedragen met een maximum van 250.000 euro geldt sinds maart 2010 een garantieregeling tot 80 procent.
De Groeifaciliteit laat een gestage toename van het aantal toekenningen zien. In de eerste drie kwartalen van 2010 bedroeg het toegekende garantiebedrag al 11 miljoen. Toch wordt de faciliteit nog niet optimaal benut, want er is 170 miljoen euro beschikbaar.
Een verklaring daarvoor kan zijn dat mkb'ers terughoudend zijn bij het zoeken naar alternatieve financieringsvormen zoals durfkapitaal.
Ook microfinanciering voorziet in een behoefte onder voornamelijk kleinere bedrijven. Met name de detailhandel en zakelijke dienstverlening doen voor hun startkapitaal vaak een beroep op Qredits.
Inmiddels zijn er 1.000 leningen verstrekt aan evenzoveel bedrijven en is de bodem voor de eerste tranche bereikt.
Eind 2010 is er echter een tweede tranche van 30 miljoen euro beschikbaar gekomen, waardoor deze vorm van financiering doorgang kan vinden.
U kunt mij direct contacten op 06 57 99 87 81 of martijn.boer@havendijk.nl
www.havendijk.nl
De Groeifaciliteit laat een gestage toename van het aantal toekenningen zien. In de eerste drie kwartalen van 2010 bedroeg het toegekende garantiebedrag al 11 miljoen. Toch wordt de faciliteit nog niet optimaal benut, want er is 170 miljoen euro beschikbaar.
Een verklaring daarvoor kan zijn dat mkb'ers terughoudend zijn bij het zoeken naar alternatieve financieringsvormen zoals durfkapitaal.
Ook microfinanciering voorziet in een behoefte onder voornamelijk kleinere bedrijven. Met name de detailhandel en zakelijke dienstverlening doen voor hun startkapitaal vaak een beroep op Qredits.
Inmiddels zijn er 1.000 leningen verstrekt aan evenzoveel bedrijven en is de bodem voor de eerste tranche bereikt.
Eind 2010 is er echter een tweede tranche van 30 miljoen euro beschikbaar gekomen, waardoor deze vorm van financiering doorgang kan vinden.
U kunt mij direct contacten op 06 57 99 87 81 of martijn.boer@havendijk.nl
www.havendijk.nl
maandag 24 januari 2011
Veel boeren willen hun bedrijf verkopen
Strenge eisen aan varkensbedrijven en het verbod op legbatterijen brengen veel boeren in de problemen en dat heeft zijn weerslag op de markt van agrarisch onroerend goed.
Dat meldt NVM Agrarisch & Landelijk Vastgoed in een rapportage over de tweede helft van het afgelopen jaar. Het aantal verkopen en de prijzen bleven al met al stabiel, maar dat verschilt per sector. Voor dit jaar verwacht NVM een rustige markt. Nieuwe eisen aan pluimveebedrijven gaan volgend jaar in en nieuwe eisen aan varkensbedrijven in 2013. Boeren moeten hun stallen aanpassen, maar veel van hen kunnen die investering niet opbrengen en proberen hun bedrijf te verkopen.
Problemen
Volgens Harry Boertjes van de NVM is het lastig aan te geven hoeveel agrariërs in de problemen komen. Het aanbod van varkensbedrijven bij de NVM is in een jaar tijd opgelopen van 48 naar 82.
Rendabele melkveebedrijven spelen in op het afschaffen van de melkquota in 2015 en hebben vaak plannen om uit te breiden. Grond in de omgeving van deze boeren is in trek. Het aanbod van woonboerderijen is de afgelopen vier jaar vrijwel verdubbeld van 2042 naar 4020 eind afgelopen jaar.
Natuurgebieden
Het nieuwe kabinet heeft aangekondigd dat het geen geld meer over heeft voor de aankoop van grond voor verbindingszones tussen natuurgebieden. De NVM verwacht dan ook een ''zeer beperkte rol'' van de overheid op de markt. Ook gemeenten en projectontwikkelaars zijn nu terughoudend met het uitkopen van agrariërs.
Volgens de NVM wordt steeds meer agrarisch onroerend goed alleen verkoopbaar als gemeenten bereid zijn bestemmingsplannen te wijzigen en bijvoorbeeld een woonfunctie willen geven aan agrarische gebouwen. Bron NVM Agrarisch & Landelijk Vastgoed.
U kunt mij direct contacten op 06 57 99 87 81 of martijn.boer@havendijk.nl
www.havendijk.nl
Dat meldt NVM Agrarisch & Landelijk Vastgoed in een rapportage over de tweede helft van het afgelopen jaar. Het aantal verkopen en de prijzen bleven al met al stabiel, maar dat verschilt per sector. Voor dit jaar verwacht NVM een rustige markt. Nieuwe eisen aan pluimveebedrijven gaan volgend jaar in en nieuwe eisen aan varkensbedrijven in 2013. Boeren moeten hun stallen aanpassen, maar veel van hen kunnen die investering niet opbrengen en proberen hun bedrijf te verkopen.
Problemen
Volgens Harry Boertjes van de NVM is het lastig aan te geven hoeveel agrariërs in de problemen komen. Het aanbod van varkensbedrijven bij de NVM is in een jaar tijd opgelopen van 48 naar 82.
Rendabele melkveebedrijven spelen in op het afschaffen van de melkquota in 2015 en hebben vaak plannen om uit te breiden. Grond in de omgeving van deze boeren is in trek. Het aanbod van woonboerderijen is de afgelopen vier jaar vrijwel verdubbeld van 2042 naar 4020 eind afgelopen jaar.
Natuurgebieden
Het nieuwe kabinet heeft aangekondigd dat het geen geld meer over heeft voor de aankoop van grond voor verbindingszones tussen natuurgebieden. De NVM verwacht dan ook een ''zeer beperkte rol'' van de overheid op de markt. Ook gemeenten en projectontwikkelaars zijn nu terughoudend met het uitkopen van agrariërs.
Volgens de NVM wordt steeds meer agrarisch onroerend goed alleen verkoopbaar als gemeenten bereid zijn bestemmingsplannen te wijzigen en bijvoorbeeld een woonfunctie willen geven aan agrarische gebouwen. Bron NVM Agrarisch & Landelijk Vastgoed.
U kunt mij direct contacten op 06 57 99 87 81 of martijn.boer@havendijk.nl
www.havendijk.nl
donderdag 20 januari 2011
Flexibiliteit cruciale factor bij waardering bedrijven
Flexibiliteit cruciale factor bij waardering bedrijven.
De waarde van ondernemingen wordt onder andere bepaald door de weging van zogenaamde risicofactoren. De recente economische crisis heeft ervoor gezorgd dat een aantal van die risico’s meer dan ooit reëel zijn geworden. Reden voor BDOCF om het standaard waarderingsmodel opnieuw onder de loep te nemen. Aan de hand van een enquête die werd ingevuld door meer dan 150 Nederlandse waarderingsexperts maakte BDOCF een aantal fundamentele aanpassingen in het model. Zo ontdekten ze zelfs een nieuwe risicofactor: de factor flexibiliteit. Een juiste waardering van een onderneming is vooral ten tijde van een overname van cruciaal belang.
De nieuwe factor flexibiliteit
Het onderzoek onder waarderingsexperts toonde aan dat er een geheel nieuwe risicofactor aan het model moet worden toegevoegd. Juist in deze tijden is het voor ondernemingen van belang om flexibel te zijn en dus snel te reageren op veranderende marktomstandigheden. Flexibele ondernemingen zijn in staat in slechte tijden snel hun productie te verlagen en juist weer op te voeren in een aantrekkende markt. Daarnaast zijn ze in staat snel in te springen op nieuwe trends en noviteiten. De mate van flexibiliteit kan worden geïdentificeerd aan de hand van de kostenstructuur. Ondernemingen met hoge vaste kosten zijn vaak minder goed in staat snel productie te verminderen zonder dat dit gepaard gaat met aanzienlijke extra kosten. Ook kan gelet worden op de aanwezigheid van contracten die afname en leveranties afdwingen. Ten slotte is de opbouw van het personeelsbestand (hoeveelheid vaste werknemers versus uitzendkrachten) ook een belangrijke indicator voor de flexibiliteit van de onderneming.
Overige factoren onverminderd belangrijk
Naast de nieuwe risicofactor is uit het onderzoek gebleken dat de overige zes reeds bekende risicofactoren, zoals de afhankelijkheid van management, afnemers en leveranciers, nog steeds in belangrijke mate van toepassing zijn. Een onderneming die in sterke mate afhankelijkheid is van één persoon, loopt risico als deze persoon onverhoopt wegvalt. Ditzelfde geldt voor afnemers en leveranciers. Bij kleinere ondernemingen zullen deze afhankelijkheden over het algemeen groter zijn dan bij grotere ondernemingen. Overige belangrijke risicofactoren zijn het hebben van een goed track record, spreiding van ondernemingsactiviteiten en toetredingsbarrières tot de markt waarin de onderneming opereert. Indien het een ondernemer lukt om deze risicofactoren te beperken, zal dit een positief effect hebben op de waarde van de onderneming.
U kunt mij direct contacten op 06 57 99 87 81 of martijn.boer@havendijk.nl
www.havendijk.nl
De waarde van ondernemingen wordt onder andere bepaald door de weging van zogenaamde risicofactoren. De recente economische crisis heeft ervoor gezorgd dat een aantal van die risico’s meer dan ooit reëel zijn geworden. Reden voor BDOCF om het standaard waarderingsmodel opnieuw onder de loep te nemen. Aan de hand van een enquête die werd ingevuld door meer dan 150 Nederlandse waarderingsexperts maakte BDOCF een aantal fundamentele aanpassingen in het model. Zo ontdekten ze zelfs een nieuwe risicofactor: de factor flexibiliteit. Een juiste waardering van een onderneming is vooral ten tijde van een overname van cruciaal belang.
De nieuwe factor flexibiliteit
Het onderzoek onder waarderingsexperts toonde aan dat er een geheel nieuwe risicofactor aan het model moet worden toegevoegd. Juist in deze tijden is het voor ondernemingen van belang om flexibel te zijn en dus snel te reageren op veranderende marktomstandigheden. Flexibele ondernemingen zijn in staat in slechte tijden snel hun productie te verlagen en juist weer op te voeren in een aantrekkende markt. Daarnaast zijn ze in staat snel in te springen op nieuwe trends en noviteiten. De mate van flexibiliteit kan worden geïdentificeerd aan de hand van de kostenstructuur. Ondernemingen met hoge vaste kosten zijn vaak minder goed in staat snel productie te verminderen zonder dat dit gepaard gaat met aanzienlijke extra kosten. Ook kan gelet worden op de aanwezigheid van contracten die afname en leveranties afdwingen. Ten slotte is de opbouw van het personeelsbestand (hoeveelheid vaste werknemers versus uitzendkrachten) ook een belangrijke indicator voor de flexibiliteit van de onderneming.
Overige factoren onverminderd belangrijk
Naast de nieuwe risicofactor is uit het onderzoek gebleken dat de overige zes reeds bekende risicofactoren, zoals de afhankelijkheid van management, afnemers en leveranciers, nog steeds in belangrijke mate van toepassing zijn. Een onderneming die in sterke mate afhankelijkheid is van één persoon, loopt risico als deze persoon onverhoopt wegvalt. Ditzelfde geldt voor afnemers en leveranciers. Bij kleinere ondernemingen zullen deze afhankelijkheden over het algemeen groter zijn dan bij grotere ondernemingen. Overige belangrijke risicofactoren zijn het hebben van een goed track record, spreiding van ondernemingsactiviteiten en toetredingsbarrières tot de markt waarin de onderneming opereert. Indien het een ondernemer lukt om deze risicofactoren te beperken, zal dit een positief effect hebben op de waarde van de onderneming.
U kunt mij direct contacten op 06 57 99 87 81 of martijn.boer@havendijk.nl
www.havendijk.nl
donderdag 13 januari 2011
Opstellen strucuur voor bedrijfsoverdracht
Juridische structuur
Allereerst valt te denken aan het opzetten van een gewenste juridische structuur, waarbij de fiscale consequenties van een verkoop zo beperkt mogelijk worden gehouden. Wanneer bijvoorbeeld de eigenaar in privé eigenaar is van de over te dragen onderneming, dient hij over de volledige verkoopwinst belasting te betalen.
Met het oog op een mogelijke bedrijfsoverdracht bestaat in MKB de ideale bedrijfsstructuur uit (ten minste) drie vennootschappen. Te weten:
1) een top-holding, waarin het pensioen en uitsluitend voor privé aangewende materiële vaste activa zijn ondergebracht;
2) een tussen-holding waarin het bedrijfsonroerend goed en eventueel de machines zijn ondergebracht;
3) een of meerdere werkmaatschappijen waarin alle bedrijfsgebonden activiteiten vallen.
Deze structuur biedt de ondernemer de mogelijkheid om, wanneer hij/zij daadwerkelijk wil overgaan tot een bedrijfsoverdracht, alsnog te kunnen bezien of alleen de werkmaatschappij of tevens het onroerend goed wordt overgedragen.
Het realiseren van de juiste juridische structuur, zonder dat dit onderhevig is aan belastingheffing, vereist over het algemeen drie tot zes jaar. Hieraan dient echter te worden toegevoegd dat naarmate dit proces eerder in gang wordt gezet des te groter de mogelijkheden zijn.
Bedrijfsoverdracht
Naast het opzetten van de juiste juridische structuur houdt een groot deel van het verkoopklaar maken van uw onderneming verband met het verlagen van het ondernemingspecifieke risico. U kunt hierbij denken aan het terugbrengen van de afhankelijkheid van de DGA, waarbij een groot deel van het klantencontact wordt overgedragen aan de bedrijfsleider of het management.
Tevens kan gedacht worden aan het aanbrengen van een goede spreiding in het klantenbestand, het verminderen van de afhankelijkheid van leveranciers en het verhogen van de kwaliteit van de interne administratieve organisatie. Onze ervaring leert dat kopers aan deze elementen veel waarde hechten en dat het werken hieraan over het algemeen een waardeverhogend effect heeft.
Ongeacht de vraag of de tijd rijp is om over te gaan tot bedrijfsoverdracht, kan in ieder geval met zekerheid gesteld worden dat de tijd altijd rijp is om er tijdig bij stil te staan en reeds de nodige voorzieningen te treffen.
Allereerst valt te denken aan het opzetten van een gewenste juridische structuur, waarbij de fiscale consequenties van een verkoop zo beperkt mogelijk worden gehouden. Wanneer bijvoorbeeld de eigenaar in privé eigenaar is van de over te dragen onderneming, dient hij over de volledige verkoopwinst belasting te betalen.
Met het oog op een mogelijke bedrijfsoverdracht bestaat in MKB de ideale bedrijfsstructuur uit (ten minste) drie vennootschappen. Te weten:
1) een top-holding, waarin het pensioen en uitsluitend voor privé aangewende materiële vaste activa zijn ondergebracht;
2) een tussen-holding waarin het bedrijfsonroerend goed en eventueel de machines zijn ondergebracht;
3) een of meerdere werkmaatschappijen waarin alle bedrijfsgebonden activiteiten vallen.
Deze structuur biedt de ondernemer de mogelijkheid om, wanneer hij/zij daadwerkelijk wil overgaan tot een bedrijfsoverdracht, alsnog te kunnen bezien of alleen de werkmaatschappij of tevens het onroerend goed wordt overgedragen.
Het realiseren van de juiste juridische structuur, zonder dat dit onderhevig is aan belastingheffing, vereist over het algemeen drie tot zes jaar. Hieraan dient echter te worden toegevoegd dat naarmate dit proces eerder in gang wordt gezet des te groter de mogelijkheden zijn.
Bedrijfsoverdracht
Naast het opzetten van de juiste juridische structuur houdt een groot deel van het verkoopklaar maken van uw onderneming verband met het verlagen van het ondernemingspecifieke risico. U kunt hierbij denken aan het terugbrengen van de afhankelijkheid van de DGA, waarbij een groot deel van het klantencontact wordt overgedragen aan de bedrijfsleider of het management.
Tevens kan gedacht worden aan het aanbrengen van een goede spreiding in het klantenbestand, het verminderen van de afhankelijkheid van leveranciers en het verhogen van de kwaliteit van de interne administratieve organisatie. Onze ervaring leert dat kopers aan deze elementen veel waarde hechten en dat het werken hieraan over het algemeen een waardeverhogend effect heeft.
Ongeacht de vraag of de tijd rijp is om over te gaan tot bedrijfsoverdracht, kan in ieder geval met zekerheid gesteld worden dat de tijd altijd rijp is om er tijdig bij stil te staan en reeds de nodige voorzieningen te treffen.
vrijdag 7 januari 2011
Keuze voor opvolging binnen familiebedrijf
De keuze voor een bepaald type overdracht hangt van een aantal factoren af. Veel ondernemers willen hun bedrijf graag aan hun zoon of dochter overdragen. Het belang van de volgende generatie staat voor hen voorop. Een overdracht buiten de familie komt vaak in beeld, wanneer er binnen de familie geen geschikte opvolger beschikbaar is. Veel voorkomende overdrachtsopties zijn in dat geval
een overname of een MBO /MBI . Hier speelt een belangenafweging tussen respectievelijk cashen en continuïteit voor de stakeholders van het bedrijf. Bij een overname spelen de financiële argumenten immers vaak een grote rol. Overdragers kiezen voor een MBO of MBI omdat zij grote waarde hechten aan het belang van bijvoorbeeld de manager(s) of de medewerkers.
Hoe zit het met de crisis?
De economische recessie heeft ook haar weerslag op de overdrachtsplannen van ondernemers. Eén op de vier respondenten die binnen drie jaar willen overdragen, geeft aan dat de recessie zorgt voor vertraging van de overdracht. Ondernemers stellen hun overdracht vooral uit omdat zij prioriteit willen geven aan de dagelijkse bedrijfsvoering en het behouden van klanten.
Wanneer een overdrachtsproces wel doorgang vindt, kan de crisis zorgen voor een moeizame financiering. De financiering vormt onder normale omstandigheden al een belangrijk knelpunt, zeker bij overdrachten buiten de familie. Dit probleem wordt alleen maar groter wanneer externe financiers door de recessie terughoudend zijn. Een oplossing hiervoor is dat de overdrager zelf financieel blijft participeren in het bedrijf. In dit onderzoek blijkt slechts 40% hiertoe bereid te zijn. Naast een versoepelde financiering kan het de betrokkenheid van de overdrager en gedeelde
kennis tussen beide partijen stimuleren. Men moet er hierbij op letten dat de opvolger het bedrijf naar zijn visie kan blijven leiden.
r wordt onderscheid gemaakt tussen een overdracht van eigendom binnen en buiten de familie. Bij overdrachten buiten de familie onderscheiden we een overname, fusie, Management Buy Out (MBO, overdracht aan één of meerdere werknemers) en een Management Buy In (MBI, overdracht aan een extern managementteam).
De crisis en de marktwaarde van mijn bedrijf Een goed beeld van de marktwaarde is bij een overdracht onmisbaar. Een verkeerd beeld kan immers leiden tot een onjuiste overdrachtskeuze en tot een moeizaam onderhandelingsproces met de
kopende partij. Uit het onderzoek blijkt echter dat maar weinig ondernemers daadwerkelijk precies weten wat hun bedrijf waard is. Met name de overdragers die een overdracht buiten de familie wensen, laten hier een flinke steek vallen: slechts één op de vier zegt een goed beeld te hebben van de marktwaarde. Deze groep ondernemers denkt daarnaast dat de waarde van hun bedrijf ondanks
de recessie ongeveer gelijk is gebleven. De ondernemers baseren dit beeld relatief vaak op eigen schattingen of puur op gevoel. Familieoverdragers daarentegen denken vaker dat de waarde van hun onderneming is gedaald en baseren hun beeld vaker op een waarderingsrapport. Zeker gedurende onrustige economische tijden is het maken van een secure schatting lastig en verdient een waarderingsrapport
aanbeveling.
Is een familieoverdracht de enige optie?
Overdragers die een familieoverdracht wensen, hebben vaak een groot vertrouwen in hun zoon of dochter. Ze zijn geneigd zich dusdanig op een familieopvolging te richten, dat andere overdrachtsopties uit beeld verdwijnen. Zo geeft de helft van de familieoverdragers aan niet open te staan voor een buitenfamiliale overdracht. Met name de mogelijkheid tot een MBO of MBI wordt vaak over het hoofd gezien. Een familieoverdracht blijkt echter lang niet altijd mogelijk te zijn. Veel overdragers
denken jarenlang aan een familieoverdracht, maar verkopen hun eigendom uiteindelijk toch buiten de familie. Daarom is het voor overdragers belangrijk altijd onderzoek te doen naar alternatieve opvolgers en overdrachtsvormen.
Succesfactoren
Bij overdrachten buiten de familie is het belangrijk dat beide partijen zo gelijkwaardig mogelijke informatie hebben over het bedrijf. Gelijke informatie is onder meer belangrijk voor eerlijke en soepele onderhandelingen over de prijs van het bedrijf. Met name bij een overname en een MBI is het belangrijk
dat het verschil in kennis tussen koper en verkoper zo veel mogelijk wordt verkleind. Tussenkomst van een onafhankelijke partij en het laten opstellen van een waarderingsrapport kan hierbij helpen. Bij een MBO speelt dit probleem minder, omdat de opvolger afkomstig is uit het bedrijf zelf. Om de financieringskwestie te tackelen, kan de overdrager de helpende hand bieden door financieel te
blijven participeren. Goede relaties en vertrouwen tussen overdrager en opvolger kunnen zowel overdracht van kennis, overeenstemming over de prijs als een goede financiering in de hand werken.Bron Centrum van Familiebedrijf.
een overname of een MBO /MBI . Hier speelt een belangenafweging tussen respectievelijk cashen en continuïteit voor de stakeholders van het bedrijf. Bij een overname spelen de financiële argumenten immers vaak een grote rol. Overdragers kiezen voor een MBO of MBI omdat zij grote waarde hechten aan het belang van bijvoorbeeld de manager(s) of de medewerkers.
Hoe zit het met de crisis?
De economische recessie heeft ook haar weerslag op de overdrachtsplannen van ondernemers. Eén op de vier respondenten die binnen drie jaar willen overdragen, geeft aan dat de recessie zorgt voor vertraging van de overdracht. Ondernemers stellen hun overdracht vooral uit omdat zij prioriteit willen geven aan de dagelijkse bedrijfsvoering en het behouden van klanten.
Wanneer een overdrachtsproces wel doorgang vindt, kan de crisis zorgen voor een moeizame financiering. De financiering vormt onder normale omstandigheden al een belangrijk knelpunt, zeker bij overdrachten buiten de familie. Dit probleem wordt alleen maar groter wanneer externe financiers door de recessie terughoudend zijn. Een oplossing hiervoor is dat de overdrager zelf financieel blijft participeren in het bedrijf. In dit onderzoek blijkt slechts 40% hiertoe bereid te zijn. Naast een versoepelde financiering kan het de betrokkenheid van de overdrager en gedeelde
kennis tussen beide partijen stimuleren. Men moet er hierbij op letten dat de opvolger het bedrijf naar zijn visie kan blijven leiden.
r wordt onderscheid gemaakt tussen een overdracht van eigendom binnen en buiten de familie. Bij overdrachten buiten de familie onderscheiden we een overname, fusie, Management Buy Out (MBO, overdracht aan één of meerdere werknemers) en een Management Buy In (MBI, overdracht aan een extern managementteam).
De crisis en de marktwaarde van mijn bedrijf Een goed beeld van de marktwaarde is bij een overdracht onmisbaar. Een verkeerd beeld kan immers leiden tot een onjuiste overdrachtskeuze en tot een moeizaam onderhandelingsproces met de
kopende partij. Uit het onderzoek blijkt echter dat maar weinig ondernemers daadwerkelijk precies weten wat hun bedrijf waard is. Met name de overdragers die een overdracht buiten de familie wensen, laten hier een flinke steek vallen: slechts één op de vier zegt een goed beeld te hebben van de marktwaarde. Deze groep ondernemers denkt daarnaast dat de waarde van hun bedrijf ondanks
de recessie ongeveer gelijk is gebleven. De ondernemers baseren dit beeld relatief vaak op eigen schattingen of puur op gevoel. Familieoverdragers daarentegen denken vaker dat de waarde van hun onderneming is gedaald en baseren hun beeld vaker op een waarderingsrapport. Zeker gedurende onrustige economische tijden is het maken van een secure schatting lastig en verdient een waarderingsrapport
aanbeveling.
Is een familieoverdracht de enige optie?
Overdragers die een familieoverdracht wensen, hebben vaak een groot vertrouwen in hun zoon of dochter. Ze zijn geneigd zich dusdanig op een familieopvolging te richten, dat andere overdrachtsopties uit beeld verdwijnen. Zo geeft de helft van de familieoverdragers aan niet open te staan voor een buitenfamiliale overdracht. Met name de mogelijkheid tot een MBO of MBI wordt vaak over het hoofd gezien. Een familieoverdracht blijkt echter lang niet altijd mogelijk te zijn. Veel overdragers
denken jarenlang aan een familieoverdracht, maar verkopen hun eigendom uiteindelijk toch buiten de familie. Daarom is het voor overdragers belangrijk altijd onderzoek te doen naar alternatieve opvolgers en overdrachtsvormen.
Succesfactoren
Bij overdrachten buiten de familie is het belangrijk dat beide partijen zo gelijkwaardig mogelijke informatie hebben over het bedrijf. Gelijke informatie is onder meer belangrijk voor eerlijke en soepele onderhandelingen over de prijs van het bedrijf. Met name bij een overname en een MBI is het belangrijk
dat het verschil in kennis tussen koper en verkoper zo veel mogelijk wordt verkleind. Tussenkomst van een onafhankelijke partij en het laten opstellen van een waarderingsrapport kan hierbij helpen. Bij een MBO speelt dit probleem minder, omdat de opvolger afkomstig is uit het bedrijf zelf. Om de financieringskwestie te tackelen, kan de overdrager de helpende hand bieden door financieel te
blijven participeren. Goede relaties en vertrouwen tussen overdrager en opvolger kunnen zowel overdracht van kennis, overeenstemming over de prijs als een goede financiering in de hand werken.Bron Centrum van Familiebedrijf.
vrijdag 31 december 2010
Aandelen versus activa/passiva
Aandelen versus activa/passiva
Een belangrijke vraag is of u de aandelen van het bedrijf wilt kopen of de activa en passiva. In het eerste geval koopt u de gehele onderneming,inclusief bezittingen en schulden, rechten en verplichtingen, contracten met leveranciers, personeel en afnemers, licenties en vergunningen, schulden aan de belastingdienst. Feitelijk verandert alleen de identiteit van de aandeelhouder.
Koopt u alleen de activa en de passiva, dan hevelt u (meestal een deel van) de bezittingen en schulden van de verkopende onderneming over naar uw eigen onderneming. Vaak worden in dergelijke transacties de machines, voorraden, inventaris, het personeel en zaken als leasecontracten overgenomen. Banksaldi, debiteuren, crediteuren en bankschulden blijven doorgaans bij de verkoper; hetzelfde geldt voor ‘het verleden’ van het bedrijf en daarmee samenhangende (fiscale) claims.
Aan beide soorten transacties kleven zowel voor de koper als verkoper voor- en nadelen.
> Waarom de verkoper liever de aandelen verkoopt
De verkoper doet over het algemeen het liefst een aandelentransactie: met de verkoop van de aandelen is hij in principe overal van af. Meestal worden nog wel de nodige garanties opgenomen in het koopcontract, bijvoorbeeld over de juistheid van balansposten of toekomstige claims van de fiscus, maar hij is van zijn BV verlost.
> Waarom de koper (soms) liever de activa koopt
Voor de verkoper is een aandelentransactie interessant, voor de koper kleven er duidelijke nadelen aan. Allereerst mag de koper de betaalde goodwill (inclusief stille reserves) fiscaal niet afschrijven. De gehele aankoopsom, inclusief goodwill en stille reserves, belandt als deelneming op de balans van zijn holding.
Bij een activadeal had de koper de betaalde goodwill wel kunnen afschrijven. Bij een afschrijvingstermijn van tien jaar levert hem dit jaarlijks een fiscaal aftrekbare kostenpost op. Een ander belangrijk voordeel van een activakoop is dat de koper van alle ellende van de gekochte BV gevrijwaard blijft. Hij hoeft niet bang te zijn voor lijken in de kast, zoals tegenvallende betalingen door debiteuren, onverwachte claims van de fiscus, onbekende contracten met klanten en leveranciers of plotseling opdoemende BV’s in exotische landen. Bijkomend voordeel is dat de koper kan volstaan met een beperktere due diligence.
Een ander voordeel is cherry picking: zeker met een slecht renderend bedrijf als tegenpartij is het mogelijk om bijvoorbeeld alleen de goede machines over te nemen en de verouderde machines niet. Ook kunnen de schulden bij de verkopende partij worden gelaten. Voor de verkoper kan dit interessant zijn om met de verkoopopbrengst zijn schulden af te lossen en eventueel het bedrijf te sluiten. Toch kleven er ook grote nadelen aan een activadeal. Alle activa – voorraden, machines, inventaris, auto’s – moeten worden geïnventariseerd, beschreven, gewaardeerd én op naam worden gezet van de nieuwe eigenaar. Voor het overzetten van contracten is bovendien de medewerking van de andere contractpartij verplicht. Licenties en vergunningen zijn soms helemaal niet overdraagbaar, omdat deze bedrijfs- of persoonsgebonden zijn. Een ander nadeel is dat cherry picking van personeel niet mogelijk is.
> Waarom deals bijna altijd aandelendeals zijn
Verreweg het grootste deel van bedrijfsoverdrachten in het MKB betreft aandelentransacties. De belangrijkste reden is dat de verkoper dit als harde eis op tafel legt. Zeker een verkoper met geduld of met een gewild bedrijf kan zich zo’n houding permitteren. Daarnaast hebben kopers – nadat ze de voor- en nadelen hebben afgewogen – niet altijd zin in het gedoe rondom een activatransactie. Activatransacties worden meestal ingezet als de koper maar een beperkt deel van de activiteiten of inboedel wil overnemen of als er te veel onzekerheden zijn omtrent het aangekochte bedrijf. Het is bijvoorbeeld onduidelijk of al het personeel wel keurig in dienst is, of er is een vermoeden van zwart geld. Naarmate de positie van de verkoper zwakker is, is een activatransactie makkelijker te realiseren. Soms is het voor de verkoper de enige manier om van zijn bedrijf af te komen. Algemene richtlijnen zijn er niet. Het hangt sterk van de situatie af welke transactie de voorkeur geniet.
> Compensabele verliezen
Het kan gebeuren dat het bedrijf dat u wilt kopen in voorgaande jaren verlies heeft gemaakt. Fiscaal kan dat voor u als koper gunstig zijn. Verliezen uit het verleden mogen namelijk in de negen jaar daarna worden verrekend met de winst. Stel, het verkopende bedrijf maakte twee jaar geleden een verlies van 100.000 euro en het afgelopen jaar een winst van 40.000 euro. In dat geval staat nog 60.000 euro aan verrekenbaar verlies open. Dit verlies maakt het bedrijf aantrekkelijker, want over de eerste 60.000 euro winst hoeft u straks geen vennootschapsbelasting te betalen. De verkoper weet dit natuurlijk ook en zal daarmee in zijn prijsstelling rekening houden. Houd er echter rekening mee dat dit verlies niet altijd te verrekenen is.
Allereerst is het compensabel verlies verbonden aan de betreffende BV. Dit betekent dat u dit verlies alleen bij een aandelentransactie kunt overnemen en niet bij een activa/ passiva-transactie. Om handel in verliesgevende BV’s tegen te gaan stelt defiscus voorwaarden aan het overdragen van compensabele verliezen. Allereerst moet sprake zijn van een wijziging in de aandeelhouders; daaraan is bij een aandelentransactie per definitie voldaan. Daarnaast moeten de activiteiten in de BV hetzelfde blijven en aan die voorwaarde wordt niet altijd voldaan. Ga er dus niet op voorhand vanuit dat u de verliezen ook daadwerkelijk kunt verrekenen.
bron: Brookz, platform voor bedrijfsovername http://www.brookz.nl
Een belangrijke vraag is of u de aandelen van het bedrijf wilt kopen of de activa en passiva. In het eerste geval koopt u de gehele onderneming,inclusief bezittingen en schulden, rechten en verplichtingen, contracten met leveranciers, personeel en afnemers, licenties en vergunningen, schulden aan de belastingdienst. Feitelijk verandert alleen de identiteit van de aandeelhouder.
Koopt u alleen de activa en de passiva, dan hevelt u (meestal een deel van) de bezittingen en schulden van de verkopende onderneming over naar uw eigen onderneming. Vaak worden in dergelijke transacties de machines, voorraden, inventaris, het personeel en zaken als leasecontracten overgenomen. Banksaldi, debiteuren, crediteuren en bankschulden blijven doorgaans bij de verkoper; hetzelfde geldt voor ‘het verleden’ van het bedrijf en daarmee samenhangende (fiscale) claims.
Aan beide soorten transacties kleven zowel voor de koper als verkoper voor- en nadelen.
> Waarom de verkoper liever de aandelen verkoopt
De verkoper doet over het algemeen het liefst een aandelentransactie: met de verkoop van de aandelen is hij in principe overal van af. Meestal worden nog wel de nodige garanties opgenomen in het koopcontract, bijvoorbeeld over de juistheid van balansposten of toekomstige claims van de fiscus, maar hij is van zijn BV verlost.
> Waarom de koper (soms) liever de activa koopt
Voor de verkoper is een aandelentransactie interessant, voor de koper kleven er duidelijke nadelen aan. Allereerst mag de koper de betaalde goodwill (inclusief stille reserves) fiscaal niet afschrijven. De gehele aankoopsom, inclusief goodwill en stille reserves, belandt als deelneming op de balans van zijn holding.
Bij een activadeal had de koper de betaalde goodwill wel kunnen afschrijven. Bij een afschrijvingstermijn van tien jaar levert hem dit jaarlijks een fiscaal aftrekbare kostenpost op. Een ander belangrijk voordeel van een activakoop is dat de koper van alle ellende van de gekochte BV gevrijwaard blijft. Hij hoeft niet bang te zijn voor lijken in de kast, zoals tegenvallende betalingen door debiteuren, onverwachte claims van de fiscus, onbekende contracten met klanten en leveranciers of plotseling opdoemende BV’s in exotische landen. Bijkomend voordeel is dat de koper kan volstaan met een beperktere due diligence.
Een ander voordeel is cherry picking: zeker met een slecht renderend bedrijf als tegenpartij is het mogelijk om bijvoorbeeld alleen de goede machines over te nemen en de verouderde machines niet. Ook kunnen de schulden bij de verkopende partij worden gelaten. Voor de verkoper kan dit interessant zijn om met de verkoopopbrengst zijn schulden af te lossen en eventueel het bedrijf te sluiten. Toch kleven er ook grote nadelen aan een activadeal. Alle activa – voorraden, machines, inventaris, auto’s – moeten worden geïnventariseerd, beschreven, gewaardeerd én op naam worden gezet van de nieuwe eigenaar. Voor het overzetten van contracten is bovendien de medewerking van de andere contractpartij verplicht. Licenties en vergunningen zijn soms helemaal niet overdraagbaar, omdat deze bedrijfs- of persoonsgebonden zijn. Een ander nadeel is dat cherry picking van personeel niet mogelijk is.
> Waarom deals bijna altijd aandelendeals zijn
Verreweg het grootste deel van bedrijfsoverdrachten in het MKB betreft aandelentransacties. De belangrijkste reden is dat de verkoper dit als harde eis op tafel legt. Zeker een verkoper met geduld of met een gewild bedrijf kan zich zo’n houding permitteren. Daarnaast hebben kopers – nadat ze de voor- en nadelen hebben afgewogen – niet altijd zin in het gedoe rondom een activatransactie. Activatransacties worden meestal ingezet als de koper maar een beperkt deel van de activiteiten of inboedel wil overnemen of als er te veel onzekerheden zijn omtrent het aangekochte bedrijf. Het is bijvoorbeeld onduidelijk of al het personeel wel keurig in dienst is, of er is een vermoeden van zwart geld. Naarmate de positie van de verkoper zwakker is, is een activatransactie makkelijker te realiseren. Soms is het voor de verkoper de enige manier om van zijn bedrijf af te komen. Algemene richtlijnen zijn er niet. Het hangt sterk van de situatie af welke transactie de voorkeur geniet.
> Compensabele verliezen
Het kan gebeuren dat het bedrijf dat u wilt kopen in voorgaande jaren verlies heeft gemaakt. Fiscaal kan dat voor u als koper gunstig zijn. Verliezen uit het verleden mogen namelijk in de negen jaar daarna worden verrekend met de winst. Stel, het verkopende bedrijf maakte twee jaar geleden een verlies van 100.000 euro en het afgelopen jaar een winst van 40.000 euro. In dat geval staat nog 60.000 euro aan verrekenbaar verlies open. Dit verlies maakt het bedrijf aantrekkelijker, want over de eerste 60.000 euro winst hoeft u straks geen vennootschapsbelasting te betalen. De verkoper weet dit natuurlijk ook en zal daarmee in zijn prijsstelling rekening houden. Houd er echter rekening mee dat dit verlies niet altijd te verrekenen is.
Allereerst is het compensabel verlies verbonden aan de betreffende BV. Dit betekent dat u dit verlies alleen bij een aandelentransactie kunt overnemen en niet bij een activa/ passiva-transactie. Om handel in verliesgevende BV’s tegen te gaan stelt defiscus voorwaarden aan het overdragen van compensabele verliezen. Allereerst moet sprake zijn van een wijziging in de aandeelhouders; daaraan is bij een aandelentransactie per definitie voldaan. Daarnaast moeten de activiteiten in de BV hetzelfde blijven en aan die voorwaarde wordt niet altijd voldaan. Ga er dus niet op voorhand vanuit dat u de verliezen ook daadwerkelijk kunt verrekenen.
bron: Brookz, platform voor bedrijfsovername http://www.brookz.nl
dinsdag 7 december 2010
Bedrijfsopvolging aantrekkelijk door Successiewet
Bedrijfsopvolging aantrekkelijk door Successiewet 'Fiscaal interessant om bedrijf door te schuiven'
De nieuwe Successiewet maakt bedrijfsopvolging interessanter en is het fiscaal interessant om bedrijf door te schuiven. Het is fiscaal gezien nu aantrekkelijker om een bedrijf door te schuiven naar de volgende generatie.
Ondernemingsvermogen
De vrijstelling is omhooggetrokken naar een miljoen euro en voor de waarde daarboven geldt een vrijstelling van 83 procent. Maar tegelijkertijd pakt de wet ook minder gunstig uit. Er wordt veel specifieker gekeken naar wat ondernemings- of beleggingsvermogen is.
Want die vrijstelling geldt alleen voor ondernemingsvermogen. 'Heeft iemand een onderneming met beleggingsvermogen, dan kunnen de faciliteiten niet van toepassing zijn. De inkomsten- en erfbelasting kan daardoor oplopen tot 40 procent.
Bedrijfsstructuur
Omdat de nieuwe Successiewet grote financiële gevolgen heeft voor estate planning, doen ondernemers er verstandig aan om te laten controleren wat er precies door hen geregeld is. Een check van de huwelijkse voorwaarden en het testament mag daarin niet ontbreken.
Voor een ondernemer is het ook slim om te laten uitzoeken of de bestaande structuren nog wel goed uitpakken bij de nieuwe regels. Dat luistert heel nauw. Vooral de structuren waarbij cumulatief preferente aandelen een rol spelen, moeten onder de loep worden genomen.
De nieuwe Successiewet maakt bedrijfsopvolging interessanter en is het fiscaal interessant om bedrijf door te schuiven. Het is fiscaal gezien nu aantrekkelijker om een bedrijf door te schuiven naar de volgende generatie.
Ondernemingsvermogen
De vrijstelling is omhooggetrokken naar een miljoen euro en voor de waarde daarboven geldt een vrijstelling van 83 procent. Maar tegelijkertijd pakt de wet ook minder gunstig uit. Er wordt veel specifieker gekeken naar wat ondernemings- of beleggingsvermogen is.
Want die vrijstelling geldt alleen voor ondernemingsvermogen. 'Heeft iemand een onderneming met beleggingsvermogen, dan kunnen de faciliteiten niet van toepassing zijn. De inkomsten- en erfbelasting kan daardoor oplopen tot 40 procent.
Bedrijfsstructuur
Omdat de nieuwe Successiewet grote financiële gevolgen heeft voor estate planning, doen ondernemers er verstandig aan om te laten controleren wat er precies door hen geregeld is. Een check van de huwelijkse voorwaarden en het testament mag daarin niet ontbreken.
Voor een ondernemer is het ook slim om te laten uitzoeken of de bestaande structuren nog wel goed uitpakken bij de nieuwe regels. Dat luistert heel nauw. Vooral de structuren waarbij cumulatief preferente aandelen een rol spelen, moeten onder de loep worden genomen.
maandag 29 november 2010
Borgstelling op financiering gewild
Aantal gebruikmakende MKB'ers groeit in derde kwartaal
MKB'ers maken vaker gebruik van de garantieregelingen van de overheid voor het verkrijgen van financiering bij de bank.
Borgstelling op financiering gewild
De borgstellingen vanuit de overheid zijn gewild, blijkt uit een derde kwartaalrapportage van minister Maxime Verhagen van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) aan de Tweede Kamer. De regelingen zijn bedoeld om bedrijven eenvoudiger toegang te geven tot krediet, nadat de banken terughoudender zijn geworden in hun kredietverlening.
Garantieregelingen
In het derde kwartaal van 2010 hebben bijna 1.000 mkb'ers een beroep gedaan op de Borgstellingsregeling MKB (BMKB) voor een bedrag van ongeveer 200 miljoen euro. Daarmee staat de teller van het totale aantal bedrijven die dit jaar gebruikmaken van de BMKB op 2.612 voor een borgstelling van 527 miljoen euro. EL&I verwacht dat deze regeling op een recordbenutting van circa 735 miljoen euro uitkomt.
Ook de Garantie Ondernemingsfinanciering (GO) laat een forse stijging zien. De regeling voor middelgrote en grote bedrijven werd in de maanden juli, augustus en september door 32 bedrijven gebruikt voor een totaalbedrag van ruim 160 miljoen euro. Over de eerste drie kwartalen verleende EL&I voor 413,6 miljoen euro borgstellingen uit de GO aan 91 ondernemingen.
U kunt mij direct contacten op 06 57 99 87 81 of martijn.boer@havendijk.nl
www.havendijk.nl
MKB'ers maken vaker gebruik van de garantieregelingen van de overheid voor het verkrijgen van financiering bij de bank.
Borgstelling op financiering gewild
De borgstellingen vanuit de overheid zijn gewild, blijkt uit een derde kwartaalrapportage van minister Maxime Verhagen van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) aan de Tweede Kamer. De regelingen zijn bedoeld om bedrijven eenvoudiger toegang te geven tot krediet, nadat de banken terughoudender zijn geworden in hun kredietverlening.
Garantieregelingen
In het derde kwartaal van 2010 hebben bijna 1.000 mkb'ers een beroep gedaan op de Borgstellingsregeling MKB (BMKB) voor een bedrag van ongeveer 200 miljoen euro. Daarmee staat de teller van het totale aantal bedrijven die dit jaar gebruikmaken van de BMKB op 2.612 voor een borgstelling van 527 miljoen euro. EL&I verwacht dat deze regeling op een recordbenutting van circa 735 miljoen euro uitkomt.
Ook de Garantie Ondernemingsfinanciering (GO) laat een forse stijging zien. De regeling voor middelgrote en grote bedrijven werd in de maanden juli, augustus en september door 32 bedrijven gebruikt voor een totaalbedrag van ruim 160 miljoen euro. Over de eerste drie kwartalen verleende EL&I voor 413,6 miljoen euro borgstellingen uit de GO aan 91 ondernemingen.
U kunt mij direct contacten op 06 57 99 87 81 of martijn.boer@havendijk.nl
www.havendijk.nl
maandag 22 november 2010
Liquiditeit groot probleem voor mkb'ers
Liquiditeit groot probleem voor mkb'ers
Veel ondernemers kunnen niet aan lopende betalingsverplichtingen voldoen
Meer dan de helft van de ondernemers heeft onvoldoende geld in kas om drie maanden kostendekkend te zijn, blijkt uit onderzoek van TNS NIPO Nederland onder 556 directeuren-grootaandeelhouders (DGA's) in opdracht van ING Assurantiekantoren Nederland.
Veel ondernemers kunnen niet aan lopende betalingsverplichtingen voldoen
Ongeveer één op de tien mkb'ers wist de afgelopen drie jaar de omzet met meer dan 25 procent te laten stijgen, ondanks de economische crisis. Daarnaast heeft driekwart van alle DGA's de ambitie in de komende vijf jaar te groeien.
Liquiditeitsmanagement
Maar groei is van grote invloed op het risicoprofiel van ondernemingen', zegt algemeen directeur Heleen de Heer van ING Assurantiekantoren Nederland. 'Wanneer ondernemers groeien, zullen ze niet zo snel geneigd zijn te analyseren wat er mis kan gaan.'
Eén van die bedrijfrisico's is dus liquiditeit. Om het probleem zoveel mogelijk onder controle te krijgen, kunnen ondernemers aan financiële planning doen. Met liquiditeitsmanagement worden de risico's zoveel mogelijk in kaart gebracht, waardoor problemen vaak ver van tevoren zichtbaar worden.
Financiering
Door de nijpende liquiditeitssituatie van mkb'ers zal er behoefte zijn aan financiering om aan de lopende betalingsverplichtingen te voldoen. Uit het halfjaaronderzoek Financieringsmonitor mkb (juli 2010) van het ministerie van Economische Zaken bleek dat verreweg de belangrijkste bestemming van de gezochte financiering extra werkkapitaal is, namelijk 45 procent.
Liquiditeitsmanagement helpt niet alleen om de risico's in kaart te brengen, maar financiers hechten er ook waarde aan. De cijfers van een onderneming worden bekend, waardoor bijvoorbeeld banken eerder bereid zijn tot financiering. In veel gevallen zal liquiditeitsmanagement een bijdrage leveren aan de financiële gezondheid van het bedrijf en kapitaalverschaffers eerder over de streep trekken.
U kunt mij direct contacten op 06 57 99 87 81 of martijn.boer@havendijk.nl. Ik ben cum laude afgestudeerd als Register Adviseur Bedrijfsopvolging (RAB) en daarmee gecertificeerd adviseur in bedrijfsoverdracht. Door mijn jarenlange ervaring en kennis van bedrijfsovernames en financieringen gecombineerd met mijn bedrijfskundige achtergrond, ben ik inzetbaar als adviseur bij bedrijfsovernames, financieringen, businessplannen en als klankbord voor u als ondernemer.
Veel ondernemers kunnen niet aan lopende betalingsverplichtingen voldoen
Meer dan de helft van de ondernemers heeft onvoldoende geld in kas om drie maanden kostendekkend te zijn, blijkt uit onderzoek van TNS NIPO Nederland onder 556 directeuren-grootaandeelhouders (DGA's) in opdracht van ING Assurantiekantoren Nederland.
Veel ondernemers kunnen niet aan lopende betalingsverplichtingen voldoen
Ongeveer één op de tien mkb'ers wist de afgelopen drie jaar de omzet met meer dan 25 procent te laten stijgen, ondanks de economische crisis. Daarnaast heeft driekwart van alle DGA's de ambitie in de komende vijf jaar te groeien.
Liquiditeitsmanagement
Maar groei is van grote invloed op het risicoprofiel van ondernemingen', zegt algemeen directeur Heleen de Heer van ING Assurantiekantoren Nederland. 'Wanneer ondernemers groeien, zullen ze niet zo snel geneigd zijn te analyseren wat er mis kan gaan.'
Eén van die bedrijfrisico's is dus liquiditeit. Om het probleem zoveel mogelijk onder controle te krijgen, kunnen ondernemers aan financiële planning doen. Met liquiditeitsmanagement worden de risico's zoveel mogelijk in kaart gebracht, waardoor problemen vaak ver van tevoren zichtbaar worden.
Financiering
Door de nijpende liquiditeitssituatie van mkb'ers zal er behoefte zijn aan financiering om aan de lopende betalingsverplichtingen te voldoen. Uit het halfjaaronderzoek Financieringsmonitor mkb (juli 2010) van het ministerie van Economische Zaken bleek dat verreweg de belangrijkste bestemming van de gezochte financiering extra werkkapitaal is, namelijk 45 procent.
Liquiditeitsmanagement helpt niet alleen om de risico's in kaart te brengen, maar financiers hechten er ook waarde aan. De cijfers van een onderneming worden bekend, waardoor bijvoorbeeld banken eerder bereid zijn tot financiering. In veel gevallen zal liquiditeitsmanagement een bijdrage leveren aan de financiële gezondheid van het bedrijf en kapitaalverschaffers eerder over de streep trekken.
U kunt mij direct contacten op 06 57 99 87 81 of martijn.boer@havendijk.nl. Ik ben cum laude afgestudeerd als Register Adviseur Bedrijfsopvolging (RAB) en daarmee gecertificeerd adviseur in bedrijfsoverdracht. Door mijn jarenlange ervaring en kennis van bedrijfsovernames en financieringen gecombineerd met mijn bedrijfskundige achtergrond, ben ik inzetbaar als adviseur bij bedrijfsovernames, financieringen, businessplannen en als klankbord voor u als ondernemer.
donderdag 18 november 2010
MKB: weinig steun van overheden
Van de Nederlandse mkb-bedrijven heeft 78% de indruk dat de overheid weinig oog heeft voor hun belangen. Een meerderheid vindt dat banken gedwongen moeten worden om meer uit te lenen aan startende ondernemingen.
Dit zegt Regus, een bedrijf dat kantoorruimtes en werkplekken aanbiedt, op basis van een wereldwijde enquête onder mkb'ers. In Nederland deden 186 ondernemers mee aan het onderzoek, wereldwijd ging het om meer dan vijfduizend ondernemers.
De ondernemers werd onder meer gevraagd hoe gemakkelijk ze het vinden om hun werk te doen in hun land. Nederland scoort hierbij bovengemiddeld met 108 punten op een wereldwijd gemiddelde van 100 punten.
'Belangen genegeerd'
Van de ondervraagde Nederlandse ondernemers vindt 78% aan dat hun belangen worden genegeerd door overheden. Wereldwijd geeft driekwart van de ondervraagden dit aan.
Banken zouden gedwongen moeten worden om meer geld uit te lenen aan start-ups en kleine ondernemingen, zegt 71% van de Nederlandse ondervraagden. Gemiddeld vond 71% van alle ondervraagden dit.
Venture capital
Animo voor een venture capital fonds van de overheid is er wereldwijd bij 86% van de ondervraagden en bij 80% van de ondernemers in Nederland.
Ergernis over het te laat betalen van facturen doet de animo voor het instellen van boetes hiervoor, sterk toenemen. Van de Nederlandse ondernemers die meededen aan het onderzoek was 80% hier voorstander van, in de rest van de wereld lag dit op 72%.
Copyright (c) 2010 Het Financieele Dagblad
Dit zegt Regus, een bedrijf dat kantoorruimtes en werkplekken aanbiedt, op basis van een wereldwijde enquête onder mkb'ers. In Nederland deden 186 ondernemers mee aan het onderzoek, wereldwijd ging het om meer dan vijfduizend ondernemers.
De ondernemers werd onder meer gevraagd hoe gemakkelijk ze het vinden om hun werk te doen in hun land. Nederland scoort hierbij bovengemiddeld met 108 punten op een wereldwijd gemiddelde van 100 punten.
'Belangen genegeerd'
Van de ondervraagde Nederlandse ondernemers vindt 78% aan dat hun belangen worden genegeerd door overheden. Wereldwijd geeft driekwart van de ondervraagden dit aan.
Banken zouden gedwongen moeten worden om meer geld uit te lenen aan start-ups en kleine ondernemingen, zegt 71% van de Nederlandse ondervraagden. Gemiddeld vond 71% van alle ondervraagden dit.
Venture capital
Animo voor een venture capital fonds van de overheid is er wereldwijd bij 86% van de ondervraagden en bij 80% van de ondernemers in Nederland.
Ergernis over het te laat betalen van facturen doet de animo voor het instellen van boetes hiervoor, sterk toenemen. Van de Nederlandse ondernemers die meededen aan het onderzoek was 80% hier voorstander van, in de rest van de wereld lag dit op 72%.
Copyright (c) 2010 Het Financieele Dagblad
woensdag 10 november 2010
MKB botst met banken
Een onderzoek naar de kredietverlening aan het midden- en kleinbedrijf heeft tot een botsing geleid tussen banken en de belangenclub voor het midden- en kleinbedrijf MKB-Nederland.
De ondernemers zijn boos over de publicatie van een deel van de onderzoeksresultaten door de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) afgelopen zondag. Daarin staat dat de kredietverlening is blijven stijgen tijdens de crisis. In het bericht staat echter niet dat nieuwe kredietaanvragen sinds de crisis veel minder kans maken, wat uit hetzelfde onderzoek naar voren is gekomen.
'Wat de NVB meldt, is maar een héél klein deel van het onderzoek', zegt Leendert-Jan Visser, directeur van MKB-Nederland. 'Dit stelt ons echt zwaar teleur. Dat de vertegenwoordiger van alle banken het nodig vindt om de zorgen die wij hebben, af te doen met een nogal arrogant getoonzet bericht dat er niets aan de hand is.' Hij stelt dat bancaire kredietverlening van vitaal belang is voor de economische groei.
Taskforce
Het midden- en kleinbedrijf klaagt sinds de crisis over de steeds strengere eisen die banken stellen aan zakelijk krediet, vooral bij leningen met een omvang tot euro 250.000. De banken ontkennen dat. Daarom hebben NVB, MKB- Nederland en twee ministeries een Taskforce Kredietverlening opgezet om de kwestie uit te zoeken en aanbevelingen te doen. Over twee weken volgt de presentatie van het onderzoek.
Volgens Visser zal dan blijken dat er momenteel 35% minder nieuwe zakelijke kredieten tot een euro250.000 worden verleend, dan vlak voor de crisis in zomer van 2008. 'Voor een deel omdat er minder aanvragen zijn, maar voor een groter deel omdat banken meer verzoeken afwijzen', aldus Visser.
Nieuwe kredieten
Bankenvereniging NVB wijst juist op de totale som aan uitstaande kleinere zakelijke kredieten. Die is sinds medio 2008 met 3,3% gestegen. 'De uitstaande kredieten aan het mkb zijn door blijven stijgen, wat opvallend te noemen is in een periode van economische crisis en krimp', aldus de NVB.
Visser zegt in reactie dat de totale uitstaande kredietsom niet zozeer stijgt vanwege nieuwe kredieten als wel omdat krediet meestal voor enkele jaren wordt verstrekt. De jaren voor de kredietcrisis waren topjaren en bedrijven nemen nu krediet op dat eerder was toegezegd.
De NVB beaamt dat 'het aantal nieuwe kredieten inderdaad minder is dan in het recordjaar 2008'. Hij noemt het huidige niveau 'genormaliseerd'.
Ook Aleid van der Zwan, adviseur kredietverlening binnen de NVB, wijst op het uitzonderlijke karakter van referentiejaar 2008. 'De kredietgroei is nu weliswaar een stuk lager dan destijds, maar er wordt nog steeds voor substantiële bedragen krediet verleend.'
Bron FD
U kunt mij direct contacten op 06 57 99 87 81 of martijn.boer@havendijk.nl
www.havendijk.nl
De ondernemers zijn boos over de publicatie van een deel van de onderzoeksresultaten door de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) afgelopen zondag. Daarin staat dat de kredietverlening is blijven stijgen tijdens de crisis. In het bericht staat echter niet dat nieuwe kredietaanvragen sinds de crisis veel minder kans maken, wat uit hetzelfde onderzoek naar voren is gekomen.
'Wat de NVB meldt, is maar een héél klein deel van het onderzoek', zegt Leendert-Jan Visser, directeur van MKB-Nederland. 'Dit stelt ons echt zwaar teleur. Dat de vertegenwoordiger van alle banken het nodig vindt om de zorgen die wij hebben, af te doen met een nogal arrogant getoonzet bericht dat er niets aan de hand is.' Hij stelt dat bancaire kredietverlening van vitaal belang is voor de economische groei.
Taskforce
Het midden- en kleinbedrijf klaagt sinds de crisis over de steeds strengere eisen die banken stellen aan zakelijk krediet, vooral bij leningen met een omvang tot euro 250.000. De banken ontkennen dat. Daarom hebben NVB, MKB- Nederland en twee ministeries een Taskforce Kredietverlening opgezet om de kwestie uit te zoeken en aanbevelingen te doen. Over twee weken volgt de presentatie van het onderzoek.
Volgens Visser zal dan blijken dat er momenteel 35% minder nieuwe zakelijke kredieten tot een euro250.000 worden verleend, dan vlak voor de crisis in zomer van 2008. 'Voor een deel omdat er minder aanvragen zijn, maar voor een groter deel omdat banken meer verzoeken afwijzen', aldus Visser.
Nieuwe kredieten
Bankenvereniging NVB wijst juist op de totale som aan uitstaande kleinere zakelijke kredieten. Die is sinds medio 2008 met 3,3% gestegen. 'De uitstaande kredieten aan het mkb zijn door blijven stijgen, wat opvallend te noemen is in een periode van economische crisis en krimp', aldus de NVB.
Visser zegt in reactie dat de totale uitstaande kredietsom niet zozeer stijgt vanwege nieuwe kredieten als wel omdat krediet meestal voor enkele jaren wordt verstrekt. De jaren voor de kredietcrisis waren topjaren en bedrijven nemen nu krediet op dat eerder was toegezegd.
De NVB beaamt dat 'het aantal nieuwe kredieten inderdaad minder is dan in het recordjaar 2008'. Hij noemt het huidige niveau 'genormaliseerd'.
Ook Aleid van der Zwan, adviseur kredietverlening binnen de NVB, wijst op het uitzonderlijke karakter van referentiejaar 2008. 'De kredietgroei is nu weliswaar een stuk lager dan destijds, maar er wordt nog steeds voor substantiële bedragen krediet verleend.'
Bron FD
U kunt mij direct contacten op 06 57 99 87 81 of martijn.boer@havendijk.nl
www.havendijk.nl
maandag 1 november 2010
Situatie kredieten van banken verbeterd?
Bank leent gemakkelijker geld maar terughoudendheid in omvang krediet
De beoordelingsvoorwaarden die de Nederlandse banken hanteren bij het verstrekken van kortlopende leningen aan bedrijven zijn voor het eerst sinds 2006 versoepeld. Die conclusie komt uit het ECB-Bank Lending Survey, uitgevoerd door De Nederlandsche Bank (DNB).
Wel terughoudendheid in omvang krediet
Het minder stringent omgaan met de goedkeuringscriteria voor kortlopende leningen heeft vooral te maken met concurrentie op de leenmarkt, aldus DNB. Banken voelen steeds meer rivaliteit van kredietverstrekkers en andere financiële instellingen en verruimen daarom hun voorwaarden.
Bedrijfskrediet
Ook kleven er volgens de Nederlandse banken minder risico's aan het verschaffen van krediet aan bedrijven, doordat de vaderlandse economie enigszins opkrabbelt. Die inschatting is vooral gebaseerd op de verwachtingen over de algemene economische bedrijvigheid en op de beoordeling van de vooruitzichten voor de betrokken onderneming of bedrijfstak.
De banken melden in het onderzoek dat ze denken dat de criteria voor het verstrekken van kortlopende leningen het komende kwartaal verder versoepeld wordt. De beoordelingsvoorwaarden voor langlopende leningen zijn echter verscherpt. Nederlandse banken blijven terughoudend in de omvang van de leningen aan het bedrijfsleven. De versoepeling van het kredietbeleid komt vooral neer op lagere gemiddelde marges op leningen.
Ondernemers
MKB-Nederland denkt dat ondernemers in de praktijk weinig merken van de verruiming van kredietregels. Volgens de belangenorganisatie stellen banken nog steeds hoge eisen aan het verstrekken van een lening. Doordat vooral kleine ondernemingen de dupe worden van deze criteria voor financiering, pleit MKB-Nederland ervoor om de 80 procent-borgstellingsregeling (BMKB) in 2011 te handhaven.
Bron FD
De beoordelingsvoorwaarden die de Nederlandse banken hanteren bij het verstrekken van kortlopende leningen aan bedrijven zijn voor het eerst sinds 2006 versoepeld. Die conclusie komt uit het ECB-Bank Lending Survey, uitgevoerd door De Nederlandsche Bank (DNB).
Wel terughoudendheid in omvang krediet
Het minder stringent omgaan met de goedkeuringscriteria voor kortlopende leningen heeft vooral te maken met concurrentie op de leenmarkt, aldus DNB. Banken voelen steeds meer rivaliteit van kredietverstrekkers en andere financiële instellingen en verruimen daarom hun voorwaarden.
Bedrijfskrediet
Ook kleven er volgens de Nederlandse banken minder risico's aan het verschaffen van krediet aan bedrijven, doordat de vaderlandse economie enigszins opkrabbelt. Die inschatting is vooral gebaseerd op de verwachtingen over de algemene economische bedrijvigheid en op de beoordeling van de vooruitzichten voor de betrokken onderneming of bedrijfstak.
De banken melden in het onderzoek dat ze denken dat de criteria voor het verstrekken van kortlopende leningen het komende kwartaal verder versoepeld wordt. De beoordelingsvoorwaarden voor langlopende leningen zijn echter verscherpt. Nederlandse banken blijven terughoudend in de omvang van de leningen aan het bedrijfsleven. De versoepeling van het kredietbeleid komt vooral neer op lagere gemiddelde marges op leningen.
Ondernemers
MKB-Nederland denkt dat ondernemers in de praktijk weinig merken van de verruiming van kredietregels. Volgens de belangenorganisatie stellen banken nog steeds hoge eisen aan het verstrekken van een lening. Doordat vooral kleine ondernemingen de dupe worden van deze criteria voor financiering, pleit MKB-Nederland ervoor om de 80 procent-borgstellingsregeling (BMKB) in 2011 te handhaven.
Bron FD
donderdag 14 oktober 2010
Financiering mkb moeizaam
Financiering mkb moeizaam
Voor het eerst meer af- dan toewijzingen van financieringsvraag
Slechts 13 procent van de mkb-bedrijven heeft in het afgelopen halfjaar financiering gezocht. De hoogte van het extra kapitaal ligt in meer dan de helft van de financieringsvraag onder de 100.000 euro.
Voor het eerst meer af- dan toewijzingen
Deze cijfers staan in de Financieringsmonitor mkb (juli 2010), een halfjaaronderzoek naar het financieringsklimaat van het mkb in Nederland, uitgevoerd door onderzoeksbureau EIM in opdracht van het ministerie van Economische Zaken.
Financieringsbehoefte
Het totaal aantal mkb-bedrijven dat het afgelopen halfjaar financiering heeft gezocht in aanvulling op de bestaande afspraken is zeer licht gedaald naar 13 procent ten opzichte van de vorige meting van het financieringsklimaat in april 2010.
Verreweg de belangrijkste bestemming van de gezochte financiering is extra werkkapitaal, namelijk 45 procent. Verder valt het toenemende aandeel op in vergelijking met drie maanden eerder van de mkb-ondernemers die financiering zoeken voor hun bedrijfshuisvesting (+ 5 procentpunt) en voor innovatie (+ 4 procentpunt).
De meeste mkb'ers waren de afgelopen zes maanden op zoek naar extra kapitaal met een omvang van minder dan 100.000 euro. Slechts 6 procent wilde meer dan 750.00 euro aantrekken. Bijna 40 procent van de mkb-bedrijven heeft het gewenste bedrag niet gekregen. 6 Procent kreeg de financiering wel rond, maar minder dan de hoogte van het gezochte kapitaal en 33 procent ontving daadwerkelijk het gewenste bedrag. Het is voor het eerst sinds de EIM-meting dat het aantal afwijzingen hoger is dan het aantal toewijzingen.
Eigen vermogen
Nog altijd is een bank dé aangewezen plek voor het verkrijgen van financiering. Bijna 90 procent van de mkb'ers haalt het extra kapitaal op bij de bank. Opvallende stijgers van bronnen voor de financieringsvraag sinds het onderzoek in april zijn informal investors (+1 procentpunt) en overheidsregelingen (+ 2 procentpunt). Familie en/of vrienden zijn in een tijd van economische tegenwind iets minder gul; van 8 naar 5 procent.
Het mkb heeft met ruim 60 procent een aanzienlijk hoger eigen vermogen dan het grootbedrijf. Binnen het mkb heeft het kleinbedrijf het grootste aandeel eigen vermogen. De laatste meting laat ten opzichte van de voorafgaande meting in april 2010 een lichte verbetering zien van de gemiddelde eigen vermogenspositie van het mkb.
Ook het vertrouwen in de mogelijkheid financiering te vinden is wat groter: minder ondernemers denken geen financiering te kunnen vinden. Van degenen die dat wèl denken gaan er méér proberen die financiering alsnog te krijgen.
Voor het eerst meer af- dan toewijzingen van financieringsvraag
Slechts 13 procent van de mkb-bedrijven heeft in het afgelopen halfjaar financiering gezocht. De hoogte van het extra kapitaal ligt in meer dan de helft van de financieringsvraag onder de 100.000 euro.
Voor het eerst meer af- dan toewijzingen
Deze cijfers staan in de Financieringsmonitor mkb (juli 2010), een halfjaaronderzoek naar het financieringsklimaat van het mkb in Nederland, uitgevoerd door onderzoeksbureau EIM in opdracht van het ministerie van Economische Zaken.
Financieringsbehoefte
Het totaal aantal mkb-bedrijven dat het afgelopen halfjaar financiering heeft gezocht in aanvulling op de bestaande afspraken is zeer licht gedaald naar 13 procent ten opzichte van de vorige meting van het financieringsklimaat in april 2010.
Verreweg de belangrijkste bestemming van de gezochte financiering is extra werkkapitaal, namelijk 45 procent. Verder valt het toenemende aandeel op in vergelijking met drie maanden eerder van de mkb-ondernemers die financiering zoeken voor hun bedrijfshuisvesting (+ 5 procentpunt) en voor innovatie (+ 4 procentpunt).
De meeste mkb'ers waren de afgelopen zes maanden op zoek naar extra kapitaal met een omvang van minder dan 100.000 euro. Slechts 6 procent wilde meer dan 750.00 euro aantrekken. Bijna 40 procent van de mkb-bedrijven heeft het gewenste bedrag niet gekregen. 6 Procent kreeg de financiering wel rond, maar minder dan de hoogte van het gezochte kapitaal en 33 procent ontving daadwerkelijk het gewenste bedrag. Het is voor het eerst sinds de EIM-meting dat het aantal afwijzingen hoger is dan het aantal toewijzingen.
Eigen vermogen
Nog altijd is een bank dé aangewezen plek voor het verkrijgen van financiering. Bijna 90 procent van de mkb'ers haalt het extra kapitaal op bij de bank. Opvallende stijgers van bronnen voor de financieringsvraag sinds het onderzoek in april zijn informal investors (+1 procentpunt) en overheidsregelingen (+ 2 procentpunt). Familie en/of vrienden zijn in een tijd van economische tegenwind iets minder gul; van 8 naar 5 procent.
Het mkb heeft met ruim 60 procent een aanzienlijk hoger eigen vermogen dan het grootbedrijf. Binnen het mkb heeft het kleinbedrijf het grootste aandeel eigen vermogen. De laatste meting laat ten opzichte van de voorafgaande meting in april 2010 een lichte verbetering zien van de gemiddelde eigen vermogenspositie van het mkb.
Ook het vertrouwen in de mogelijkheid financiering te vinden is wat groter: minder ondernemers denken geen financiering te kunnen vinden. Van degenen die dat wèl denken gaan er méér proberen die financiering alsnog te krijgen.
donderdag 7 oktober 2010
Nieuwe financieringstimulans voor bedrijfsovername
Nieuwe financieringstimulans voor bedrijfsovername
Rabobank introduceert kapitaal ter versterking van vermogenspositie
Rabobank komt met een nieuw stimuleringskapitaal voor ondernemers. Op deze manier wil de coöperatieve bank de vermogenspositie van bedrijven versterken. Dat maakt het kapitaal óók interessant voor de financiering van bedrijfsovernames.
Rabobank introduceert kapitaal ter versterking van vermogenspositie
‘Juist nu activiteiten in de meeste sectoren van de Nederlandse economie schoorvoetend weer aantrekken, biedt Rabobank een extra stimulans aan ondernemers,’ zegt bestuurslid Gerlinde Silvis. ‘Zakelijke klanten van ons kunnen gebruik maken van deze achtergestelde lening met een tariefopslag van 3,5 procent. Dat ligt ruim onder het reguliere markttarief voor risicokapitaal.’
Bedrijfsovernamefinanciering
De totale omvang van het stimuleringskapitaal bedraagt maximaal 500.000 euro. Rabobank acht het kapitaal ook als een geschikt instrument voor de financiering van een bedrijfsovername. ‘Voordeel is de mogelijkheid voor de ondernemer om de eerste vijf jaar niet af te lossen op deze lening’, vervolgt Silvis.
‘Dat maakt het tot een essentiële vermogensbuffer. En dat is precies wat bedrijven op dit moment nodig hebben, nu de vermogenspositie van veel bedrijven door de crisis is uitgehold. Deze aanvullende lening stelt de bedrijven in staat om voluit te ondernemen en tegelijk een eigen buffervermogen op te bouwen.’
Tariefopslag
Met de introductie van dit nieuwe stimuleringskapitaal gaat het om een achtergestelde lening, waarmee de verstrekkende lokale Rabobank zelf het risico loopt. Mocht een zakelijke klant onverhoopt failliet gaan, dan wordt de restschuld van deze achtergestelde lening kwijtgescholden. Door dit extra risico is een tariefopslag van 3,5 procent vastgesteld. Niet gering, maar nog altijd veel lager dan gangbare tarieven voor risicokapitaal.
‘Met dit rentevoordeel en met het risico dat ligt bij de bank, willen we als Rabobank een aanmerkelijke bijdrage blijven leveren aan het ondernemerschap. Dit initiatief is daarom te zien als een vorm van ‘coöperatief dividend’ voor zakelijke klanten,’ aldus Silvis.
Bron Brookz.
Rabobank introduceert kapitaal ter versterking van vermogenspositie
Rabobank komt met een nieuw stimuleringskapitaal voor ondernemers. Op deze manier wil de coöperatieve bank de vermogenspositie van bedrijven versterken. Dat maakt het kapitaal óók interessant voor de financiering van bedrijfsovernames.
Rabobank introduceert kapitaal ter versterking van vermogenspositie
‘Juist nu activiteiten in de meeste sectoren van de Nederlandse economie schoorvoetend weer aantrekken, biedt Rabobank een extra stimulans aan ondernemers,’ zegt bestuurslid Gerlinde Silvis. ‘Zakelijke klanten van ons kunnen gebruik maken van deze achtergestelde lening met een tariefopslag van 3,5 procent. Dat ligt ruim onder het reguliere markttarief voor risicokapitaal.’
Bedrijfsovernamefinanciering
De totale omvang van het stimuleringskapitaal bedraagt maximaal 500.000 euro. Rabobank acht het kapitaal ook als een geschikt instrument voor de financiering van een bedrijfsovername. ‘Voordeel is de mogelijkheid voor de ondernemer om de eerste vijf jaar niet af te lossen op deze lening’, vervolgt Silvis.
‘Dat maakt het tot een essentiële vermogensbuffer. En dat is precies wat bedrijven op dit moment nodig hebben, nu de vermogenspositie van veel bedrijven door de crisis is uitgehold. Deze aanvullende lening stelt de bedrijven in staat om voluit te ondernemen en tegelijk een eigen buffervermogen op te bouwen.’
Tariefopslag
Met de introductie van dit nieuwe stimuleringskapitaal gaat het om een achtergestelde lening, waarmee de verstrekkende lokale Rabobank zelf het risico loopt. Mocht een zakelijke klant onverhoopt failliet gaan, dan wordt de restschuld van deze achtergestelde lening kwijtgescholden. Door dit extra risico is een tariefopslag van 3,5 procent vastgesteld. Niet gering, maar nog altijd veel lager dan gangbare tarieven voor risicokapitaal.
‘Met dit rentevoordeel en met het risico dat ligt bij de bank, willen we als Rabobank een aanmerkelijke bijdrage blijven leveren aan het ondernemerschap. Dit initiatief is daarom te zien als een vorm van ‘coöperatief dividend’ voor zakelijke klanten,’ aldus Silvis.
Bron Brookz.
donderdag 30 september 2010
LENEN WORDT CRIME
Interessant artikel in FD Outlook van vorige week:
CM&P Gorinchem heeft creatieve oplossingen voor financieringen. Meest belangrijk is dat een kredietaanvraag op een professionele manier aan de bank wordt gepresenteerd. Wij beleiden en adviseren bedrijven met het uitwerken van hun kredietaanvraag en zorgen ervoor dat er een gedegen verhaal bij de bank terechtkomt. Voor de meest optimale financieringsconstructie zoekt CM&P naar alternatieven, bijvoorbeeld door aanpassing van de financieringsconstructie of door de aanvraag voor te leggen aan andere partijen.
Hieronder het artikel:
door CYP WAGENAAR
Cyp Wagenaar is directeur-eigenaar van Mesys et zou bijna lachwekkend zijn, als het niet zo ernstig was.
Sinds het uitbreken van de kredietcrisis is het aanvragen van financiering een crime geworden. Een ondernemer doet zijn beklag. 'De souplesse is verdwenen.'
Ik kan me de tijd nog herinneren dat mijn vader met de directeur van de bank sprak en ter plekke een financiering regelde. Dat was in de tijd dat een directeur van een bank nog iemand van enige importantie was.
In de afgelopen 40 jaar is er heel wat veranderd. Een ondernemer die nu bij een bank voor financiering aanklopt, krijgt helemaal geen beslissers meer te spreken. Hij of zij overlegt, schetst een horizon, en de relatiemanager bekijkt tot jaren terug wat de ondernemer heeft gedaan. Vervolgens maakt die bankmanager een rapport over het bedrijf van de ondernemer, een rapport dat de ondernemer zelf niet te zien krijgt, dat enige echelons hoger in de bankhiërarchie wordt bekeken en besproken. Hier wordt een oordeel geveld, dat de ondernemer vervolgens als een mededeling krijgt aangereikt.
Persoonlijk heb ik dit proces meerdere keren meegemaakt en ik vind het zeer frustrerend. Nooit weet ik of mijn verhaal goed is overgekomen, of de juiste zaken gemeld zijn, of specifieke kwesties gedetailleerder zouden moeten worden belicht. Daar komt bij dat ondernemers bij een bank vaak te maken hebben met wisselingen van de wacht.
Een bank kijkt naar de branche waarin het bedrijf opereert en naar de kengetallen uit die branche. Het unieke bedrijf dat gebruikmaakt van innovatiekracht, van een marktpositie en een strategisch plan speelt geen rol. De bankmedewerkers kijken liever terug. Ik heb nog nooit meegemaakt datde bank keek naar het productenpallet, naar de nieuwe ontwikkelingen en naar de potentiële markten. Dit communicatieprobleem zal niet opgelost worden zolang de bank geen echte kennis uit dezelfde branche inhuurt. Dit in tegenstelling tot de ontwikkelingsmaatschappijen die deze kennis duidelijk wel in huis halen.
Banken maken ook nogal eens, en met liefde, misbruik van een situatie waarbij een ondernemer enige haast heeft, bijvoorbeeld voor de financiering van een grote order. Banken nemen dan een ruime doorlooptijd en eisen forse zekerheden. Als de tijdsdruk wegvalt, blijkt opeens dat de gevraagde zekerheden helemaal niet zo noodzakelijk waren en dat de bank vooral het momentum wilde gebruiken.
De laatste tijd zie ik ook dat banken steeds meer gegevens willen hebben. In de eerste gesprekken meldt de relatiemanager doorgaans dat er niets is veranderd ten opzichte van voor de kredietcrisis, maar bij het indienen van de aanvraag blijken toch veel meer data te moeten worden aangeleverd
.
Ons bedrijf Mesys is een leverancier van industriële luchtreiniging en zogenoemde afgasreiniging. De afgelopen jaren draaiden we goed, en in het eerste halfjaar 2010 waren de cijfers weer uitstekend. Daardoor moeten we wel uitbreiden in werkruimten en kantoren. Bij de eerste gesprekken met de banken bleek dat we moesten rekenen op een doorlooptijd van 3 tot 6 weken, nadat alle gegevens waren aangeleverd. Alle data, daar blijkt de crux te zitten. Het begrip 'alle' gaat zeer ver; meerdere keren komen de banken met vragen. Een ondernemer moet rekenen op een doorlooptijd van meerdere maanden. Terwijl enige spoed noodzakelijk is. Maakt de bank misbruik van de tijdsdruk door buitensporige zekerheden te stellen? Daar lijkt het wel op.
Een ander kwestie die het aanvragen van financiering tot een crime maakt, is de neiging van banken om te krappe financiering aan te bieden. Het resultaat is vaak dat bedrijven langs het randje moeten lopen. Ik heb menig bedrijf hierdoor in de problemen zien komen. Recent mocht ik dit probleem ook zelf ervaren toen de bank voorstelde om een groot deel van het werkkapitaal in de bedrijfsuitbreiding te steken.
Natuurlijk begrijp ik dat banken in een moeilijk vaarwater terecht zijn gekomen. De eisen worden hoger en de souplesse verdwijnt beetje bij beetje. Maar het gevolg is dat een jarenlange relatie ineens niet meer telt. In het echte bedrijfsleven gaat dat toch heel anders! Eén advies aan collega-ondernemers: ga over financiering praten als je het nog niet nodig hebt, en neem er dan ruim de tijd voor. Klop ook bij meerdere banken aan. Zie het als het verkrijgen van een order - hoe vreemd dat ook moge klinken, want eigenlijk zijn we klanten. Helaas zijn banken dat anders gaan zien.
Bron FD Outlook
CM&P Gorinchem heeft creatieve oplossingen voor financieringen. Meest belangrijk is dat een kredietaanvraag op een professionele manier aan de bank wordt gepresenteerd. Wij beleiden en adviseren bedrijven met het uitwerken van hun kredietaanvraag en zorgen ervoor dat er een gedegen verhaal bij de bank terechtkomt. Voor de meest optimale financieringsconstructie zoekt CM&P naar alternatieven, bijvoorbeeld door aanpassing van de financieringsconstructie of door de aanvraag voor te leggen aan andere partijen.
Hieronder het artikel:
door CYP WAGENAAR
Cyp Wagenaar is directeur-eigenaar van Mesys et zou bijna lachwekkend zijn, als het niet zo ernstig was.
Sinds het uitbreken van de kredietcrisis is het aanvragen van financiering een crime geworden. Een ondernemer doet zijn beklag. 'De souplesse is verdwenen.'
Ik kan me de tijd nog herinneren dat mijn vader met de directeur van de bank sprak en ter plekke een financiering regelde. Dat was in de tijd dat een directeur van een bank nog iemand van enige importantie was.
In de afgelopen 40 jaar is er heel wat veranderd. Een ondernemer die nu bij een bank voor financiering aanklopt, krijgt helemaal geen beslissers meer te spreken. Hij of zij overlegt, schetst een horizon, en de relatiemanager bekijkt tot jaren terug wat de ondernemer heeft gedaan. Vervolgens maakt die bankmanager een rapport over het bedrijf van de ondernemer, een rapport dat de ondernemer zelf niet te zien krijgt, dat enige echelons hoger in de bankhiërarchie wordt bekeken en besproken. Hier wordt een oordeel geveld, dat de ondernemer vervolgens als een mededeling krijgt aangereikt.
Persoonlijk heb ik dit proces meerdere keren meegemaakt en ik vind het zeer frustrerend. Nooit weet ik of mijn verhaal goed is overgekomen, of de juiste zaken gemeld zijn, of specifieke kwesties gedetailleerder zouden moeten worden belicht. Daar komt bij dat ondernemers bij een bank vaak te maken hebben met wisselingen van de wacht.
Een bank kijkt naar de branche waarin het bedrijf opereert en naar de kengetallen uit die branche. Het unieke bedrijf dat gebruikmaakt van innovatiekracht, van een marktpositie en een strategisch plan speelt geen rol. De bankmedewerkers kijken liever terug. Ik heb nog nooit meegemaakt datde bank keek naar het productenpallet, naar de nieuwe ontwikkelingen en naar de potentiële markten. Dit communicatieprobleem zal niet opgelost worden zolang de bank geen echte kennis uit dezelfde branche inhuurt. Dit in tegenstelling tot de ontwikkelingsmaatschappijen die deze kennis duidelijk wel in huis halen.
Banken maken ook nogal eens, en met liefde, misbruik van een situatie waarbij een ondernemer enige haast heeft, bijvoorbeeld voor de financiering van een grote order. Banken nemen dan een ruime doorlooptijd en eisen forse zekerheden. Als de tijdsdruk wegvalt, blijkt opeens dat de gevraagde zekerheden helemaal niet zo noodzakelijk waren en dat de bank vooral het momentum wilde gebruiken.
De laatste tijd zie ik ook dat banken steeds meer gegevens willen hebben. In de eerste gesprekken meldt de relatiemanager doorgaans dat er niets is veranderd ten opzichte van voor de kredietcrisis, maar bij het indienen van de aanvraag blijken toch veel meer data te moeten worden aangeleverd
.
Ons bedrijf Mesys is een leverancier van industriële luchtreiniging en zogenoemde afgasreiniging. De afgelopen jaren draaiden we goed, en in het eerste halfjaar 2010 waren de cijfers weer uitstekend. Daardoor moeten we wel uitbreiden in werkruimten en kantoren. Bij de eerste gesprekken met de banken bleek dat we moesten rekenen op een doorlooptijd van 3 tot 6 weken, nadat alle gegevens waren aangeleverd. Alle data, daar blijkt de crux te zitten. Het begrip 'alle' gaat zeer ver; meerdere keren komen de banken met vragen. Een ondernemer moet rekenen op een doorlooptijd van meerdere maanden. Terwijl enige spoed noodzakelijk is. Maakt de bank misbruik van de tijdsdruk door buitensporige zekerheden te stellen? Daar lijkt het wel op.
Een ander kwestie die het aanvragen van financiering tot een crime maakt, is de neiging van banken om te krappe financiering aan te bieden. Het resultaat is vaak dat bedrijven langs het randje moeten lopen. Ik heb menig bedrijf hierdoor in de problemen zien komen. Recent mocht ik dit probleem ook zelf ervaren toen de bank voorstelde om een groot deel van het werkkapitaal in de bedrijfsuitbreiding te steken.
Natuurlijk begrijp ik dat banken in een moeilijk vaarwater terecht zijn gekomen. De eisen worden hoger en de souplesse verdwijnt beetje bij beetje. Maar het gevolg is dat een jarenlange relatie ineens niet meer telt. In het echte bedrijfsleven gaat dat toch heel anders! Eén advies aan collega-ondernemers: ga over financiering praten als je het nog niet nodig hebt, en neem er dan ruim de tijd voor. Klop ook bij meerdere banken aan. Zie het als het verkrijgen van een order - hoe vreemd dat ook moge klinken, want eigenlijk zijn we klanten. Helaas zijn banken dat anders gaan zien.
Bron FD Outlook
maandag 27 september 2010
Kredietverlening aan het bedrijfsleven positiever?
Kredietverlening aan het bedrijfsleven positiever?
De uitstaande hoeveelheid krediet bij het bedrijfsleven ligt met euro 4686 mrd nog 1,1% onder het niveau van augustus 2009. Maar op maandbasis was er wel sprake van groei, namelijk met euro 17 mrd (+0,5%), wat volgens analisten een signaal kan zijn dat de kredietcyclus nu ook voor bedrijven ten positieve is gekeerd. Huishoudens lieten de kredietcrisis al in de lente van vorig jaar achter zich.
Volgens de ECB loopt de kredietverlening aan bedrijven altijd drie kwartalen tot een jaar achter op de ontwikkeling van het bbp. Als een onderneming weer kansen ziet om te investeren, dan zal dat allereerst intern worden gefinancierd vanuit de winst of de cashflow. Pas later in de herstelfase kloppen ze aan bij de banken.
Opvallend is overigens het beeld in Nederland. Sinds de kredietcrisis uitbrak, is de kredietverlening van banken aan bedrijven op jaarbasis nooit negatief geweest. Op maandbasis is dat maar een enkele keer het geval geweest. Volgens cijfers van de Nederlandsche Bank is de omvang van de bedrijfsleningen in juli met een half miljard euro gegroeid tot een niveau van euro 317 mrd.
BRON:FD
De uitstaande hoeveelheid krediet bij het bedrijfsleven ligt met euro 4686 mrd nog 1,1% onder het niveau van augustus 2009. Maar op maandbasis was er wel sprake van groei, namelijk met euro 17 mrd (+0,5%), wat volgens analisten een signaal kan zijn dat de kredietcyclus nu ook voor bedrijven ten positieve is gekeerd. Huishoudens lieten de kredietcrisis al in de lente van vorig jaar achter zich.
Volgens de ECB loopt de kredietverlening aan bedrijven altijd drie kwartalen tot een jaar achter op de ontwikkeling van het bbp. Als een onderneming weer kansen ziet om te investeren, dan zal dat allereerst intern worden gefinancierd vanuit de winst of de cashflow. Pas later in de herstelfase kloppen ze aan bij de banken.
Opvallend is overigens het beeld in Nederland. Sinds de kredietcrisis uitbrak, is de kredietverlening van banken aan bedrijven op jaarbasis nooit negatief geweest. Op maandbasis is dat maar een enkele keer het geval geweest. Volgens cijfers van de Nederlandsche Bank is de omvang van de bedrijfsleningen in juli met een half miljard euro gegroeid tot een niveau van euro 317 mrd.
BRON:FD
dinsdag 21 september 2010
80% ondernemers heeft onvoldoende bedrijfskrediet
Tachtig procent van MKB ondernemers geeft aan over onvoldoende bedrijfskrediet te kunnen beschikken en zo belemmerd te worden in bedrijfsgroei.
Ondernemers op jacht naar durfkapitaal
Door een dringend tekort aan bedrijfskredieten, gaan ondernemers in het mkb steeds vaker in zee met venture capitalists. De stijging van het aantal mkb'ers dat risicokapitaal zoekt, zal volgens Fondswervingonline.nl in de tweede helft van het jaar doorzetten.
Ondernemers steeds vaker op zoek naar risicokapitaal
Doordat ondernemers veelal voor een dichte deur staan bij de bank voor kredieten, zijn venture capital-maatschappijen in het tweede kwartaal van dit jaar een steeds belangrijkere oplossing voor mkb'ers die groeikapitaal willen aantrekken.
Reddende engelen
'Gedurende het eerste halfjaar van 2010 zagen wij in onze database het aantal mkb-bedrijven dat informatie heeft opgevraagd over risicokapitaalverstrekkers, flink stijgen', legt directeur Jaap Burgstra van Fondswervingonline.nl uit. 'Reden voor ons om uit te zoeken waar deze ontwikkeling zijn oorsprong vindt. We besloten de grootste groep mkb-ondernemers, die met tussen de 5 en 499 medewerkers in dienst, een aantal vragen te stellen.'
De uitkomsten van het onderzoek deed de wenkbrauwen van Burgstra fronzen. 'Tachtig procent van de ondervraagden gaf aan over onvoldoende bedrijfskrediet te kunnen beschikken en zo belemmerd te worden in bedrijfsgroei. Maar liefst een derde van de bedrijven gaf aan onzeker te zijn over de voortgang van de huidige kredietverlening. '
Om de groeiplannen toch te verwezenlijken, kijkt 68 procent door de onzekerheid over de kredietverlening naar de mogelijkheden van risicokapitaal. 'Nog niet zo lang geleden overheerste het beeld van roofridders en graaiers als je het over venture capital-maatschappijen had. Nu lijkt het wel alsof zij de reddende engelen voor het midden- en kleinbedrijf kunnen worden.'
Bron Brookz
Veel aannemers maken moeilijke tijden door en kampen met hun bedrijfsfinanciering. De meeste ondernemers hebben momenteel volop met dit lastige thema te maken. Zoals uit bovenstaand onderzoek wordt nog altijd vele aanvragen voor financiering door banken afgewezen.
CM&P onderscheidt zich met onze succesvolle aanpak waar wij ondanks de crisis nog altijd 100% scoren op onze uitgewerkte financieringsaanvragen.
De financieringsspecialisten van CM&P beschikken over uitgebreide kennis van de mogelijkheden op dit gebied en begeleiden doorlopend ondernemers bij het gehele proces van bedrijfsfinanciering. Graag komen wij met u in contact als u antwoord zoekt op de volgende vragen:
• Hoe krijgt u in deze tijden een nieuwe financiering?
• Wat doet CM&P meer dan uw accountant?
• Hoe bespaart u op uw bedrijfsfinanciering?
Een telefoontje is voldoende om op al uw vragen rondom bedrijfsfinanciering een deskundig antwoord te ontvangen. Bel 06 57 99 87 81 of mail martijn.boer@cmenp.nl
Ondernemers op jacht naar durfkapitaal
Door een dringend tekort aan bedrijfskredieten, gaan ondernemers in het mkb steeds vaker in zee met venture capitalists. De stijging van het aantal mkb'ers dat risicokapitaal zoekt, zal volgens Fondswervingonline.nl in de tweede helft van het jaar doorzetten.
Ondernemers steeds vaker op zoek naar risicokapitaal
Doordat ondernemers veelal voor een dichte deur staan bij de bank voor kredieten, zijn venture capital-maatschappijen in het tweede kwartaal van dit jaar een steeds belangrijkere oplossing voor mkb'ers die groeikapitaal willen aantrekken.
Reddende engelen
'Gedurende het eerste halfjaar van 2010 zagen wij in onze database het aantal mkb-bedrijven dat informatie heeft opgevraagd over risicokapitaalverstrekkers, flink stijgen', legt directeur Jaap Burgstra van Fondswervingonline.nl uit. 'Reden voor ons om uit te zoeken waar deze ontwikkeling zijn oorsprong vindt. We besloten de grootste groep mkb-ondernemers, die met tussen de 5 en 499 medewerkers in dienst, een aantal vragen te stellen.'
De uitkomsten van het onderzoek deed de wenkbrauwen van Burgstra fronzen. 'Tachtig procent van de ondervraagden gaf aan over onvoldoende bedrijfskrediet te kunnen beschikken en zo belemmerd te worden in bedrijfsgroei. Maar liefst een derde van de bedrijven gaf aan onzeker te zijn over de voortgang van de huidige kredietverlening. '
Om de groeiplannen toch te verwezenlijken, kijkt 68 procent door de onzekerheid over de kredietverlening naar de mogelijkheden van risicokapitaal. 'Nog niet zo lang geleden overheerste het beeld van roofridders en graaiers als je het over venture capital-maatschappijen had. Nu lijkt het wel alsof zij de reddende engelen voor het midden- en kleinbedrijf kunnen worden.'
Bron Brookz
Veel aannemers maken moeilijke tijden door en kampen met hun bedrijfsfinanciering. De meeste ondernemers hebben momenteel volop met dit lastige thema te maken. Zoals uit bovenstaand onderzoek wordt nog altijd vele aanvragen voor financiering door banken afgewezen.
CM&P onderscheidt zich met onze succesvolle aanpak waar wij ondanks de crisis nog altijd 100% scoren op onze uitgewerkte financieringsaanvragen.
De financieringsspecialisten van CM&P beschikken over uitgebreide kennis van de mogelijkheden op dit gebied en begeleiden doorlopend ondernemers bij het gehele proces van bedrijfsfinanciering. Graag komen wij met u in contact als u antwoord zoekt op de volgende vragen:
• Hoe krijgt u in deze tijden een nieuwe financiering?
• Wat doet CM&P meer dan uw accountant?
• Hoe bespaart u op uw bedrijfsfinanciering?
Een telefoontje is voldoende om op al uw vragen rondom bedrijfsfinanciering een deskundig antwoord te ontvangen. Bel 06 57 99 87 81 of mail martijn.boer@cmenp.nl
donderdag 16 september 2010
Beknopt stappenplan bij een bedrijfsovername
U overweegt de overname vaneen bedrijf, maar u heeft nog geen helder zicht op wat een overnameproces allemaal met zich meebrengt? Dit eerste, beknopte stappenplan helpt u op weg. Wat moet u doen, waar moet u op letten, en wat zijn in eerste instantie de valkuilen?
Stap 1
Maak een profielschets
Begin uw zoektocht niet voordat u een duidelijk profiel hebt gemaakt van het bedrijf dat u wilt overnemen. Beantwoord minimaal de volgende vragen:
•In welke markt/bedrijfstak is de onderneming actief?
•Waaruit bestaan die activiteiten?
•Wat is de omvang van de onderneming?
•Wat verlangt u van de bedrijfscultuur?
•Wat zijn uw financiële mogelijkheden/criteria?
Stap 2
Verken de markt
Ofwel: ‘Wat is er beschikbaar dat voldoet aan mijn profielschets?’ Laat uw speurtocht naar een geschikte kandidaat uitwaaieren over zoveel mogelijk kanalen. Contacteer niet alleen fusie- en overnamebureaus, maar ook banken en accountantskantoren en doorzoek internetdatabanken als ondernemingsbeurs.nl.
Stap 3
Win informatie in
Na een marktverkenning zult u ook informatie moeten inwinnen over potentiële overnamekandidaten en de markt/bedrijfstak waarin zij actief zijn. Maak daarbij gebruik van zoveel mogelijk bronnen, bijvoorbeeld:
•vaktijdschriften;
•jaarverslagen;
•brancheorganisaties;
•marktonderzoekbureaus.
Stap 4
Schakel een adviseur in
Een bedrijfsovername is een ingewikkeld proces dat staat of valt met een goede voorbereiding. Hoe ervaren ook, weinig ondernemers zullen álle kennis paraat hebben om elke fase van de overname zonder problemen te doorlopen. Extern advies is, met andere woorden, onontbeerlijk. Zoek daarom een partner die u ondersteunt in de verschillende fasen van een bedrijfsovername. Informeer bij branchegenoten naar positieve ervaringen met adviesbureaus.
Stap 5
Benader een kandidaat
Als u een bedrijf op het oog hebt dat niet expliciet aanwezig is op de overnamemarkt, zult u omzichtig te werk moeten gaan. Informeer eerst of er interesse bestaat voor een gesprek over een mogelijke samenwerking. Is het antwoord positief, bereid u dan voor op een ontmoeting waarbij u een zwaar beroep zult moeten doen op al uw zintuigen.
•Is uw gesprekspartner werkelijk geïnteresseerd in samenwerking of is dit voor hem louter een vrijblijvende bijeenkomst.
•Bestaat er interesse voor een overname?
•Klikt het tussen u en uw gesprekspartner?
Stap 6
Onderhandel
Als u een onderneming koopt, kunt u voor de noodzakelijke waardebepaling gebruikmaken van een aantal methoden. De zes meest gangbare worden in een ander artikel (zie: ‘Wat is de waarde van een onderneming’) nader toegelicht. Maar let op: een standaardmethode bij het bepalen van de koopsom bestaat niet. Winst- en verliescijfers zijn belangrijk, maar ook gevoelsmatige onderdelen als bijvoorbeeld goodwill spelen een rol. Onderhandelen over het transactiebedrag is een kwestie van geven en nemen, niet van rigide vasthouden aan de uitkomst van een waardebepalingmethodiek.
Let op: Voordat u gaat onderhandelen, moet u zekerheid hebben van deelname van uw financiers.
Stap 7
Leg garanties vast
Houd u verre van contracten zonder voldoende garanties. Fiscale garanties, balansgaranties, milieugaranties - het zijn allemaal zaken die u moet vastleggen. Beding ook een heldere claimprocedure in het contract. U kunt bijvoorbeeld met uw onderhandelingspartner overeenkomen dat u een deel van de overnamesom overmaakt naar een geblokkeerde rekening. Op die manier is de mogelijkheid tot een claim zeker gesteld.
Bron: http://www.ondernemingsbeurs.nl/
Stap 1
Maak een profielschets
Begin uw zoektocht niet voordat u een duidelijk profiel hebt gemaakt van het bedrijf dat u wilt overnemen. Beantwoord minimaal de volgende vragen:
•In welke markt/bedrijfstak is de onderneming actief?
•Waaruit bestaan die activiteiten?
•Wat is de omvang van de onderneming?
•Wat verlangt u van de bedrijfscultuur?
•Wat zijn uw financiële mogelijkheden/criteria?
Stap 2
Verken de markt
Ofwel: ‘Wat is er beschikbaar dat voldoet aan mijn profielschets?’ Laat uw speurtocht naar een geschikte kandidaat uitwaaieren over zoveel mogelijk kanalen. Contacteer niet alleen fusie- en overnamebureaus, maar ook banken en accountantskantoren en doorzoek internetdatabanken als ondernemingsbeurs.nl.
Stap 3
Win informatie in
Na een marktverkenning zult u ook informatie moeten inwinnen over potentiële overnamekandidaten en de markt/bedrijfstak waarin zij actief zijn. Maak daarbij gebruik van zoveel mogelijk bronnen, bijvoorbeeld:
•vaktijdschriften;
•jaarverslagen;
•brancheorganisaties;
•marktonderzoekbureaus.
Stap 4
Schakel een adviseur in
Een bedrijfsovername is een ingewikkeld proces dat staat of valt met een goede voorbereiding. Hoe ervaren ook, weinig ondernemers zullen álle kennis paraat hebben om elke fase van de overname zonder problemen te doorlopen. Extern advies is, met andere woorden, onontbeerlijk. Zoek daarom een partner die u ondersteunt in de verschillende fasen van een bedrijfsovername. Informeer bij branchegenoten naar positieve ervaringen met adviesbureaus.
Stap 5
Benader een kandidaat
Als u een bedrijf op het oog hebt dat niet expliciet aanwezig is op de overnamemarkt, zult u omzichtig te werk moeten gaan. Informeer eerst of er interesse bestaat voor een gesprek over een mogelijke samenwerking. Is het antwoord positief, bereid u dan voor op een ontmoeting waarbij u een zwaar beroep zult moeten doen op al uw zintuigen.
•Is uw gesprekspartner werkelijk geïnteresseerd in samenwerking of is dit voor hem louter een vrijblijvende bijeenkomst.
•Bestaat er interesse voor een overname?
•Klikt het tussen u en uw gesprekspartner?
Stap 6
Onderhandel
Als u een onderneming koopt, kunt u voor de noodzakelijke waardebepaling gebruikmaken van een aantal methoden. De zes meest gangbare worden in een ander artikel (zie: ‘Wat is de waarde van een onderneming’) nader toegelicht. Maar let op: een standaardmethode bij het bepalen van de koopsom bestaat niet. Winst- en verliescijfers zijn belangrijk, maar ook gevoelsmatige onderdelen als bijvoorbeeld goodwill spelen een rol. Onderhandelen over het transactiebedrag is een kwestie van geven en nemen, niet van rigide vasthouden aan de uitkomst van een waardebepalingmethodiek.
Let op: Voordat u gaat onderhandelen, moet u zekerheid hebben van deelname van uw financiers.
Stap 7
Leg garanties vast
Houd u verre van contracten zonder voldoende garanties. Fiscale garanties, balansgaranties, milieugaranties - het zijn allemaal zaken die u moet vastleggen. Beding ook een heldere claimprocedure in het contract. U kunt bijvoorbeeld met uw onderhandelingspartner overeenkomen dat u een deel van de overnamesom overmaakt naar een geblokkeerde rekening. Op die manier is de mogelijkheid tot een claim zeker gesteld.
Bron: http://www.ondernemingsbeurs.nl/
maandag 13 september 2010
Overnemen van bedrijf is succesvoller dan het starten van nieuw bedrijf
Onderzoek legt succes- en faalfactoren bedrijfsovername in het MKB bloot
Bij bedrijfsoverdrachten leggen overheid, wetenschap en adviseurs de nadruk op planning. Terwijl de planning geen voorspeller is voor een succesvol bedrijfsresultaat na overname. Overheid, banken en overnamespecialisten richten zich bij overnames vooral op grotere bedrijven. Terwijl kleine bedrijven na overname beter blijken te presteren dan grote bedrijven.
Dit blijkt uit promotieonderzoek van Lex van Teeffelen, onderzoeks- en programmaleider Bedrijfsoverdrachten aan Hogeschool Utrecht. Hij onderzocht de onderliggende factoren voor succes en falen bij bedrijfsoverdrachten in het midden- en kleinbedrijf (MKB). Hij richtte zich in zijn onderzoek op microbedrijven: bedrijven met maximaal tien personen in dienst.
Overdrachten versus starters
Het aantal bedrijfsoverdrachten in Nederland is gering, maar deze overdrachten zijn wel belangrijker voor de economie dan het grote aantal starters. In vergelijking met starters zorgen overdrachten voor meer arbeidsplaatsen en dragen ze bij aan innovatie en arbeidsproductiviteit. De overheid steekt veel energie in startende ondernemingen, maar ondersteunt overnemers onvoldoende. Van Teeffelen pleit er voor een belangrijk deel van de budgetten en adviescapaciteit in te zetten voor die overnemers: “Veel starters overleven de eerste vijf jaar niet, terwijl maar weinig overnames in de eerste vijf jaar mislukken.”
Kleinere bedrijven succesvolst na overname
90% Van de bedrijven in Nederland behoort tot kleine bedrijven met maximaal tien medewerkers. Deze microbedrijven zijn van groot belang voor de Nederlandse economie. Van Teeffelen: “Mijn onderzoek toont aan dat kleine bedrijven met personeel net zoveel kans van slagen hebben bij een overdracht als grotere bedrijven. Na overname presteren kleinere bedrijven juist beter dan grotere. Dit komt mogelijk door hun betere aanpassings- en groter innovatievermogen. Opmerkelijk is dat overheid, banken en overnamespecialisten kleinere bedrijven nog steeds als een oninteressante partij beschouwen.
Bron Ondernemingsbeurs.
Bij bedrijfsoverdrachten leggen overheid, wetenschap en adviseurs de nadruk op planning. Terwijl de planning geen voorspeller is voor een succesvol bedrijfsresultaat na overname. Overheid, banken en overnamespecialisten richten zich bij overnames vooral op grotere bedrijven. Terwijl kleine bedrijven na overname beter blijken te presteren dan grote bedrijven.
Dit blijkt uit promotieonderzoek van Lex van Teeffelen, onderzoeks- en programmaleider Bedrijfsoverdrachten aan Hogeschool Utrecht. Hij onderzocht de onderliggende factoren voor succes en falen bij bedrijfsoverdrachten in het midden- en kleinbedrijf (MKB). Hij richtte zich in zijn onderzoek op microbedrijven: bedrijven met maximaal tien personen in dienst.
Overdrachten versus starters
Het aantal bedrijfsoverdrachten in Nederland is gering, maar deze overdrachten zijn wel belangrijker voor de economie dan het grote aantal starters. In vergelijking met starters zorgen overdrachten voor meer arbeidsplaatsen en dragen ze bij aan innovatie en arbeidsproductiviteit. De overheid steekt veel energie in startende ondernemingen, maar ondersteunt overnemers onvoldoende. Van Teeffelen pleit er voor een belangrijk deel van de budgetten en adviescapaciteit in te zetten voor die overnemers: “Veel starters overleven de eerste vijf jaar niet, terwijl maar weinig overnames in de eerste vijf jaar mislukken.”
Kleinere bedrijven succesvolst na overname
90% Van de bedrijven in Nederland behoort tot kleine bedrijven met maximaal tien medewerkers. Deze microbedrijven zijn van groot belang voor de Nederlandse economie. Van Teeffelen: “Mijn onderzoek toont aan dat kleine bedrijven met personeel net zoveel kans van slagen hebben bij een overdracht als grotere bedrijven. Na overname presteren kleinere bedrijven juist beter dan grotere. Dit komt mogelijk door hun betere aanpassings- en groter innovatievermogen. Opmerkelijk is dat overheid, banken en overnamespecialisten kleinere bedrijven nog steeds als een oninteressante partij beschouwen.
Bron Ondernemingsbeurs.
dinsdag 7 september 2010
Kredietverlening aan bedrijven groeit gematigd
Kredietverlening aan bedrijven groeit gematigd
Wie het weet mag het zeggen: knijpen de banken in Nederland de economie af door te weinig leningen te geven aan bedrijven? Of is het zo dat bedrijven vanwege de crisis minder leningen aanvragen bij de banken?
De kwestie speelt al sinds het uitbreken van de kredietcrisis, en is voor politici en monetaire autoriteiten belangrijk om hun beleidskoers te bepalen. Zeker nu de economie langzaam uit het dal lijkt te kruipen, aldus De Nederlandsche Bank
Teleurgestelde ondernemers
Anekdotisch bewijs van teleurgestelde ondernemers, overigens ook in tijden van hoogconjunctuur niet ongebruikelijk, wordt afgewisseld met cijfermateriaal dat wijst op een lagere, maar nog steeds aanhoudende groei van de bedrijfskredieten. En het is waarschijnlijk dat die groei voorlopig gematigd blijft.
Duidelijk is in ieder geval dat vraag en aanbod uiteindelijk bepalen hoe de kredietverlening aan bedrijven zich ontwikkelt. Maar hoe meet je vraag en aanbod? Cijfers over het totaal van de kredietverlening worden verzameld door DNB en het CBS. Maar als die cijfers een tragere groei laten zien, is nog niet gezegd dat dat komt door een teruglopende vraag of door een afgeknepen aanbod.
Afnemende vraag sinds 2007
Enig inzicht bieden de gegevens van de Bank Lending Survey. Dat is een kwartaalenquête gehouden onder Nederlandse banken, en wat blijkt: de banken melden al sinds eind 2007 een afnemende vraag naar nieuw krediet. Maar daarmee is niet gezegd dat het enkel wegvallende vraag zou zijn waardoor de kredietverlening is vertraagd. Want diezelfde bankenquête meldt ook, zeker in het begin van de economische crisis, dat de banken hun criteria voor het verstrekken van leningen aanscherpten.
Keerpunt in aantocht
Het goede nieuws is echter dat het tij inmiddels is gekeerd. In het tweede kwartaal van dit jaar lag het netto percentage banken dat de criteria voor bedrijfsleningen aanscherpt op het laagste niveau sinds het begin van de kredietcrisis. En in het derde kwartaal verwachten de banken de leenvoorwaarden niet meer aan te scherpen. Ook verwachten ze dat de vraag naar krediet dan niet verder afneemt. Daarmee lijkt een keerpunt voor de bancaire kredietverlening in aantocht, zowel via de aanbodkant als de vraagkant.
Bron Brookz
Wie het weet mag het zeggen: knijpen de banken in Nederland de economie af door te weinig leningen te geven aan bedrijven? Of is het zo dat bedrijven vanwege de crisis minder leningen aanvragen bij de banken?
De kwestie speelt al sinds het uitbreken van de kredietcrisis, en is voor politici en monetaire autoriteiten belangrijk om hun beleidskoers te bepalen. Zeker nu de economie langzaam uit het dal lijkt te kruipen, aldus De Nederlandsche Bank
Teleurgestelde ondernemers
Anekdotisch bewijs van teleurgestelde ondernemers, overigens ook in tijden van hoogconjunctuur niet ongebruikelijk, wordt afgewisseld met cijfermateriaal dat wijst op een lagere, maar nog steeds aanhoudende groei van de bedrijfskredieten. En het is waarschijnlijk dat die groei voorlopig gematigd blijft.
Duidelijk is in ieder geval dat vraag en aanbod uiteindelijk bepalen hoe de kredietverlening aan bedrijven zich ontwikkelt. Maar hoe meet je vraag en aanbod? Cijfers over het totaal van de kredietverlening worden verzameld door DNB en het CBS. Maar als die cijfers een tragere groei laten zien, is nog niet gezegd dat dat komt door een teruglopende vraag of door een afgeknepen aanbod.
Afnemende vraag sinds 2007
Enig inzicht bieden de gegevens van de Bank Lending Survey. Dat is een kwartaalenquête gehouden onder Nederlandse banken, en wat blijkt: de banken melden al sinds eind 2007 een afnemende vraag naar nieuw krediet. Maar daarmee is niet gezegd dat het enkel wegvallende vraag zou zijn waardoor de kredietverlening is vertraagd. Want diezelfde bankenquête meldt ook, zeker in het begin van de economische crisis, dat de banken hun criteria voor het verstrekken van leningen aanscherpten.
Keerpunt in aantocht
Het goede nieuws is echter dat het tij inmiddels is gekeerd. In het tweede kwartaal van dit jaar lag het netto percentage banken dat de criteria voor bedrijfsleningen aanscherpt op het laagste niveau sinds het begin van de kredietcrisis. En in het derde kwartaal verwachten de banken de leenvoorwaarden niet meer aan te scherpen. Ook verwachten ze dat de vraag naar krediet dan niet verder afneemt. Daarmee lijkt een keerpunt voor de bancaire kredietverlening in aantocht, zowel via de aanbodkant als de vraagkant.
Bron Brookz
woensdag 11 augustus 2010
KvK signaleert gat in de markt bij advisering Bedrijfsopvolging
KvK signaleert gat in de markt bij advisering Bedrijfsopvolging
Uit onderzoek van de Kamer van Koophandel blijkt dat de markt voor advisering bij bedrijfsoverdracht, lacunes vertoont. 90 procent van kleine ondernemers (tot 10 personeelsleden) ondervindt problemen bij het overdragen/beëindigen van hun bedrijf. Waar grote bedrijven de mogelijkheid hebben om meerdere adviseurs in te schakelen in zowel voorbereiding, onderhandeling als financiële afwikkeling, schakelen kleine ondernemers vooral adviseurs in die alleen in de voorbereiding actief zijn. Dat blijkt uit het onderzoek Adviseurs aan het woord, dat de Hogeschool Utrecht in opdracht van de Kamer van Koophandel heeft gedaan.
Het onderzoek is uitgevoerd onder 81 personen die direct betrokken zijn bij bedrijfsoverdrachten: adviseurs, accountants, intermediairs, bankiers, consulenten en ondernemers. De respondenten konden door hun betrokkenheid in verschillende fasen van de bedrijfsoverdracht een goed beeld geven van de lacunes in de advisering bij bedrijfsoverdracht.
Waarde, financiering en emotie blijken in het onderzoek de meest genoemde knelpunten bij ondernemers te zijn. Bewustwording en voorlichting zijn volgens de adviseurs de beste oplossing. Ondernemers daarentegen, gaan liever te rade bij een professionele adviseur. De best gekwalificeerde adviseur - de intermediair of bedrijfsmakelaar - is echter niet beschikbaar voor kleine bedrijven. Daarnaast is de meest geraadpleegde adviseur - de accountant - onvoldoende toegerust om een overdracht in zijn geheel te kunnen begeleiden. De conclusies uit het onderzoek kunnen uiteindelijk leiden tot een verschuiving in de markt van advisering.
Voor een succesvolle bedrijfsoverdracht is een vroegtijdige oriëntatie gewenst, bijvoorkeur 3-5 jaar vóór de
feitelijke overdracht. De komende vijf jaar verwachten meer dan 100.000 ondernemers (15% van alle Nederlandse bedrijven) hun bedrijf te beëindigen. Voor een groot deel door middel van bedrijfsoverdracht aan familie of derden (70.000). Jaarlijks worden circa 15.000 bedrijven 'overgedragen'. Naar verwachting zal de komende 10 jaar het aantal bedrijfsoverdrachten toenemen door de vergrijzing; 35% van de ondernemers in Nederland is ouder dan 50 jaar.
Kijk op www.kvk.nl/adviseursonderzoek voor het downloaden van het rapport.
Bron: Kamer van Koophandel
Uit onderzoek van de Kamer van Koophandel blijkt dat de markt voor advisering bij bedrijfsoverdracht, lacunes vertoont. 90 procent van kleine ondernemers (tot 10 personeelsleden) ondervindt problemen bij het overdragen/beëindigen van hun bedrijf. Waar grote bedrijven de mogelijkheid hebben om meerdere adviseurs in te schakelen in zowel voorbereiding, onderhandeling als financiële afwikkeling, schakelen kleine ondernemers vooral adviseurs in die alleen in de voorbereiding actief zijn. Dat blijkt uit het onderzoek Adviseurs aan het woord, dat de Hogeschool Utrecht in opdracht van de Kamer van Koophandel heeft gedaan.
Het onderzoek is uitgevoerd onder 81 personen die direct betrokken zijn bij bedrijfsoverdrachten: adviseurs, accountants, intermediairs, bankiers, consulenten en ondernemers. De respondenten konden door hun betrokkenheid in verschillende fasen van de bedrijfsoverdracht een goed beeld geven van de lacunes in de advisering bij bedrijfsoverdracht.
Waarde, financiering en emotie blijken in het onderzoek de meest genoemde knelpunten bij ondernemers te zijn. Bewustwording en voorlichting zijn volgens de adviseurs de beste oplossing. Ondernemers daarentegen, gaan liever te rade bij een professionele adviseur. De best gekwalificeerde adviseur - de intermediair of bedrijfsmakelaar - is echter niet beschikbaar voor kleine bedrijven. Daarnaast is de meest geraadpleegde adviseur - de accountant - onvoldoende toegerust om een overdracht in zijn geheel te kunnen begeleiden. De conclusies uit het onderzoek kunnen uiteindelijk leiden tot een verschuiving in de markt van advisering.
Voor een succesvolle bedrijfsoverdracht is een vroegtijdige oriëntatie gewenst, bijvoorkeur 3-5 jaar vóór de
feitelijke overdracht. De komende vijf jaar verwachten meer dan 100.000 ondernemers (15% van alle Nederlandse bedrijven) hun bedrijf te beëindigen. Voor een groot deel door middel van bedrijfsoverdracht aan familie of derden (70.000). Jaarlijks worden circa 15.000 bedrijven 'overgedragen'. Naar verwachting zal de komende 10 jaar het aantal bedrijfsoverdrachten toenemen door de vergrijzing; 35% van de ondernemers in Nederland is ouder dan 50 jaar.
Kijk op www.kvk.nl/adviseursonderzoek voor het downloaden van het rapport.
Bron: Kamer van Koophandel
dinsdag 20 juli 2010
Bedrijfsoverdracht goedkoper door recessie
Bedrijfsoverdracht goedkoper door recessie
Dit is hét moment om jongere generatie bij familiebedrijf te betrekken
De recessie is een uitgelezen kans voor overdracht van een familiebedrijf. De winstverwachtingen zijn lager en het is daarom goedkoper om een familiebedrijf te kopen.
“In tijden van recessie zijn ondernemingen over het algemeen minder waard. In combinatie met een aangepaste fiscale wetgeving is het nu voor familiebedrijven fiscaal voordelig om (een deel van) het aandelenpakket over te dragen aan de volgende generatie.”
“Er is een duidelijk verschil waar te nemen tussen bedrijven waar de eerste generatie aan het roer staat en bedrijven waar tweede of derde generaties eigenaar zijn. Wij zien dat er in lastige tijden juist behoefte is aan creativiteit, innovatie en flexibiliteit. Veel eerste, oudere generaties zien dit als een goed moment om de jongere generatie erbij te betrekken.”
Sneller uit de crisis
Het onderzoek kijkt naar de manier waarop familiebedrijven weer opklimmen uit de crisis. Familiebedrijven doen het beter dan niet-familiebedrijven op het gebied van de belangrijkste financiële maatstaven, waaronder groei in toegevoegde waarde, omzet, cashflow en het scheppen van banen. Zij zorgden voor 55 procent van alle nieuwe banen in hun sector ondanks dat ze in omvang kleiner zijn dan de andere bedrijven in de onderzoekspopulatie.
Succesformule
Samengevat hebben familiebedrijven een langetermijnperspectief, een flexibel, doelgericht bestuur, een beter talentenbeheer en een hechtere relatie met hun klanten. Ilse Matser, lector familiebedrijven bij Hogeschool Windesheim: “Het verlenen van opdrachten is vaak een kwestie van gunnen. Bij familiebedrijven kent men vaak het gezicht achter het bedrijf en daardoor wordt een opdracht sneller gegund. Anderzijds redden familiebedrijven het hier niet alleen mee, ze moeten steeds innovatiever zijn in hun relaties met klanten
Bron: Ernst & Young
Dit is hét moment om jongere generatie bij familiebedrijf te betrekken
De recessie is een uitgelezen kans voor overdracht van een familiebedrijf. De winstverwachtingen zijn lager en het is daarom goedkoper om een familiebedrijf te kopen.
“In tijden van recessie zijn ondernemingen over het algemeen minder waard. In combinatie met een aangepaste fiscale wetgeving is het nu voor familiebedrijven fiscaal voordelig om (een deel van) het aandelenpakket over te dragen aan de volgende generatie.”
“Er is een duidelijk verschil waar te nemen tussen bedrijven waar de eerste generatie aan het roer staat en bedrijven waar tweede of derde generaties eigenaar zijn. Wij zien dat er in lastige tijden juist behoefte is aan creativiteit, innovatie en flexibiliteit. Veel eerste, oudere generaties zien dit als een goed moment om de jongere generatie erbij te betrekken.”
Sneller uit de crisis
Het onderzoek kijkt naar de manier waarop familiebedrijven weer opklimmen uit de crisis. Familiebedrijven doen het beter dan niet-familiebedrijven op het gebied van de belangrijkste financiële maatstaven, waaronder groei in toegevoegde waarde, omzet, cashflow en het scheppen van banen. Zij zorgden voor 55 procent van alle nieuwe banen in hun sector ondanks dat ze in omvang kleiner zijn dan de andere bedrijven in de onderzoekspopulatie.
Succesformule
Samengevat hebben familiebedrijven een langetermijnperspectief, een flexibel, doelgericht bestuur, een beter talentenbeheer en een hechtere relatie met hun klanten. Ilse Matser, lector familiebedrijven bij Hogeschool Windesheim: “Het verlenen van opdrachten is vaak een kwestie van gunnen. Bij familiebedrijven kent men vaak het gezicht achter het bedrijf en daardoor wordt een opdracht sneller gegund. Anderzijds redden familiebedrijven het hier niet alleen mee, ze moeten steeds innovatiever zijn in hun relaties met klanten
Bron: Ernst & Young
vrijdag 16 juli 2010
Het succes van de earn-out regeling
Momenteel is het zeer gebruikelijk om een earn-out regeling (uitverdienregeling) te hebben bij bedrijfsoverdracht. Bij bedrijfsoverdracht wordt de waarde van een onderneming bepaald door de toekomstige resultaten en het risicoprofiel. Wat houdt een earn-out regeling in en waar moet op gelet worden.
Bij een earn-out regeling wordt de koopsom in delen betaald. Het eerste deel, meestal 50% van de koopsom, wordt gelijk betaald (bij de overdracht). De overige delen zijn afhankelijk van de toekomstige bedrijfsresultaten en worde over een afgesproken periode betaald. Het is gebruikelijk om een earn-out periode te hebben van 1 tot 3 jaar.
Een earn-out regeling wordt vaak toegepast om de kennis en het netwerk van de verkopende directeur-grootaandeelhouder (DGA) te behouden en over te dragen. Daarnaast worden de gemaakte toekomstverwachtingen (de prognose) afgerekend op de gerealiseerde resultaten.
Een gedegen voorbereiding is van belang voor een succesvolle earn-out regeling, aldus een verkopend DGA. Daarbij is het voor een geslaagde earn-out regeling van belang om de volgende onderdelen goed vast te leggen: de definities van omzet en winst, toekomstverwachting van bedrijfsresultaten, geplande investeringen en financiële verslaglegging. Heldere afspraken over zeggenschap en de manier van afrekenen staan garant voor een prettige samenwerking tussen koper en verkoper.
De earn-out regeling geeft bij de financiering een sterk signaal over de haalbaarheid van de toekomstige resultaten. Voor de financiering van de overname is op dit moment vaak een Vendor Loan (lening door de verkoper aan de koper) noodzakelijk om de overnamefinanciering rond te krijgen. Daarnaast wordt in voorkomende gevallen een Bridge Loan (tijdelijk overbruggingskrediet) door de verkoper verstrekt naast de financiering door de bank. Diverse stimuleringsmaatregelen van de overheid vergemakkelijken de financiering bij bedrijfsoverdracht. Deze zijn hieronder toegelicht.
Diverse stimuleringsmaatregelen van de overheid, via AgentschapNL (voorheen: SenterNovem), zijn interessant voor ondernemers bij (de voorbereiding op) bedrijfsoverdracht, zoals de GroeiFaciliteit, de Garantie Ondernemingsfinanciering en Borgstelling MKB Kredieten. Recent zijn de genoemde regelingen verruimd. Hierbij gaat het om verruiming van de maximum bedragen. Daarnaast zijn deze regelingen nu (naast MKB bedrijven) ook te gebruiken door grootbedrijven. Deze stimuleringsmaatregelen vergemakkelijken de financiering bij een bedrijfsoverdracht.
Bij een earn-out regeling wordt de koopsom in delen betaald. Het eerste deel, meestal 50% van de koopsom, wordt gelijk betaald (bij de overdracht). De overige delen zijn afhankelijk van de toekomstige bedrijfsresultaten en worde over een afgesproken periode betaald. Het is gebruikelijk om een earn-out periode te hebben van 1 tot 3 jaar.
Een earn-out regeling wordt vaak toegepast om de kennis en het netwerk van de verkopende directeur-grootaandeelhouder (DGA) te behouden en over te dragen. Daarnaast worden de gemaakte toekomstverwachtingen (de prognose) afgerekend op de gerealiseerde resultaten.
Een gedegen voorbereiding is van belang voor een succesvolle earn-out regeling, aldus een verkopend DGA. Daarbij is het voor een geslaagde earn-out regeling van belang om de volgende onderdelen goed vast te leggen: de definities van omzet en winst, toekomstverwachting van bedrijfsresultaten, geplande investeringen en financiële verslaglegging. Heldere afspraken over zeggenschap en de manier van afrekenen staan garant voor een prettige samenwerking tussen koper en verkoper.
De earn-out regeling geeft bij de financiering een sterk signaal over de haalbaarheid van de toekomstige resultaten. Voor de financiering van de overname is op dit moment vaak een Vendor Loan (lening door de verkoper aan de koper) noodzakelijk om de overnamefinanciering rond te krijgen. Daarnaast wordt in voorkomende gevallen een Bridge Loan (tijdelijk overbruggingskrediet) door de verkoper verstrekt naast de financiering door de bank. Diverse stimuleringsmaatregelen van de overheid vergemakkelijken de financiering bij bedrijfsoverdracht. Deze zijn hieronder toegelicht.
Diverse stimuleringsmaatregelen van de overheid, via AgentschapNL (voorheen: SenterNovem), zijn interessant voor ondernemers bij (de voorbereiding op) bedrijfsoverdracht, zoals de GroeiFaciliteit, de Garantie Ondernemingsfinanciering en Borgstelling MKB Kredieten. Recent zijn de genoemde regelingen verruimd. Hierbij gaat het om verruiming van de maximum bedragen. Daarnaast zijn deze regelingen nu (naast MKB bedrijven) ook te gebruiken door grootbedrijven. Deze stimuleringsmaatregelen vergemakkelijken de financiering bij een bedrijfsoverdracht.
dinsdag 13 juli 2010
Groeifaciliteit (FG) en Garantie Ondernemings-financiering (GO)
Groeifaciliteit (FG) en Garantie Ondernemings-financiering (GO)
Eerder heeft minister Van der Hoeven wijzigingen in de Regeling Groeifaciliteit (GF) en de Tijdelijke Regeling Garantie Ondernemings-financiering (GO) aangekondigd. Deze wijzigingen zijn nu van kracht geworden. De minister komt hiermee tegemoet aan wensen van bedrijven en banken. Tevens geeft zij met deze maatregelen invulling aan haar reactie op een motie van de Tweede Kamerleden Ten Hoopen en Gesthuizen. De wijzigingen van de GO zijn ingegaan op 23 november 2009.
De wijzigingen in de GF gelden vanaf 14 december 2009.
Regeling Groeifaciliteit (GF)
De Regeling Groeifaciliteit wordt tijdelijk, tot en met 31 december 2010, verruimd. De maximum verstrekking van risicokapitaal dat onder GF garantie kan worden gebracht is verhoogd van EUR 5 miljoen naar EUR 25 miljoen. Gezien de verhoging van het maximum bedrag wordt de MKB-grens los gelaten. Er is dus geen begrenzing meer aan de ondernemingsomvang. De verruiming is uitsluitend bedoeld voor het verstrekken van risicokapitaal door participatiemaatschappijen. Voor de banken die deelnemen aan de GF verandert er dus, afgezien van het wegvallen van de MKB eis, niets. Zij kunnen echter gebruik maken van de verruimde GO-regeling.
Verder wordt er onder voorwaarden een mogelijkheid gecreëerd voor zogenaamde 'equity for debt swaps'. Belangrijk is hierbij onder meer dat de verstrekker van risicokapitaal niet tot dezelfde groep behoort als de verstrekker van de af te lossen lening. Dit om misbruik van de regeling te voorkomen.
Ook is nieuw dat voor garantiefinancieringen met een hoger risicoprofiel SenterNovem een hogere garantievergoeding kan vaststellen. Tenslotte zal over het toekennen van aanvragen voor garanties op financieringen boven EUR 5 miljoen, analoog aan de regeling GO, geadviseerd worden door een commissie van experts.
Garantie Ondernemingsfinanciering (GO)
De GO-regeling is verlengd naar eind 2010 en heeft een aantal verruimingen gekregen. De verstrekking onder GO garantie is verhoogd van maximaal EUR 50 miljoen naar een maximum van EUR 150 miljoen.
Verder wordt de zogenaamde Fresh Money eis verruimd. Zo wordt het onder voorwaarden mogelijk voor een bank om de positie van een andere bank over te nemen. Ook wordt herfinanciering met een garantie door dezelfde bank in bepaalde gevallen mogelijk gemaakt. Voorwaarden zijn:
• er is een aantoonbaar belang voor de continuïteit van de onderneming
• de bank blijft een substantieel risico lopen
Er mag dus geen sprake zijn van doelbewust afwentelen van bestaande risico's op de Staat.
Voor nadere uitleg van deze voorwaarden wordt u verwezen naar de website www.senternovem.nl/garantieondernemingsfinanciering/publicaties.
Voorgaande wijzigingen vergroten de toepassingsmogelijkheden van de beide regelingen aanzienlijk. Het ten dele loslaten van de Fresh Money eis zal tot gevolg hebben dat bij de beoordeling door SenterNovem nadrukkelijk wordt getoetst of er sprake is van misbruik van de regeling. Het ondernemingsbelang zal aantoonbaar gediend moeten worden als er risico van de verstrekkende bank naar de Staat wordt overgeheveld.
Garantie Ondernemingsfinanciering Curatieve Zorg
Er is een speciale regeling gekomen voor bouwfinanciering in de cure-sector. Onder de cure-sector vallen ziekenhuizen, G.G.Z.-instellingen en Z.B.C.'s. De deelnemende banken kunnen financieringen van bouwprojecten, verbouwingen, renovaties, etc. onder deze regeling brengen en krijgen dan, net als bij de gewone GO-regeling, 50% staatsgarantie op de verstrekte financiering.
Meer informatie op www.senternovem.nl/gocure.
De minister heeft aangekondigd te onderzoeken onder welke voorwaarden projectontwikkeling tot de GO-regeling kan worden toegelaten. En of de GO ook mogelijk is te maken voor bankgarantiefaciliteiten. Het gaat dan vooral om bankgaranties die in de bouwsector gebruikelijk zijn bij omvangrijke bouwwerken. Mocht dit onderzoek de komende weken leiden tot nieuwe aanpassing(en) van de regeling dan zullen wij daarover met een nieuwe nieuwsbrief komen.
Eerder heeft minister Van der Hoeven wijzigingen in de Regeling Groeifaciliteit (GF) en de Tijdelijke Regeling Garantie Ondernemings-financiering (GO) aangekondigd. Deze wijzigingen zijn nu van kracht geworden. De minister komt hiermee tegemoet aan wensen van bedrijven en banken. Tevens geeft zij met deze maatregelen invulling aan haar reactie op een motie van de Tweede Kamerleden Ten Hoopen en Gesthuizen. De wijzigingen van de GO zijn ingegaan op 23 november 2009.
De wijzigingen in de GF gelden vanaf 14 december 2009.
Regeling Groeifaciliteit (GF)
De Regeling Groeifaciliteit wordt tijdelijk, tot en met 31 december 2010, verruimd. De maximum verstrekking van risicokapitaal dat onder GF garantie kan worden gebracht is verhoogd van EUR 5 miljoen naar EUR 25 miljoen. Gezien de verhoging van het maximum bedrag wordt de MKB-grens los gelaten. Er is dus geen begrenzing meer aan de ondernemingsomvang. De verruiming is uitsluitend bedoeld voor het verstrekken van risicokapitaal door participatiemaatschappijen. Voor de banken die deelnemen aan de GF verandert er dus, afgezien van het wegvallen van de MKB eis, niets. Zij kunnen echter gebruik maken van de verruimde GO-regeling.
Verder wordt er onder voorwaarden een mogelijkheid gecreëerd voor zogenaamde 'equity for debt swaps'. Belangrijk is hierbij onder meer dat de verstrekker van risicokapitaal niet tot dezelfde groep behoort als de verstrekker van de af te lossen lening. Dit om misbruik van de regeling te voorkomen.
Ook is nieuw dat voor garantiefinancieringen met een hoger risicoprofiel SenterNovem een hogere garantievergoeding kan vaststellen. Tenslotte zal over het toekennen van aanvragen voor garanties op financieringen boven EUR 5 miljoen, analoog aan de regeling GO, geadviseerd worden door een commissie van experts.
Garantie Ondernemingsfinanciering (GO)
De GO-regeling is verlengd naar eind 2010 en heeft een aantal verruimingen gekregen. De verstrekking onder GO garantie is verhoogd van maximaal EUR 50 miljoen naar een maximum van EUR 150 miljoen.
Verder wordt de zogenaamde Fresh Money eis verruimd. Zo wordt het onder voorwaarden mogelijk voor een bank om de positie van een andere bank over te nemen. Ook wordt herfinanciering met een garantie door dezelfde bank in bepaalde gevallen mogelijk gemaakt. Voorwaarden zijn:
• er is een aantoonbaar belang voor de continuïteit van de onderneming
• de bank blijft een substantieel risico lopen
Er mag dus geen sprake zijn van doelbewust afwentelen van bestaande risico's op de Staat.
Voor nadere uitleg van deze voorwaarden wordt u verwezen naar de website www.senternovem.nl/garantieondernemingsfinanciering/publicaties.
Voorgaande wijzigingen vergroten de toepassingsmogelijkheden van de beide regelingen aanzienlijk. Het ten dele loslaten van de Fresh Money eis zal tot gevolg hebben dat bij de beoordeling door SenterNovem nadrukkelijk wordt getoetst of er sprake is van misbruik van de regeling. Het ondernemingsbelang zal aantoonbaar gediend moeten worden als er risico van de verstrekkende bank naar de Staat wordt overgeheveld.
Garantie Ondernemingsfinanciering Curatieve Zorg
Er is een speciale regeling gekomen voor bouwfinanciering in de cure-sector. Onder de cure-sector vallen ziekenhuizen, G.G.Z.-instellingen en Z.B.C.'s. De deelnemende banken kunnen financieringen van bouwprojecten, verbouwingen, renovaties, etc. onder deze regeling brengen en krijgen dan, net als bij de gewone GO-regeling, 50% staatsgarantie op de verstrekte financiering.
Meer informatie op www.senternovem.nl/gocure.
De minister heeft aangekondigd te onderzoeken onder welke voorwaarden projectontwikkeling tot de GO-regeling kan worden toegelaten. En of de GO ook mogelijk is te maken voor bankgarantiefaciliteiten. Het gaat dan vooral om bankgaranties die in de bouwsector gebruikelijk zijn bij omvangrijke bouwwerken. Mocht dit onderzoek de komende weken leiden tot nieuwe aanpassing(en) van de regeling dan zullen wij daarover met een nieuwe nieuwsbrief komen.
woensdag 26 mei 2010
maandag 19 april 2010
Vastgoed en rechtsvorm bepalen slaagkans bedrijfsoverdracht
Vastgoed en rechtsvorm bepalen slaagkans bedrijfsoverdracht
In de komende 5 jaar verwachten meer dan 100.000 ondernemers (15% van alle Nederlandse bedrijven) hun bedrijf te beëindigen, bijvoorbeeld door te verkopen. Naar verwachting zal dit aantal de komende jaren verder toenemen als gevolg van de vergrijzing: 35% van de ondernemers in Nederland is ouder dan 50 jaar. Over de factoren die bepalend zijn voor een succesvolle bedrijfsoverdracht is weinig bekend. De Kamer van Koophandel deed samen met Hogeschool Utrecht onderzoek en vergeleek ondernemers-, bedrijfs- en transactiekenmerken bij gelukte en niet gelukte bedrijfsoverdrachten.
Rechtsvorm, omzet en afhankelijkheid
Uit het onderzoek blijkt dat de meeste significante verschillen optreden bij de ondernemingskenmerken, zoals de omzetontwikkeling voorafgaand aan de overdracht, de afhankelijkheid van het bedrijf van de eigenaar en de rechtsvorm van het bedrijf. Bij eenmanszaken mislukken overdrachten veel vaker dan bij bv’s. Bij niet gelukte overdrachten is de onderneming ook vaker afhankelijk van de verkopende ondernemer.
Vastgoed
Wat daarnaast opvalt, is dat een hoge huur/verkoopprijs van het vastgoed een obstakel vormt bij de overdracht. Mogelijk is het voor verkopers verstandig het vastgoed niet in de transactie te betrekken, omdat dit de te financieren aankoopsom voor het bedrijf aanzienlijk verhoogt.
Onderzoek
De resultaten van het onderzoek zijn voortgekomen uit een selecte steekproef van 72 ondernemingen, met 37 gelukte en 35 niet gelukte bedrijfsoverdrachten. De onderzochte groep betrof bedrijven met maximaal 20 medewerkers. Bekijk alle resultaten in het onderzoeksrapport. Bron onderzoek: Lex van Teeffelen.
In de komende 5 jaar verwachten meer dan 100.000 ondernemers (15% van alle Nederlandse bedrijven) hun bedrijf te beëindigen, bijvoorbeeld door te verkopen. Naar verwachting zal dit aantal de komende jaren verder toenemen als gevolg van de vergrijzing: 35% van de ondernemers in Nederland is ouder dan 50 jaar. Over de factoren die bepalend zijn voor een succesvolle bedrijfsoverdracht is weinig bekend. De Kamer van Koophandel deed samen met Hogeschool Utrecht onderzoek en vergeleek ondernemers-, bedrijfs- en transactiekenmerken bij gelukte en niet gelukte bedrijfsoverdrachten.
Rechtsvorm, omzet en afhankelijkheid
Uit het onderzoek blijkt dat de meeste significante verschillen optreden bij de ondernemingskenmerken, zoals de omzetontwikkeling voorafgaand aan de overdracht, de afhankelijkheid van het bedrijf van de eigenaar en de rechtsvorm van het bedrijf. Bij eenmanszaken mislukken overdrachten veel vaker dan bij bv’s. Bij niet gelukte overdrachten is de onderneming ook vaker afhankelijk van de verkopende ondernemer.
Vastgoed
Wat daarnaast opvalt, is dat een hoge huur/verkoopprijs van het vastgoed een obstakel vormt bij de overdracht. Mogelijk is het voor verkopers verstandig het vastgoed niet in de transactie te betrekken, omdat dit de te financieren aankoopsom voor het bedrijf aanzienlijk verhoogt.
Onderzoek
De resultaten van het onderzoek zijn voortgekomen uit een selecte steekproef van 72 ondernemingen, met 37 gelukte en 35 niet gelukte bedrijfsoverdrachten. De onderzochte groep betrof bedrijven met maximaal 20 medewerkers. Bekijk alle resultaten in het onderzoeksrapport. Bron onderzoek: Lex van Teeffelen.
donderdag 15 april 2010
workshop Bedrijfsfinanciering
Bespaar duizenden euro's op uw bedrijfsfinanciering
Op 28 april en 3 juni organiseert HAVENDIJKvan 16:00 tot 18:30 uur een workshop 'Bedrijfsfinanciering'. De meeste ondernemers hebben momenteel volop met dit lastige thema te maken. In deze tijd waarin nog altijd ruim 50% van de aanvragen voor financiering door banken worden afgewezen, wordt de succesvolle werkwijze in de workshop behandeld. Met onze succesvolle aanpak scoren wij ondanks de crisis nog altijd 100% op de uitgewerkte financieringsaanvragen.
De financieringsspecialisten van HAVENDIJK beschikken over uitgebreide kennis van de mogelijkheden op dit gebied en begeleiden doorlopend ondernemers bij het gehele proces van bedrijfsfinanciering.
Tijdens de workshop krijgt u het antwoord op de volgende vragen:
* Welke mogelijkheden van financiering zijn er voor uw bedrijf?
* Hoe kijkt uw bank aan tegen uw bedrijf en uw financiering?
* Hoe krijgt u in deze tijden een nieuwe financiering?
* Hoe bespaart u op uw bedrijfsfinanciering?
Na de workshop heeft u een routebeschrijving in handen om de juiste stappen te kunnen zetten om duizenden euro’s op de bestaande of nieuwe bedrijfsfinanciering te besparen.
Data: woensdag 28 april 2010 van 16:00-18:30
donderdag 3 juni 2010 van 16:00-18:30
Locatie: Havendijk 6 te Gorinchem (1e verdieping)
Op 28 april en 3 juni organiseert HAVENDIJKvan 16:00 tot 18:30 uur een workshop 'Bedrijfsfinanciering'. De meeste ondernemers hebben momenteel volop met dit lastige thema te maken. In deze tijd waarin nog altijd ruim 50% van de aanvragen voor financiering door banken worden afgewezen, wordt de succesvolle werkwijze in de workshop behandeld. Met onze succesvolle aanpak scoren wij ondanks de crisis nog altijd 100% op de uitgewerkte financieringsaanvragen.
De financieringsspecialisten van HAVENDIJK beschikken over uitgebreide kennis van de mogelijkheden op dit gebied en begeleiden doorlopend ondernemers bij het gehele proces van bedrijfsfinanciering.
Tijdens de workshop krijgt u het antwoord op de volgende vragen:
* Welke mogelijkheden van financiering zijn er voor uw bedrijf?
* Hoe kijkt uw bank aan tegen uw bedrijf en uw financiering?
* Hoe krijgt u in deze tijden een nieuwe financiering?
* Hoe bespaart u op uw bedrijfsfinanciering?
Na de workshop heeft u een routebeschrijving in handen om de juiste stappen te kunnen zetten om duizenden euro’s op de bestaande of nieuwe bedrijfsfinanciering te besparen.
Data: woensdag 28 april 2010 van 16:00-18:30
donderdag 3 juni 2010 van 16:00-18:30
Locatie: Havendijk 6 te Gorinchem (1e verdieping)
maandag 12 april 2010
Nieuwe Regeling groenprojecten 2010
Nieuwe Regeling groenprojecten 2010
De nieuwe Regeling groenprojecten is op 30 maart 2010 in werking getreden. De gewijzigde regeling biedt nieuwe projecten een kans op groene financiering. Deze projecten lopen uiteen van behoud van natuur, bos en landschap, tot duurzame aquacultuur, duurzame energieopwekking, duurzame binnenvaart, ruimtelijke herstructurering van bijvoorbeeld bedrijventerreinen en duurzame utiliteit- en woningbouw. Daarmee is de regeling aangepast op de laatste ontwikkelingen op het gebied van milieutechnologie en de huidige speerpunten van milieubeleid. De systematiek is onveranderd gebleven, zoals de vereiste samenwerking tussen beleggers, banken en projectbeheerders.
De doelstellingen van de Regeling groenprojecten
De Regeling groenprojecten is in het leven geroepen om projecten te stimuleren die een positief effect op het milieu hebben. De overheid stimuleert deze projecten onder meer door de financiering van 'groenprojecten' aantrekkelijk te maken. Doordat de overheid een belastingvoordeel geeft aan 'groene' spaarders en beleggers kan de bank een lening met een lager rentetarief verstrekken voor een groenproject.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen op 06 5799 8781
De nieuwe Regeling groenprojecten is op 30 maart 2010 in werking getreden. De gewijzigde regeling biedt nieuwe projecten een kans op groene financiering. Deze projecten lopen uiteen van behoud van natuur, bos en landschap, tot duurzame aquacultuur, duurzame energieopwekking, duurzame binnenvaart, ruimtelijke herstructurering van bijvoorbeeld bedrijventerreinen en duurzame utiliteit- en woningbouw. Daarmee is de regeling aangepast op de laatste ontwikkelingen op het gebied van milieutechnologie en de huidige speerpunten van milieubeleid. De systematiek is onveranderd gebleven, zoals de vereiste samenwerking tussen beleggers, banken en projectbeheerders.
De doelstellingen van de Regeling groenprojecten
De Regeling groenprojecten is in het leven geroepen om projecten te stimuleren die een positief effect op het milieu hebben. De overheid stimuleert deze projecten onder meer door de financiering van 'groenprojecten' aantrekkelijk te maken. Doordat de overheid een belastingvoordeel geeft aan 'groene' spaarders en beleggers kan de bank een lening met een lager rentetarief verstrekken voor een groenproject.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen op 06 5799 8781
Abonneren op:
Posts (Atom)